Niet bang zijn

Hans van Manen is terug bij Het Nationale Ballet. Met klassieke dansers studeert hij zijn nieuwe stuk `Frank Bridge Variations' in. ,,Wees maar langzaam, te langzaam.''

'Ik wilde strijkers'', zegt Hans van Manen. ,,Omdat strijkers ritmisch zijn, maar ook heel melodisch. Dus ik ging naar Jan Pieter Koch, de artistiek adviseur van Holland Symfonia, die zoekt voor meer choreografen muziek uit, en ik zei: ik wil een werk maken op strijkers. Nou, ik kreeg zó'n pak van hem mee natuurlijk, en daar zaten ook de Variations on a Theme of Frank Bridge van Benjamin Britten tussen. Dat stuk kende ik wel, van de radio: het zijn elf losse delen, heel afwisselend van stemming. Er zitten vrolijke en langzame stukken in, een Weense wals maar ook een begrafenismars. Alleen met de Romance en de Aria italiana kon ik helemaal niks. Die waren zo zoet en schattig. Ik wilde ze er eigenlijk uithalen, en Koch zei: natúúrlijk kan dat. Toen ik dat eenmaal gedaan had, klopte het. Toen vond ik een verloop.''

In een slecht verlicht werkkamertje in het Muziektheater in Amsterdam rust choreograaf Hans van Manen (Nieuwer Amstel, 1932) uit na een repetitie voor Frank Bridge Variations, zijn nieuwe stuk voor Het Nationale Ballet. Hij wisselt zijn bezwete zwarte shirt voor een ander zwart shirt, draait een sjekkie en leest zijn post. Zijn eigen, gerieflijke werkkamer is een etage hoger, maar hier zijn de dansers dichterbij.

,,Vroeger luisterde ik obsessief naar de muziek voor een ballet'', vertelt hij. ,,Ik leerde noot voor noot uit mijn hoofd, en telde ook alles uit. Nu luister ik er expres niet te veel meer naar. Het zou me de vrijheid om te choreograferen ontnemen. Thuis mag ik zo'n stuk elke dag één keer draaien van mezelf. Zoals gisteren, ik kwam om elf uur 's avonds terug uit Groningen, ik had een expositie van Rita Kok geopend, ik was moe, nou en dan nog één keer die muziek. Niet vaker, want dan ga ik malen, en dat mag niet. Je denkt er tussendoor wel de hele tijd over na natuurlijk, in de auto, overal, maar malen is verboden. Bijgeloof ook. Dus niet van: het lukt alleen maar als ik straks in de studio dat jasje aanheb, of die schoenen. Als ik zoiets ga denken, moeten ze onmiddellijk uit.''

Met Frank Bridge Variations, een stuk voor tien dansers van een klein half uur, keert Van Manen bij Het Nationale Ballet terug als vaste choreograaf. Hij werkte er eerder, van 1973 tot 1987, en maakte er enkele van de beroemdste stukken uit zijn inmiddels zo'n honderdtwintig balletten tellende oeuvre: Vijf Tango's (1977) op muziek van Astor Piazzola, Live (1979), het ballet voor danseres en cameraman, en Sarcasmen (1981), waarin een vrouw een man in zijn kruis grijpt – toen een scandaleus gebaar. In 1987 kwam het al langer sluimerende conflict tussen Van Manen en de toenmalige artistiek directeur van Het Nationale Ballet Rudi van Dantzig tot een uitbarsting. Van Manen voelde zich bekneld en verwaarloosd, lichtte hij in interviews zijn vertrek toe. Na een jaar te hebben gefreelanced – ,,vreselijk'', zei hij tegen weekblad De Tijd, ,,je hoort te werken vanuit een groep'' – kon hij terugkomen bij het Nederlands Dans Theater, waar zijn carrière begin jaren zestig al een eerste vlucht had genomen.

Zijn respect voor oud-NDT-directeur en collega-choreograaf Jiˇrí Kylián is nog altijd groot, maar bij het NDT was Van Manen de laatste jaren niet meer gelukkig. Er werd te weinig werk van hem hernomen, aldus Van Manen. De band werd te los. Bij Het Nationale Ballet maakte hij in 1997 al een rentree met Three Pieces for HET, hij kende een aantal dansers goed en er stond veel van zijn vroegere werk op het repertoire. ,,Je gaat naar waar je met open armen ontvangen wordt'', zegt hij. ,,Nu voelt het alsof ik hier alweer jaren ben.'' De afspraak is dat hij in elk geval een nieuw werk per seizoen voor de groep maakt, ,,maar dit jaar zijn het er alweer twee geworden''. Vanavond beleeft Frank Bridge Variations zijn wereldpremière als onderdeel van het drieluik Master Moves, met verder werk van William Forsythe en de door Van Manen intens bewonderde George Balanchine (1904-1983). En op 29 april danst Het Nationale Ballet Van Manens `Koninginne-pas de deux', tijdens een openluchtconcert op de Dam aan de vooravond van het 25-jarig ambtsjubileum van koningin Beatrix. De muziek heeft hij daar al voor gevonden: het Adagio uit het Pianoconcert no.23 van Mozart. En verder ,,kom ik er nog wel uit''.

Eenmansbedrijf

Behalve een werknemer is Van Manen ook een eenmansbedrijf, en een wereldster. Hij somt de plaatsen op waar regelmatig balletten van hem gedanst worden: alle grote Europese steden, Amerika, Australië, Nieuw Zeeland. Geen Japan. De betalingen van de auteursrechten houdt hij zelf bij; af en toe belazerd worden is goedkoper dan iemand in dienst nemen. Hij gaat altijd kijken: zo'n vier dagen voor de première arriveert hij, om te zien wat een gezelschap ervan gemaakt heeft. Een paar van zijn vaste assistenten (decor- en kostuumontwerper Keso Dekker, lichttechnici Jan Hofstra en Joop Caboort en repetitors Mea Venema en Rachel Beaujean) zijn hem dan al vooruit gereisd. ,,Ik kom om te regisseren'', zegt Van Manen. ,,Mijn eigen mensen begrijpen precies wat mijn stijl is en kunnen dat ook perfect overbrengen, maar als ik er ben, wil ik nog weleens iets in een ballet veranderen. Dan ga ik direct in op de persoonlijkheden van de dansers daar. Ik hou van hun inbreng, van discussies.''

Hans van Manen creëert in de studio. Hij doet het hardop, en zichtbaar. De studio is bij hem geen heilig, afgesloten terrein; er mag meegekeken worden. Zo was het bij zijn idool, George Balanchine, en zo is het bij Van Manen dus ook. Wat hij bedenkt, spreekt hij meteen uit en danst hij voor – in verkleinde vorm weliswaar, maar soepel en enthousiast, mét hoge benen, draaien en vallen op de grond. Intussen praat hij non-stop. Voor een buitenstaander is het net of hij met een ingewikkelde som bezig is: dingen moeten ,,kloppen'', hij ,,zit fout'', hij ,,zoekt oplossingen''. Oud-danseres Rachel Beaujean bedient de muziek en maakt notities.

Hoeveel minuten dans er per repetitie bijkomen varieert, maar op sommige dagen gaat het razendsnel: op een woensdagmiddag zet Van Manen in een uurtje een pas de deux voor solisten Cédric Ygnace en Yumiko Takeshima in elkaar. De dansers zijn zichtbaar dol op Van Manen. Takeshima zwoegt met genoegen op een pirouette met een achterwaartse val, Ygnace vangt haar zorgzaam op, duwt haar bij de nek weer omhoog en glimlacht dan weer naar Van Manen, broederlijk en bewonderend tegelijk. De sfeer van het duet is ernstig, geladen; de sfeer in de studio is vrolijk en licht.

,,Durven, niet bang zijn'', spoort Van Manen aan. ,,Wees maar langzaam, te langzaam. Een soort slow-motion, maar niet echt slow-motion, want dat woord haat ik. Net deed je het met een los hoofd, dat was goed! I love those heads. And then you lift her... No, don't lift me'', zegt hij opeens quasi-bestraffend tegen Ygnace, die klaarstaat om de oude meester hoog op te tillen, als was hij werkelijk zijn partner. ,,That's very nice of you'', grinnikt Van Manen, ,,but it's 85 kilos. And then you go óver her, and óver her, and – auwauwau.'' Van Manen grijpt zijn rug en loopt grimassend terug naar de kant. Als een van de fysiotherapeuten van Het Nationale Ballet de studio binnenkomt, maakt hij meteen een afspraak voor een massage.

,,Nu nog eens vanaf het begin'', zegt hij dan vanaf de bank, ,,want ik weet het eind. Ja. Ik weet het.'' Stilte. Hij peinst, friemelt zijn vingers rond een denkbeeldig propje. ,,God – een sigaret!'' Maar hij blijft zitten. Staart in de verte, prevelt iets. Het duurt zo'n twintig seconden. ,,Ja. Ik weet het.'' Hij staat weer op en demonstreert een slot: man en vrouw lopen samen naar de kant, hij achterwaarts en zij voorwaarts. Ze omarmen elkaar bij het middel en maken nog twee keer een dubbele buiging, voorover, achterover. Dan zijn ze af. Het klopt.

Meteen daarna neemt Ygnace zijn solo door, die eerder in het stuk komt: snel, fel, bijtend. Kin in de lucht, armen hoog, handpalmen open. Een triomferend krijgsheer. Ygnace geeft de stemmingswisselingen uit de Frank Bridge Variations moeiteloos gestalte. Op het podium worden die straks nog geaccentueerd door de kostuums van Keso Dekker: de dansers krijgen elk een lycra bodysuit in een andere, felle kleur.

,,Ik hou van mensen van vlees en bloed'', zegt Van Manen later. ,,Niet van onwezenlijke feeën. Bij mij gaat er nóóit een vrouw op de knieën voor een man, en als ze dat al doet, staat ze meteen weer op. Ik hou ook niet van franje, van decorativiteit. Géén etalagekunst. Als Cédric zijn solo begint, komt hij gewoon met zijn gezicht nog naar de coulissen op, hij loopt achteruit. Het is niet: hier ben ik en kijk mij nu eens m'n kunstje doen, zoals in het klassieke ballet.

,,Gisteren heb ik bedacht om de dansers tijdens de Funeral March alleen maar te laten lopen, meer dan drie minuten lang. Dat was een moeilijke beslissing, want zoiets wordt snel vervelend natuurlijk. En ze móeten van mij naar beneden blijven kijken, dus dat gaat nog zo...'' Met zijn hoofd voorover gluurt Van Manen opzij, als een kind op school dat spiekt.

,,Het moet logisch zijn wat er op het toneel gebeurt, helder, interessant. Of het ook vernieuwend is wat ik maak, daar denk ik niet over na. Vernieuwen gaat met kleine stapjes. Dit ballet is niet op spitzen, en voor deze klassieke dansers is dat al iets heel anders. Zonder spitzen kun je héél ver off-balance gaan, je kunt meer op de grond werken. Alles wat ze in dit stuk doen, moet gewicht hebben.

,,Ik ben totaal niet bezig met mijn verleden. Helemaal niet. Daar is mijn geheugen te slecht voor. Elke dag is het wel een keer: O! Weer een naam vergeten. Ik heb laatst wel met een lieve vriend van mij herinneringen zitten ophalen aan de begintijd bij het Danstheater, over hoe vreselijk primitief het toen allemaal was, hoe we hebben gelachen. Dat was leuk. Maar verder... ik ben impulsief. Ik leef nu. Wat er over me geschreven wordt, wordt keurig uitgeknipt, ik lees het een keer en dan gaat het weg, op een stapel. En prijzen – ik ben er altijd zeer verguld mee hoor, ik zou daar nooit hautain over doen, maar ik zet ze in een kast en dan vergeet ik ze een beetje.''

Beeldarchief

,,Mijn eigen balletten vergeet ik ook. Ik heb bijna alles thuis in een beeldarchief, maar ik kijk er alleen bij uiterste noodzaak naar. Je citeert jezelf wel, natuurlijk. Je kunt niet onder jezelf uitkomen. Soms zie je bewegingen van eerder en die pas je dan opnieuw, net iets anders, toe. Maar mijn vriend (video-master Henk van Dijk, red.) zegt altijd: als je niet citeert, wordt het ook nooit een taal. Veel van de beste dansers met wie ik gewerkt heb zijn allang gestopt. Maar er zijn altijd nieuwe dansers. Zelfs The Old Man and Me, een werk dat ik in 1996, bij Nederlands Dans Theater III, voor Sabine Kupferberg en Gérard Lemaitre heb gemaakt, wordt nu in Duitsland gedanst, en dat gaat heel goed. Als een ballet niet ook ergens anders ingestudeerd kan worden, met andere mensen, dan is er iets mis met dat ballet.''

Verkeersregel

,,Links heeft altijd voorrang! Dat is hier de verkeersregel.'' Maandagmiddag, twee uur. Van Manen werkt met alle tien de dansers aan een groepsstuk uit Frank Bridge Variations, waarin veel in rechte lijnen wordt gelopen; het toneel moet ,,logisch worden leeggemaakt'', in de woorden van Van Manen. Het energiepeil is vandaag beduidend lager. De groep is afgemat, er wordt een beetje gekeet. De tweede cast staat aan de zijkant en bootst met slappe armen en benen de bewegingen na. Alleen soliste Igone de Jongh neemt bloedserieus het voortouw; Van Manen let het meeste op haar. De rest komt er fluisterend achteraan: wat bedoelde hij nou net? En is dat wat wij deden? We sprongen op de vijf, maar moet dat niet op zes, ,,six'', ,,le six''?

Van Manen gaat onverstoorbaar verder. ,,Nog een keer jongens'', zegt hij, ,,want dit klonk als een... explosion in a macaroni factory.'' Hij grinnikt, maar niemand hoort zijn grapje. De dansers willen rookpauze. ,,O! Ja hoor, is goed. Deze jongens willen steeds even roken'', zegt hij vertederd. ,,En hier màg het tenminste. Bij het Danstheater moeten ze buiten staan, en daar vatten ze allemaal kou, terwijl een rookruimte wettelijk verplicht is. Let's go!'' Hij gaat mee, vijf minuten de gang op. Daarna wordt het lopen, het smoezen en het gezamenlijk tellen hervat; om vijf over half vier verlaat de groep ten slotte de studio. ,,Daag, daag!'' zegt Van Manen. ,,Die danken God op hun blote knieën dat ze weg mogen'', mompelt hij tegen Beaujean.

Igone de Jongh en Altin Alexandros Kaftira blijven achter voor hun pas de deux: een tedere, maar vreselijk gecompliceerde bewegingenreeks, waarbij De Jongh onder meer vanuit een spagaat moet ronddraaien op de grond, op moet komen en dan met één been hoog geheven nog eens rond moet draaien, met Kaftira als houvast.

,,Hoei'', hijgt ze. ,,O God!'' zegt Van Manen, ,,dat krijg je niet voor mekaar. Nee, dat krijg je niet voor mekaar. Het kan niet. Wacht even. Als je nou... Ach! Ik klets maar wat. Nou niet meer lullen.'' Ze geven niet op. ,,Goed dat je doorgaat, meid'', zegt Van Manen. De Jongh is bleek. ,,Net had ik momentum omdat hij mij trok'', zegt ze. ,,Ik moet zijn hand kunnen vastpakken.'' De hand wordt ingevoegd. ,,Dan hoef je straks ook niet zo naar huis'', zegt Van Manen, en hij loopt een stukje met stramme, wijd uitstaande benen.

Het is al half vijf, ze mogen gaan, maar De Jongh en Kaftira dansen het hele fragment nog eens, en nu vloeit alles in elkaar over, alsof het altijd al zo was. Van Manen kijkt toe. Als ze klaar zijn, zegt hij niets. Hij steekt alleen zijn duim omhoog.

Het Nationale Ballet, `Master Moves', t/m 5/4 in het Muziektheater, Amsterdam. Muzikale begeleiding: Holland Symfonia o.l.v. Dieter Rossberg. Aanvang 20.15u. Tel. 020-6255455 (kassa); 7/4 in het Lucent Danstheater, Den Haag. Inl.: Het Nationale Ballet, tel. 020-5518225 of www.het-ballet.nl.

`Bij mij gaat er nóóit

een vrouw op de knieën voor een man'

`Ik weet het eind. Ja. Ik weet het'