Kans op nieuwe tsunami in Azië

Zuidoost-Azië moet vrezen voor een nieuwe aardbeving met een bijbehorende tsunami. Dat schrijft de Britse aardwetenschapper John McCloskey in het jongste nummer van het wetenschappelijke tijdschrift Nature. McCloskey, verbonden aan de universiteit van Ulster, baseert zich op een toename van spanningen in de aardkorst en de zeebodem in de buurt van het getroffen gebied.

Seismologen zijn niet in staat om aardbevingen op korte termijn op een betrouwbare manier te voorspellen. Wel kunnen zij aangeven welke gebieden op de langere termijn kwetsbaar zijn. De ramp in Zuidoost-Azië is ontstaan op de onderzeese breuklijn van de enorme, op vloeibaar gesteente drijvende Indiaplaat en de kleinere Birmaplaat (met Indonesië en Thailand). Die platen zijn op 26 december met een schok verder over elkaar geschoven. Volgens McCloskey heeft de aardbeving weliswaar geleid tot ontspanning langs een deel van de breuklijn (ongeveer vanaf Sumatra tot 1.200 kilometer noordelijker), maar is langs het zuidelijke deel, de zogeheten Sundatrog ten zuidwesten van Sumatra, de spanning in de aardkorst juist sterk toegenomen. McCloskey constateert ook een verhoogde spanning op het eiland Sumatra, langs een breukzone die indirect het gevolg is van de grote breuklijn op de oceaanbodem. McCloskey baseert zijn conclusies op veranderingen in de aardkorst, te meten met geluidsgolven. Hij citeert literatuur waaruit blijkt dat aardbevingen langs een vergelijkbare zogeheten subductiezone in Japan (de Nankaitrog) elkaar in korte tijd opvolgen.