Partijdig nieuws over klimaatverandering?

Begin vorig jaar riep de commentator van deze krant nog op tot `behoedzaamheid' ten aanzien van ,,verregaande conclusies over de huidige verandering van het klimaat''. Maar in een opiniestuk op 5 maart wist wetenschapsredacteur Karel Knip het zeker: ,,De zeespiegel stijgt onherroepelijk.'' Die mening verkondigt hij trouwens al enkele jaren.

In Nederland is het nog een onschuldige kwestie, maar in de Verenigde Staten raakt verschil van inzicht omtrent het broeikaseffect het hart van de journalistiek. Vooral sinds het aantreden van president Bush is de mogelijke opwarming van de aarde een controversieel onderwerp.

Wetenschappers die bewijzen aandragen omtrent het risico van klimaatverandering worden weggezet als pessimisten. Vorig jaar hebben 48 Nobelprijswinnaars geprotesteerd tegen de verdachtmaking van hun werk. Zij streven naar objectieve resultaten en willen, volgens The New York Times van 19 oktober, niet bij voorbaat het stempel van partijdigheid opgedrukt krijgen. Zij vrezen dat bange bestuurders van onderzoeksinstituten conclusies van studies bijbuigen om subsidies veilig te stellen. Bij de NASA en twee andere instituten is dat al gebeurd.

Ook journalisten die hun oren te veel laten hangen naar `negatieve' verhalen, wordt vooringenomenheid verweten. Dus doen media er goed aan steeds hoor en wederhoor toe te passen, ook als ze de tegenpartij ongeloofwaardig vinden.

In Nederland speelt dat niet. De lezer van deze krant wordt regelmatig opgeschrikt door onheilspellend nieuws. `Natuur op drift door vroege lentes', `Temperatuur blijft stijgen in Nederland', `Abrupte klimaatomslag kan al in tien jaar', `Europa warmt op', `Uitsterven dreigt voor kwart van landdieren', `De zeespiegel stijgt onherroepelijk'. Het is geen vrolijk nieuws.

De onderliggende redenering is steeds dezelfde. Het natuurlijke broeikaseffect dat onze aarde op temperatuur houdt en menselijk leven mogelijk maakt, wordt door de uitstoot van CO2 en andere broeikasgassen zo versterkt dat de temperatuur in een eeuw met 1,4 tot 5,8 graden Celsius oploopt. Klimaatzones zullen verschuiven, ijskappen en gletsjers zullen smelten en de zeespiegel zal stijgen met 8tot 88 centimeter.

Als zulke stukken verschijnen, volgen steevast ingezonden brieven die deze beweringen in twijfel trekken. Volgens de soms hooggeleerde briefschrijvers zou het versterkte broeikaseffect niet meer dan een theorie zijn, misschien een serieuze theorie, maar wel gebaseerd op een model en allerlei veronderstellingen. Tegengestelde mechanismen en effecten zouden onderschat worden.

Deze discussie woedt al tien, twintig jaar, maar steeds vaker kom je het zinnetje tegen dat ,,de overgrote meerderheid van wetenschappers nu overtuigd is van de broeikastheorie''. Op tal van onderdelen is discussie mogelijk, maar op hoofdpunten is er consensus. De opwarming van de aarde gaat door en het onlangs in werking getreden Kyoto-verdrag zal dat proces nauwelijks afremmen. Vandaar ook dat de Europese Unie zich nu beraadt op veel verdergaande maatregelen.

Toch blijven de sceptici zich roeren. Een van hen is Simon Rozendaal, vroeger redacteur van NRC Handelsblad, nu van Elsevier. Samen met twee andere tegenstanders schreef hij een boek waarin de broeikastheorie op losse schroeven wordt gezet. Maar wetenschapsredacteur Karel Knip, die het boek recenseerde, was onverbiddelijk: ,,De heren hebben geen boodschap aan de feiten.''

Het feitenmateriaal waarop de onheilspellende krantenkoppen zijn gebaseerd, komt vooral van het Intergovernmental Panel on Climate Change, een researchgroep onder auspiciën van de VN, en verder van onderzoekscentra in heel de wereld, inclusief ons eigen KNMI. De wetenschapsredactie volgt bovendien wetenschappelijke tijdschriften als Science, Nature, Geophysical Research Letters en de (Amerikaanse) Proceedings of the National Academy of Sciences.

Is er dan helemaal geen twijfel mogelijk? Desgevraagd zegt Karel Knip: ,,Er zijn niet veel wetenschappers die zeggen: het is allemaal onzin. Het gaat meestal om een deelaspect.'' Als ergens een wetenschapper opstaat die een afwijkende visie verkondigt – wat op zichzelf interessant en misschien wel nieuwswaardig is – kan volgens Knip dankzij internet snel achterhaald worden of het om een serieuze onderzoeker gaat. Via e-mail kun je ook snel vragen stellen aan wetenschappers in andere landen.

Ook bij wetenschapsnieuws is het zaak te kijken wie het onderzoek heeft gefinancierd. In een interview met Bas Heijne in de krant van 5 maart waarschuwde de Britse astronoom Martin Rees tegen klimaatonderzoek dat wordt gefinancierd door olieconcerns. Er zijn gunstige uitzonderingen – Rees noemde Shell – maar je moet wel op je hoede zijn.

De discussie spitst zich dus toe op het beleid. Aangenomen dat de sombere prognoses kloppen, wat moet er dan gebeuren? Daar blijken de meningen zeer ver uiteen te lopen. Langs een achterdeur komt dan ook de scepsis weer binnen. Hebben we die doemscenario's niet vaker gehoord? Toen is het toch ook meegevallen? Of gewoon slijtage: je kunt niet elke week berichten dat de zeespiegel misschien een halve meter stijgt.

Wat dat betreft is een tsunami duidelijker. Een ramp die zich gisteren voltrok is daarom groter nieuws dan een nog vele malen grotere ramp die zich mogelijk pas over decennia zal voltrekken.

Maar als dat eenmaal gebeurt, kunnen lezers van deze krant niet zeggen dat ze niet tijdig zijn geïnformeerd.

Piet Hagen, oud-hoofdredacteur van `De Journalist', blikt eens in de veertien dagen kritisch terug op de berichtgeving in NRC Handelsblad. Alle eerdere bijdragen op www.nrc.nl/krantachteraf