OM: Van A. had weet van gifgas

Zakenman Frans van A. (62) uit Den Helder wist dat de chemische grondstoffen die hij in de jaren tachtig aan Irak leverde, door het voormalige regime van Saddam Hoessein werden gebruikt voor de fabricage van gifgas. Bovendien zijn er ,,sterke aanwijzingen'' dat hij ook na het beruchte bombardement op de Koerdische stad Halabja met chemische wapens in 1988 door is gegaan met leveren.

Dat stelde officier van justitie Fred Teeven vanmorgen tijdens een pro forma-zitting voor de Haagse rechtbank, die vanwege veiligheidsredenen plaatsvond in de speciaal beveiligde rechtszaal van de rechtbank in Rotterdam. Het OM verwijt Van A. medeplichtigheid aan genocide op de Koerdische bevolking in Noord-Irak en het schenden van het humanitaire oorlogsrecht door het bewind van Saddam Hoessein in Noord-Irak en Iran, door het inzetten van chemische wapens.

Frans van A. werd afgelopen december in Nederland aangehouden, nadat hij in een interview met het programma Netwerk had toegegeven dat hij stoffen als Thiodiglycol, dat wordt gebruikt bij de productie van mosterdgas, heeft geleverd aan Irak. Van A. zei niets te hebben geweten van de productie van chemische wapens. Na het bombardement op Halabja, waarbij duizenden doden vielen, zou hij met de leveringen zijn gestopt.

Officier Teeven somde vanmorgen echter verschillende feiten op waaruit volgens hem blijkt dat zakenman uit Den Helder heel wel op de hoogte was van de toepassing van de chemicaliën. Zo blijkt uit documenten uit een Amerikaans douanedossier dat de zakenman doelbewust loog over de omschrijving van de grondstoffen en de eindgebruiker ervan. Ook heeft een voormalige Iraakse regeringsfunctionaris verklaard dat Van A. de Iraakse leidinggevenden van het chemische wapenprogramma kende. Bovendien zou Van A., nog tot 12 januari 1989, negen maanden na de aanval op Halabja, grondstoffen en materialen die nodig zijn voor de productie van gifgas hebben geleverd, aldus Teeven.

Van A. leverde in de jaren tachtig vele megatonnen aan grondstoffen voor mosterd- en zenuwgas aan Irak. Volgens de VN-onderzoekscommissie Unmovic, die belast was het het opsporen van de verboden wapens van Saddam Hoessein, dat Van A. ,,een van de grootste, zo niet de grootste'' tussenhandelaren die betrokken was bij het chemische wapenprogamma van Saddam Hoessein. Volgens Teeven kan het OM bewijzen dat de wapens die zijn gebruikt bij ondermeer het bombardement op Halabja, zijn gemaakt met de chemicaliën die Van A. leverde. Behalve een celstraf hangen Van A. ook schadeclaims van overlevenden boven het hoofd.