Macedoniërs verbitterd over aanklachten

De aanklachten van het Joegoslavië-tribunaal tegen twee Macedoniërs hebben in Skopje tot bitterheid geleid. De Macedoniërs, zo heet het, krijgen de schuld van de oorlog van 2001.

Boosheid, verontwaardiging, vrees voor een crisis en vrees voor een verstoring van het wankele etnische evenwicht: de aanklachten die het Joegoslavië-tribunaal deze week uitbracht tegen twee Macedoniërs – oud-minister van Binnenlandse Zaken Ljube Boškovski en de ex-politiecommandant Johan Tarculovski – hebben in Macedonië vergaande gevolgen.

Boškovski en Tarculovski zijn dinsdag door het Joegoslavië-tribunaal aangeklaagd wegens oorlogsmisdaden jegens Albanese burgers tijdens de korte oorlog tegen het Albanese rebellenleger UÇK in 2001. In augustus van dat jaar overvielen de Leeuwen, de door Boškovski opgerichte en bewapende militie die bekend stond om haar hardhandigheid, onder bevel van Tarculovski het door Albanezen bewoonde dorp Ljuboten, nabij Skopje. Burgers die wilden vluchten, werden tegengehouden. Rond honderd van hen werden mishandeld, zeven burgers werden gemarteld en vermoord. Een deel van het dorp brandde af.

Tarculovski is dinsdag direct aan Den Haag uitgeleverd. Boškovski niet – hij zit in een Kroatische gevangenis op een heel andere aanklacht, de moord op zeven Aziatische immigranten die op zijn bevel naar Macedonië werden gelokt en daar werden vermoord, waarna hun lijken werden gepresenteerd als die van Al-Qaeda-terroristen die van plan zouden zijn geweest aanslagen op buitenlandse ambassades in Skopje te plegen.

Het was niet de identiteit van de twee verdachten die in Macedonië verontwaardiging wekte. De ultra-nationalistische havik Boškovski was ooit extreem populair in Macedonië, maar onthullingen over zijn doen en laten als minister in 2001 en 2002, en dan vooral het incident met de zeven Aziatische illegalen, hebben die populariteit al zodanig ondermijnd dat maar weinigen wakker liggen over de aanklacht.

Wat de Macedoniërs deze week ècht stak, was dat de aanklachten van het Joegoslavië-tribunaal de laatste waren. Er komen geen aanklachten meer uit Den Haag, niet tegen Macedoniërs, maar óók niet tegen Albanezen. Volgens de Macedoniërs betekent dat maar één ding: het tribunaal geeft hun de schuld: de enige oorlogsmisdaad die in de korte oorlog in Macedonië is gepleegd, is volgens het tribunaal door Macedoniërs gepleegd. De Albanezen gaan vrijuit: zij hebben niets misdaan.

Het leidt tot bitterheid, in Skopje. Het Joegoslavië-tribunaal, zo vindt men daar, heeft dinsdag aangetoond vooringenomen en op de hand van de Albanezen te zijn. Macedonië, zo zei deze week de hoofdredacteur van het blad Forum tegen een verslaggever van het Institute for War and Peace Reporting IWPR, ,,is het enige land waar het Joegoslavië-tribunaal slechts één partij in het conflict in staat van beschuldiging heeft gesteld.'' ,,Den Haag schrijft de geschiedenis'', zo citeerde IWPR een Macedonische analist. ,,En Den Haag maakt de Macedoniërs als natie collectief verantwoordelijk voor het conflict.''

Dat maar één oorlogsmisdaad in de hele oorlog van 2001 wordt vervolgd, maakt de zaak nog erger: daarmee maakt het Joegoslavië-tribunaal dit ene incident immers symptomatisch voor de oorlog. De oorlog van 2001? Dat is Ljuboten!

Daarbij weet men ook zeker, in Skopje, dat er zeker vier incidenten zijn geweest waarbij het Albanese rebellenleger, het UÇK, oorlogsmisdaden heeft gepleegd – ontvoeringen, folteringen, moorden. Dat het Joegoslavië-tribunaal de daders van die misdaden niet vervolgt, betekent dat de Macedoniërs ze zelf moeten vervolgen.

En dat is levensgevaarlijk voor de etnische vrede in Macedonië. Die is en blijft zeer fragiel en kwetsbaar – reden waarom niemand in Macedonië diep wil ingaan op wat er in 2001 allemaal is gebeurd. De huidige regeringscoalitie bestaat uit Macedonische sociaal-democraten en uitgerekend de directe erfgenamen van het Albanese rebellenleger, het UÇK. Die erfgenamen zitten in de Democratische Unie voor Integratie (BDI), een van de vier partijen van de Albanese minderheid. Leider van de BDI is Ali Ahmeti, in 2001 commandant van het UÇK. Als straks Ahmeti en/of zijn strijders in Macedonië – in plaats van in het verre Den Haag – zouden worden vervolgd wegens oorlogsmisdaden in 2001 worden alle oude wonden heropend. Of die kwetsbare etnische vrede daar tegen kan, weet vooralsnog niemand.