Het Koninkrijk was lang niet alles

Met Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog leverde de dinsdag overleden historicus L. de Jong een weergaloze prestatie in de Nederlandse geschiedschrijving. Maar is zijn magnum opus eigenlijk te krijgen? En wat heeft De Jong nog meer geschreven?

Eerst het magnum opus. Dat is alleen nog in een wetenschappelijke uitgave te koop. Uitgever Sdu heeft volgens een woordvoerder nog 150 complete sets in voorraad (zevenentwintig banden voor €451,51). De publieksuitgave, die een totale oplage kende van 75.000 exemplaren, is zeven jaar geleden door de uitgever in de ramsj gedaan voor vijf gulden per gebonden deel. Binnen een week waren `enkele tienduizenden exemplaren' verkocht. Ook de twee delen Herinneringen van De Jong werden verramsjt. Tweedehands is het werk van De Jong overigens nog wel volop verkrijgbaar.

Maar er is inderdaad veel meer. Loe de Jong studeerde in 1937 af op de (ongepubliceerde) doctoraalscriptie Nederlanders in 1848, maar datzelfde jaar kwam al zijn eerste boek op de markt: Hedendaags Marxisme, een deeltje in de socialistische studiebibliotheek van De Arbeiderspers. De Jong was daarna enige jaren redacteur van De Groene Amsterdammer.

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog begon De Jong, die werkte voor Radio Oranje in Londen, over de bezetting te schrijven. In 1941 verscheen bij de Londense uitgever Lindsay Drummond zijn boekje Holland fights the Nazi's, een relatief optimistisch getoonzet werk waarin hij aangeeft hoe de Nederlanders na de capitulatie wanhoopten, maar anno 1941 alweer vol zelfvertrouwen waren. In het boekje stelt hij dat het verzet tegen de bezetter niet alleen een kwestie is van volwassenen, maar ook van de jeugd. Hij haalt het voorbeeld aan van zes Haarlemse schooljongens die werden gearresteerd toen zij probeerden een Duitse telefoonkabel door te snijden. Een Nederlandstalig equivalent van Holland fights the Nazi's is Je maintiendrai. Een jaar nazi-tyrannie in Nederland, ook uit 1941. Er zouden nog drie delen volgen in de oorlogsjaren. Het is een werk waarvan ook De Jong zelf vond dat er nog grote gaten en lacunes in zaten. Op deel vier wilde hij promoveren, maar daar verzette Jan Romein zich tegen.

De Jongs promotie volgde in 1953, met de dissertatie De Duitse Vijfde Colonne in de Tweede Wereldoorlog, dat werd vertaald in het Engels, Duits en Russisch. In het boek betoogt De Jong dat de grote Duitse Vijfde Colonne die de komst van de nazi-invasie in verschillende landen voorbereidde, niet heeft bestaan. De verhalen erover waren eerder ontsproten aan angstdromen dan aan de realiteit. Twee jaar na zijn promotie kreeg hij de officiële opdracht om het boek te schrijven dat Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog zou worden.

Het eerste deel daarvan zou pas in 1969 verschijnen, maar De Jongs productie in de jaren zestig was omvangrijk. Daarbij gaat het niet alleen om de boeken bij de legendarische televisieserie De bezetting (1960-1965), maar ook om een filmscenario. De Jong schreef het script voor Paul Rotha's thriller De overval uit 1962, over de spectaculaire bevrijdingsactie in het Leeuwardense Huis van Bewaring in de hongerwinter. Met scènes als: `Bakker haalt de capsule uit zijn zak en gaat zijn hand optillen om de capsule in zijn mond te steken. De SD zal hem niet levend in handen krijgen! Hij kijkt naar de deur. De deur zwaait open. Bakker ziet de hal met gemaskerde KP'ers, waar de deuren van enkele cellen openstaan en waar bewakers andere cellen in geduwd worden, en hij begrijpt: dit is de bevrijding.'

Ook vervulde De Jong een rol als politiek commentator in Vrij Nederland. Zijn wekelijkse commentaren werden door uitgeverij Meulenhoff gebundeld tot jaaroverzichten. In De wereld in 1961 schetst De Jong de problemen van de jonge Amerikaanse president Kennedy: `Maar het eerste jaar van zijn presidentschap moet hem ook het besef ingescherpt hebben dat misschien geen volk zo moeilijk voor een ruime, vooruitstrevende, perspectief-biedende politiek te winnen is als juist zijn eigen volk.' En: `Ook staatslieden moet men de tijd geven, te groeien met hun ambt.'

Van 1969 tot 1994 verschenen de veertien delen van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, maar die taak weerhield De Jong er niet van ook ander werk te publiceren, zoals een bundel historische beschouwingen (Tussentijds, 1977), lezingen en bewerkingen van delen van Het Koninkrijk. In 1993 en 1996 verschenen twee delen Herinneringen van De Jong, die op persoonlijk vlak verrassend openhartig waren (`Greep Dé ook mijn penis?'). In sterkere mate gold dat laatste voor Opkrabbelen (1990), dat De Jong schreef over het herseninfarct dat hem in 1989 trof. Volgende maand verschijnt Brieven aan Loe de Jong van historicus Bas Kromhout, de eerste historicus die inzage kreeg in de correspondentie van de historicus. Het boek bevat brieven van onder anderen Dries van Agt, Willem Drees, koningin Juliana en Kees van Kooten en de antwoorden van De Jong.

Over de persoon Loe de Jong is door anderen in boekvorm weinig geschreven. Zijn werk is enkele malen fors bekritiseerd, bijvoorbeeld door Jan Rogier in De geschiedschrijver des Rijks en andere socialisten, een bundel artikelen waarin wordt gewezen op fouten in de 15 duizend door De Jong gepubliceerde bladzijden. Het Comité tot Geschiedkundig Eerherstel Nederlands-Indië keerde zich in Dr. L. de Jong en Indië (1992) tegen De Jongs kritische beschrijving van de Nederlandse heerschappij over de kolonie. P.W. Klein kwalificeerde het boek in deze krant als een reeks `loze litanieën' (24.04.92).

Ook de afgelopen jaren is over De Jongs werk geschreven. Het proefschrift Geschiedschrijving als opdracht (1998) van Conny Kristel houdt De Jongs verslag van de jodenvervolging kritisch tegen het licht. Madelon de Keizer stelde in 1995 Een dure verplichting en een kostelijk voorrecht. Dr. L. de Jong en zijn Geschiedwerk samen, door Anna Visser in deze krant op 22 april 1995 gekwalificeerd als `obligaat'. `Het is vooral een brave bundel, waarin veel bewondering doorklinkt voor de aanpak, het doorzettingvermogen en de omgang van De Jong met de media.' Geenszins braaf was Om erger te voorkomen (1997), waarin historica Nanda van der Zee De Jong verweet veel te vriendelijk geoordeeld te hebben over de vlucht van koningin Wilhelmina naar Engeland aan het begin van de oorlog. Het uitwijken van de koningin – waardoor Nederland een Duits militair regime kreeg – was volgens haar de opmaat tot het welslagen van de Duitse jodenvervolging in Nederland.

Ondanks die bittere controverse leek Van der Zee in 1999 benoemd te worden tot officieel biograaf van Loe de Jong, met instemming van de historicus zelf. De samenwerking liep alsnog stuk op Van der Zees weigering een `privacyverklaring' te tekenen voordat ze de archieven van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie mocht inzien. Daarna waren Regina Grüter en Elsbeth Etty in beeld als kandidaat-biografen, maar die projecten kwamen niet van de grond. De biografie lijkt er nu toch te komen. De Rijksuniversiteit Groningen rondt binnenkort een sollicitatieprocedure af voor een promovendus, die het leven van De Jong te boek moet stellen. De uitverkorene krijgt een werkplek op het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie.