Marokko erkent pijnlijk verleden

Als eerste moslimland durft Marokko de terreur uit zijn jonge geschiedenis als onafhankelijke natie onder ogen te zien.

Trawate el Batoule (84) omklemt stevig de foto van haar Mustafa, alsof het haar zoon zelf is die ze omarmt. In een weelderige gouden lijst, waarvan de hoekranden zorgvuldig met papier zijn ingepakt, zien we onder het afro-kapsel de weerbarstige blik van scheikundestudent en studentenvakbondsleider Mustafa Belhouari (1955-1984).

Hij was een veelbelovende jongen uit de medina (oude binnenstad) van Marrakech, vertelt zijn moeder met onverflauwde trots. ,,We hadden al ons geld gegeven, zodat hij kon studeren. Mijn Mustafa heeft nooit iemand kwaad gedaan. Hij wilde dat ik couscous maakte voor zijn studievrienden.''

Baanbrekend in de moslimwereld is Marokko bezig met een pijnlijk zelfonderzoek naar de zwarte bladzijden van de eerste vier decennia van zijn onafhankelijkheid. Het koninklijke `Instituut van compensatie en verzoening' verzamelde in één jaar meer dan 22.000 dossiers van de onderdrukking, terreur en martelingen die bekendstaan als `de jaren van lood', waarmee vooral de periode wordt aangeduid onder het genadeloze regime van de zes jaar geleden overleden koning Hassan – vader van de huidige vorst.

Het doel is opheldering te verschaffen, vergoedingen te verstrekken aan de slachtoffers en daarmee de verantwoordelijkheid te erkennen voor het onrecht dat hun is aangedaan. Duizenden getuigenissen werden vastgelegd en zijn voor onderzoek toegankelijk. In openbare hoorzittingen – in het hele land, en op tv en radio te volgen – komt een selectie van de getuigen aan het woord.

In de bomvolle zaal in Marrakech luisteren bijna vijfhonderd toehoorders ademloos naar het verhaal over de familie Trawate el Batoule en hoe hun hoop werd vernietigd. Het Marokkaanse regime pakte in 1983 de studentenonlusten met harde hand aan. Op zoek naar de rebelse student Mustafa werd eerst zijn jongere broer gearresteerd en bijkans doodgemarteld. Vervolgens werden Trawate en haar man gearresteerd. Dat werkte: Mustafa gaf zich aan in ruil voor de vrijlating van zijn ouders.

Na ruim een maand te zijn gemarteld in de kelders van het beruchte Derb Moulay Cherif-complex in Casablanca werd hij veroordeeld tot tien jaar cel. Hij ging in hongerstaking tegen de erbarmelijke omstandigheden in de gevangenis. ,,We waren nog bij de minister van Justitie geweest. Maar die zei: `We kunnen niets voor u doen. Besluiten hierover worden op een ander niveau genomen'.''

Mustafa Belhouari hongerde zich dood, 29 jaar oud. Op zijn begrafenis kwamen zoveel mensen, dat vier huizen in de medina nog niet genoeg waren hen allemaal te ontvangen, herinnert Trawate el Batoule zich. ,,Ik vertel u een simpel verhaal'', zo rondt ze af. ,,Mijn hart is open, ik verlaat deze zaal met een opgelucht gemoed. Leve koning Mohammed en zijn zoon.''

Niet alleen studenten en leden van linkse partijen werden het slachtoffer. Al snel na de onafhankelijkheid in 1956 kregen vroegere verzetsstrijders tegen de Franse koloniale overheerser te maken met afrekeningen en liquidaties. [Vervolg MAROKKO: pagina 4]

MAROKKO

'Ze hingen als kippen aan een touwtje'

[Vervolg van pagina 1] Zo'n ex-verzetsstrijder is Atik Saleh Ibn El Ghali. Een getaande woestijnvos met een haviksneus die nu getuigt hoe hij als lid van de `Zwarte Halve Maan' na de bevrijding zelf vervolgd werd. ,,De politiecommissaris die mij arresteerde was zelf lid van de Zwarte Halve Maan geweest'', roept hij verontwaardigd.

Of oud-verzetsman Abderrahman Choujar, die zichzelf altijd had beschouwd als een Marokkaanse patriot, totdat hij achttien jaar opgesloten werd als vijand van de staat. ,,We dachten dat we streden voor een beter Marokko. Maar er kwam geen wet, geen staat, maar een schurkenbende'', zegt hij.

Ook in Marokko is al opgemerkt dat de waarheidscommissie niets anders is dan een postume berechting van koning Hassan zelf. ,,Zeker, hij was van 1961 tot 1999 het staatshoofd'', erkent Mohammed Nesh-Nash (70), die als oudgediende mensenrechtenactivist deel uitmaakt van het IER-bestuur. ,,Maar hij maakte de fout door zich te omringen met de vroegere huurlingen die in Franse dienst hadden gevochten, zoals generaal Oufkir of kolonel Dlimi. Die hadden al van meet af aan een hekel aan de nationalisten en gingen een stapje verder.''

De commissie geeft geen oordeel over het regime, zo onderstreept Nesh-Nash. ,,Oorspronkelijk was dit een initiatief van mensenrechtenorganisaties om opheldering te krijgen over honderden verdwijningen. De koning heeft het mandaat verbreed tot het vinden van de waarheid, het vergoeden van de slachtoffers en het doen van aanbevelingen om herhaling te voorkomen.''

De hoorzitting heeft deze middag een eregast: Abraham Serfaty (78). Ooit gold hij als linkse activist en als de politieke gevangene die na Nelson Mandela het langst in Afrika had vastgezeten. Zijn martelbeulen sloegen zijn voeten kreupel. Sinds hij vijf jaar geleden met alle eer werd teruggehaald uit zijn ballingschap in Parijs is hij een enthousiast aanhanger van de nieuwe koning. ,,Deze koning is op de goede weg. Door het eigen verleden te onderzoeken verkeert Marokko in de voorhoede van de Arabische landen'', zegt Serfaty, voor hij met rolstoel en al op het podium wordt getild.

Van achter de microfoon passeert een hel van ondergrondse kelders en martelcellen de revue. Slachtoffers hingen naakt aan hun handen en voeten gebonden aan het plafond, zo vertelt een getuige, ,,als kippen aan een touwtje''. Ze werden verstikt met in drek besmeurde dweilen, ze kregen elektrische schokken toegediend, en gloeiende muntstukken op hun huid gedrukt.

Het publiek knikt mee, af en toe krijgt een getuige het te kwaad. Maar de regels worden gerespecteerd: de getuigen noemen geen namen van de verantwoordelijken en de toehoorders onthouden zich van applaus. Het blijft beperkt tot ,,U weet wel wie ik bedoel'' en ,,God zal ze straffen'', waarna de zaal zachtjes de namen mompelt.

Dat veel verantwoordelijke gezagsdragers, soms nog steeds in dienst, vooralsnog ongemoeid worden gelaten, is voor sommigen onverteerbaar. De linkse mensenrechtenorganisatie AMDH heeft reeds haar eigen hoorzittingen georganiseerd waar wel namen worden genoemd. ,,We kunnen de bladzij niet zo maar omslaan als we niet op zijn minst weten wie de orders heeft gegeven. Justitie moet dan maar zien wat ze er mee doet'', zegt woordvoerder Mohammed El Boukili. Zijn vereniging publiceerde een lijst met verdachten die nog steeds op de hoogste posten in het veiligheidsapparaat werken.

,,Wij zijn geen rechtbank'', zegt IER-bestuurder Nesh-Nash. Als je mensen wil beschuldigen moet je voldoende bewijzen hebben en dat kost te veel tijd. Bovendien: ons justitiële apparaat is nog niet onafhankelijk genoeg om hooggeplaatsten in het veiligheidsapparaat te vervolgen.''

De poging om schoon schip te maken met het zwarte verleden komt op een moment dat mensenrechtenorganisaties weer aan de bel trekken. Enerzijds vanwege berichten in de Amerikaanse pers die suggereren dat de Verenigde Staten – op zoek naar een land dat het wat het minder nauw neemt met fatsoenlijke verhoormethodes – Marokko hebben gebruikt als tussenstop in vluchten met verdachte terroristen. Anderzijds vanwege de willekeur bij de duizenden arrestaties onder veronderstelde fundamentalisten na de terreuraanslagen twee jaar geleden in Casablanca.

Niettemin toont Nesh-Nash zich optimistisch. ,,De koning zelf heeft toegegeven dat er zo'n twintig onterechte arrestaties waren'', zegt hij. Er ligt nu een wet klaar bij het parlement die martelen straft met maximaal 30 jaar gevangenis. ,,Dat hebben we al bereikt. U moet niet vergeten: onze instituten zijn hetzelfde gebleven. Dit is geen revolutie, maar een overgang.''

Instituut compensatie en verzoening: www.ier.ma