Historisch paf kunnen staan

In een `historische' Boekenweek is het logisch om te zoeken naar plaatsen waar het historische en het literaire samenkomen. En dan beland je al snel bij Huizinga's concept van de historische sensatie; de gewaarwording dat een historisch object `het gevoel geeft van een onmiddellijk contact met het verleden'. Het moment, kortom, waarop je verbeelding je meeneemt naar het verleden, of naar datgene wat je je als het verleden voorstelt.

Dat uitgerekend het Rijksmuseum in Amsterdam de deuren van zijn depots heeft opengesteld voor de vijftig literair-historische sensatiezoekrs (van Vincent Icke tot Kees van Kooten en A.Th. van Deursen) is ook anderszins geen toeval. Het bestaan van zoiets als een `historische sensatie' is precies de rechtvaardiging van het (omstreden) voornemen van het museum om na de huidige verbouwing de historische collectie te integreren in de kunstverzameling. `De scheiding van kunst en historie is practisch onuitvoerbaar', schreef Huizinga al.

Het resultaat van de opdracht aan vijftig schrijvers, historici en publicisten om bij een voorwerp uit het Rijksmuseum hun historische sensatie te beschrijven, heeft in het boek een wisselend resultaat. Deels komt dat omdat niet iedereen evenveel talent heeft, zoals Jan Blokker het in een overigens onderhoudende bijdrage verwoordt, om `paf te staan' bij het zien van een object. Zo schrijft Ronald de Leeuw, algemeen directeur van het Rijksmuseum: `Als fervent muziekliefhebber én van oorsprong negentiende-eeuw specialist zou de muziekkast van Cuypers bij mij een dubbele snaar moeten doen trillen, maar het tegengestelde is vrees ik het geval.'

Andere publicisten voelen zich meer op hun gemak bij de opdracht. Zo schrijft Pam Emmerik mooi over het portret van de gesneuvelde Moses Ter Borgh, geschilderd door zijn halfbroer Gerard en zijn zuster Gesina, uit 1668. Kees Zandvliet beschrijft hoe twee roerende doodsportretten van prins Maurits het hem onmogelijk maken een hekel te hebben aan de man die bekend staat als `ijzervreter en slecht mens', onder meer door de executie van Johan van Oldebarneveldt. En Kees van Beijnum leeft zich overtuigend in in de man achter een kruiwagen die werd gebruikt bij de aanlag van het Noordzeekanaal.

Verrassend zijn de bijdragen waarin de historische sensatie een negatieve bijklank krijgt, zoals in het stuk van Charlotte Mutsaers die zich weinig vleiend uitlaat over de maakster van een achttiende-eeuws slavernijkritisch borduurwerk die vooral zichzelf op de voorgrond plaatst: `Wat ze ons voorschotelt is een egocentrische en hiërarchisch uitgevallen drietrapsraket.' Piet de Rooy heeft het over `lichte weerzin' bij het aanschouwen van de kandelaar die aan Gijsbert van Tienhoven werd uitgereikt bij diens 25-jarig huwelijksfeest. Van Tienhoven geldt als de onderdrukker van het Palingoproer in 1886.

Het prachtig vormgegeven boek bevat een paar beelden die je de historische sensatie zelf laten voelen. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij de beeldschone zestiende-eeuwse `Soester beelden', en vooral bij een van die beelden: een in de Beeldenstorm kapotgeslagen pietá. In dat aangetaste houten beeld lijkt de rouw van Maria om haar dode zoon zich uit te breiden tot de treurnis om de vernietiging van de beelden zelf. Je ziet de splinters rondvliegen en je voelt de angst van de door Rudi Fuchs in zijn stuk in het leven geroepen pastoor die de brokstukken verbergt. En inderdaad, je staat paf.

Bert Natter en Kees Zandvliet (red.): De Historische Sensatie. Het Rijksmuseum Geschiedenisboek. Vijftig verhalen over unieke voorwerpen in het Rijksmuseum. Thomas Rap, 192 blz. €24,90