Technische afgronden

Voor een stukjesschrijver zijn er allerlei manieren om de aandacht op zich te vestigen. Beledig een belangrijke god. Schrijf dat de paus zijn beste jaren gehad heeft. Noem Oelan Bator de hoofdstad van Soedan. Bewijs dat het broeikaseffect een verzinsel is van de geheime Vegetariërs Internationale. De volgende dagen zullen mail en post bewijzen dat dit stukje gelezen is. Een klassieke uitspraak van Montaigne in verhaspeld Frans citeren helpt ook. Maar het beste is een som met een rekenfout te maken. Dat heb ik vorige week gedaan bij het bepalen van het jaarinkomen waarop een beginnende schrijver kan rekenen. Ik weet niet meer hoe ik het gedaan heb. Ik vertrouwde de uitkomst niet. Nagerekend op mijn zakjapannertje. Dat gaf hetzelfde getal. En zo is die verschrikkelijke rekenfout in de krant gekomen. Schaamte belet me dit stukje na te lezen. Maar ik ben iedereen dankbaar die me op het rechte pad heeft gebracht. En hoewel mijn rekenkunst de hemel tergt, blijf ik bij mijn conclusie: dat de meeste jonge beginnende schrijvers gedoemd zijn tot een armoedig bestaan als ze zich met hun roeping zelfstandig moeten handhaven.

Misschien is het erger dan de gevestigde letterkundige orde denkt. De techniek van het schrijven is revolutionair veranderd. Van ganzenveer via kroontjespen naar balpunt. Daar begint de eerste wezenlijke verandering. De balpunt is anders omdat het kogeltje de inktlijnen op het papier trekt met een fractie van de weerstand die de scherpe punt van de `gewone' pen ontmoet. Het gaat sneller, maar de schrijver loopt ook het risico met zijn handschrift uit de bocht te vliegen. Met een balpunt schrijf je het best op grof papier, `kladpapier'. Er is een tijd geweest, niet lang geleden, dat je genoeg had aan een balpunt van twee kwartjes en een groot kladblok van tachtig cent om een korte roman te schrijven. Van 25 gulden per dag kon je wel een half jaar leven. Dus één gulden dertig aan materiaal, en 5.550 gulden levensonderhoud is 5.551,30 gulden.

De meeste gevorderde en geslaagde schrijvers konden toen allang niet meer zonder schrijfmachine. Een hele productieve generatie wil en kan niet anders meer. Het staccato van de tikken, het belletje als de wagen aan het einde van zijn traject is – voor mensen van jonger dan een jaar of veertig is dit geheimtaal. Voor de ouderen een verslaving. Er is een muziekje waarin al die geluiden zijn opgenomen. Het is geschreven door Leroy Anderson, in 1950. Het heet The Typewriter. Daarmee begint iedere werkdag om tien uur The Office Hour, klassieke muziek voor het kantoorpersoneel op WQXR, The Classical Station of The New York Times. Mechanische en elektronische schrijfmachines zijn alleen nog in speciale winkeltjes te koop.

Sinds postmodernemensenheugenis werken we met de computer. Een laptop van een jaar of tien geleden is weer niet te vergelijken met de apparatuur van nu. Een redelijke tweedehands laptop, een ding met alles waarop de jonge beginnende schrijver aanspraak mag maken kost zo'n 500 euro. Hij moet er een printer bij hebben, want je kunt op je scherm schrijven wat je wilt, maar wat alleen digitaal kan worden gelezen, is geen manuscript. Af en toe moet je een uitdraai maken. Schrijven is ook visuele strategie. Je moet als het ware een cartografisch overzicht van het gevechtsterrein hebben. Dat kan alleen op papier – nu nog.

Dus een printer voor vijftig euro. Misschien wordt het voor de komende generaties anders. Maar de jongelui die nu een jaar of twintig zijn, hebben omstreeks 1990 hun eerste krassen op papier gezet, dus toen de elektronische faciliteiten op de lagere school nog niet bestonden. Het technisch schrijfinstinct wordt misschien niet volledig bepaald, maar wel sterk beïnvloed door het gereedschap waarmee je hebt leren schrijven. Ze willen hun woorden zwart op wit hebben. Die printer van 50 euro heeft inkt nodig, uit inktpatronen die al vlug veel meer hebben gekost dan de hele printer.

Zo blijkt dat ook in technisch opzicht de aankomende schrijver een paar horden moet nemen. En heb ik er nog één niet genoemd. Zeker met een tweedehands laptop zijn de kansen op mankementen groter. Je weet niet hoe het komt, maar `opeens houdt hij ermee op'. Het creatieve proces is van de ene seconde op de andere opgeblazen. Het brein van de schrijver is ontwricht. Wat is er gebeurd? Ja, wat in dat plastic kastje is misgegaan weet alleen de expert. Die staan bij tientallen in het telefoonboek. Bel op! Hij krijgt iemand aan de telefoon die, allicht, zelf ook in het duister tast. Komt u maar langs. Met de laptop naar de dokter. Het ding is total loss, maar de harde schijf valt misschien nog te redden. Hoe lang duurt dat? Komt u volgende week maar eens horen.

Als we niet met een buitengewoon doorzettend talent te maken hebben, is deze hele roman total loss. Waarmee ik wil zeggen dat de jonge schrijver nog andere problemen heeft dan die van een lege balpunt. Dat is ook de strekking van mijn vorige stukje. Excuus voor de rekenfouten.