Het eenzame jongetje

`Elementaire deeltjes' van de Franse schrijver Michel Houellebecq inspireert theatermakers. Johan Doesburg bewerkte de roman tot een smerige, plastische montagevoorstelling, Johan Simons tot een afstandelijk kamerspel.

p de eerste verdieping van de steiger is een klein kamertje ingericht. Naast een elektrisch kacheltje en een leeg vogelkooitje zit de celbioloog Michel Djerzinski (Bob Schwarze) ineengedoken witte wijn te drinken. Druipend lang haar, verwilderde blik; de revolutionaire denker oogt als een gestoorde zwerver. Met grote happen slurpt hij een bak Thaise noedels naar binnen. Zijn broer Bruno (Pieter van der Sman) is op bezoek en stort zijn hart uit: over zijn onverschillige puberzoon, over de geile meisjes in zijn klas die hem veel te weinig willen. Michel is duidelijk op een andere planeet, roept zo nu en dan iets tussendoor: ,,Kinderen zijn nazi's!'' of: ,,Hou je van me?''

Regisseur Johan Doesburg en dramaturg Sophie Kassies werken in de grote repetitieruimte van het Nationale Toneel in Den Haag aan een toneelbewerking van Michel Houellebecqs Elementaire deeltjes. Morgen is de première. Johan Doesburg is zeker niet de enige theatermaker die gegrepen is door de spraakmakende roman uit 1999. Zijn collega Johan Simons maakte bijvoorbeeld in 2002 de korte bewerking Gen [What dare I think?]. Vorige zomer maakte Simons een uitgebreide, Duitstalige versie voor het Schauspielhaus Zürich. Deze Elementarteilchen, die in de Duitse wereld breed werd geprezen en werd geselecteerd voor het prestigieuze Berlijnse festival Theatertreffen, is in juni op het Holland Festival te zien. Twee verschillende Johans, twee radicaal andere visies op Houellebecq. Tijd voor een vergelijkend warenonderzoek.

Houellebecq slaat zo aan bij theatermakers omdat hij een vernietigende beschrijving geeft van de westerse maatschappij sinds de culturele revolutie van de jaren zestig. Dat sluit aan bij het heersende neoconservatieve anti-sixtiesgevoel, waarbij vooral de catastrofale effecten worden benadrukt van de enorme toename van vrijheid: eenzaamheid, echtscheidingsgolf, losgeslagen kinderen, failliet van de liefde en het geloof, dictatuur van de begeerte-industrie die jong, mooi en seksueel actief zijn verheerlijkt. (Simons: ,,Je zou maar een dikke, zweterige man zijn in deze tijd, dan ben je mooi in de aap gelogeerd.'') Goed materiaal dus om een theaterzaal vol kinderen van de jaren zestig op de kast te jagen.

Doesburg: ,,Houellebecq legt de vinger op de zwerende wonde van deze tijd, en hij verwoordt op moderne wijze de grote vragen. Ik herkende het boek feilloos, Houellebecq beschrijft tot in de details mijn jeugd in de jaren zeventig. Zijn hoofdpersonen zijn even oud als ik.'' Sophie Kassies: ,,Wat ik herkenbaar vond was de meisjesverwarring uit die tijd. Je moest seksueel shoppen, en je tegelijkertijd aan de enige ware binden.''

Elementaire deeltjes gaat over twee broers. Michel is een bèta, een nerd, een celbioloog zonder begeerte. Bruno is een alfa, een gefrustreerde rokkenjager, slaaf van zijn begeerte. Ondanks hun extreme karakterverschillen hebben ze veel gemeen: ze haten de moderne wereld, ze zijn nauwelijks in staat om zich te binden, en als ze toch de liefde van hun leven vinden, gaat deze voortijdig dood. Bruno eindigt in het gekkenhuis, Michel vindt de nieuwe mens uit, die door genetisch geknutsel wel behept is met empathie en voorstellingsvermogen, volgens hem typisch vrouwelijke eigenschappen. Zijn slogan, ontleend aan een kreet in de catalogus van een postorderbedrijf, is dan ook: ,,De toekomst zal vrouwelijk zijn.''

Autist

Twee extremen, altijd handig op het podium. Maar als de broers samenzijn, spreken ze elkaar niet tegen, ze vullen elkaar naadloos aan. Hun dialogen zijn hoe dan ook zeer ongeschikt voor toneel. Het zijn bladzijdenlange betogen over deze maatschappij. Sophie Kassies: ,,Ik heb me ook wel afgevraagd: hoe kan ik van die autist Michel in godsnaam een toneelpersonage maken.''

Doesburg maakt ,,een soort houtskoolschets van het boek'', een montagevoorstelling in veertig korte scènes. Razendsnel schakelt hij van het ene tafereel naar het andere, in een rommelig werk-in-uitvoering-decor dat wordt gedomineerd door een hoge steiger. Veel scènes worden met camera's ter plaatse gefilmd en op schermen vertoond. Doesburgs spelers geven de scènes veel ruwe energie mee. Het raamwerk van het boek is deels ingevuld door gestolde improvisaties van de acteurs. Doesburg: ,,Zo betrek je de spelers meer bij de stof en verklein je de afstand tussen hen en de personages. Het geeft de voorstelling ook levendigheid. Wat plot betreft, is dit niet bepaald een Ibsen. Ik bied een wolk van ingrediënten aan, maar ik heb wel een grote lijn uitgezet: hoe de broers bij elkaar komen en weer uiteendrijven. De ankerpunten zijn de vrouwen: de twee geliefden en de moeder. Het stuk eindigt met drie sterfscènes.''

Doesburg probeert de rijkdom aan registers en dubbele bodems van het boek op toneel te vangen. Vooral de ontluisterend smerige en plastische scènes zijn aan hem besteed, al wordt deze openheid in bijvoorbeeld de seksscènes vooral gesuggereerd. De lichamen maken repetitieve seksuele bewegingen, maar raken elkaar niet aan. De jacuzzi-scène, waarin Bruno voor het eerst Christiane tegenkomt en waarin deze hem anoniem oraal bevredigt, wordt in een bak met een paar centimeter water in close-up gefilmd. Je ziet alleen gezichten die de scène beschrijven.

Johan Simons' Elementarteilchen is hiermee vergeleken een langzaam, behoedzaam kamerspel. Net als voorloper Gen is het een afstandelijke vertelvoorstelling. Waar die van Doesburg vuil, vol en beeldrijk is, is die van Simons schoon, leeg en woordrijk. Waar Doesburg zijn actrices allerlei wilde sixtieskleding aantrekt, dragen de acteurs van Simons nette, onopvallende kleding. Ze vertellen de verhalen samen, maar raken elkaar nauwelijks aan, waardoor de kortstondige, schaarse omhelzingen des te meer indruk maken. In zijn vorige ensceneringen experimenteerde Simons al met `tell, don't show.' Dat geldt bijvoorbeeld voor zijn Richard III en Anatomie Titus (ook op het Holland Festival te zien). Zijn abstracte, tamelijk lege decors hebben één bepalend element, in het geval van Elementarteilchen een houten vloer in de vorm van een golfplaat waarop de acteurs, vooral die met hoge hakken, slechts met moeite kunnen lopen.

Simons kiest nadrukkelijk voor de raamvertelling die het boek ook is: de nieuwe, perfecte mens – onsterfelijk, geslachtsloos, beheerst, gelukkig – vertelt over de laatste metafysische revolutie die hen gemaakt heeft tot wat ze zijn. Wat volgt is een korte socio-historische beschrijving van de laatste decennia van de twintigste eeuw. De `engelen' kijken glimlachend terug op de laatste jaren van de ongelukkige menssoort die aan de hunne vooraf ging, met een beetje heimwee naar de ruwe emoties die de oude mens regeerden. In Gen zegt een van de engelen: ,,Die oude lusten zou ik willen botvieren. Ik wil een geweldig geil verhaal vertellen, over een lelijk oermens uit de twintigste eeuw die zweterig en pokdalig zijn weg probeert te vinden.''

Centraal staan de twee liefdesverhalen uit het boek, die van Bruno en sekspartner Christiane, en die van de seksloze Michel die zijn versmade jeugdvriendin Annabelle op latere leeftijd terugvindt. Net als de liefde begint te bloeien, maakt de dood er een einde aan. De moeder van de broers (Chris Nietveld) komt ook aan het woord; zij verwaarloosde haar kinderen en stond ze af, om aan haar zelfontplooiing te kunnen werken. De moeder staat voor de egoïstische emancipatie van de jaren zestig.

Vakantiekamp

De liefdesverhalen vormen ook de basis van de Doesburg-versie; het zijn duidelijk de meest aantrekkelijke passages om voor toneel te bewerken. Simons en Doesburg hebben ook dezelfde sappige passages uit het boek gevist: het new age vakantiekamp, Bruno's wanhopig gluren naar naakte tienermeisjes onder de douche, de jacuzzi, de wellustige paaravonden.

De uitwerking is echter totaal anders. Doesburg laat die scènes vooral spelen, Simons laat ze navertellen. Bepalend is het perspectief. Ook Doesburg maakt gebruik van de raamvertelling. Bij hem presenteren drie van de laatste mensen op aarde een geschiedenisshow, waarbij zijzelf de algemene tussenpassages invullen. Omdat bij Simons het verhaal verteld wordt door de nieuwe mensen, en deze de toeschouwers ook als nieuwe mensen aanspreken, kijken we met hun milde blik vol mededogen. Kijk ze worstelen, is de boodschap, maar ze zijn wel onze scheppers.

Simons: ,,De afstandelijke, analytische manier van vertellen geeft de personages iets aandoenlijks. Ik zie Houellebecq veel positiever dan veel anderen. Ik heb hem een paar keer ontmoet, wat mijn visie overigens niet ondersteunde. Als je het boek leest, kun je niet anders concluderen dan dat Houellebecq een romanticus is. Hij laat zuivere liefde toe in zijn boek, de mensen houden echt van elkaar. Daarom is het des te schrijnender om te zien hoe ongelooflijk kwetsbaar dat geluk is.''

Het presenteren van de gelukkige nieuwe mens in zijn stuk had een interessant bijeffect, zegt Simons. ,,Een werkelijk gelukkig mens op toneel, dat hou je geen twee minuten vol. Niet als spelers en niet als publiek. Het is saai en ongeloofwaardig. Bovendien vinden veel toeschouwers de getoonde mensen afschrikwekkend: ze leven zonder emotietoppen, alles voelt gemiddeld, alsof ze zwaar aan de prozac zijn. Het effect van het perspectief van die toekomstige mens is dat de toeschouwer denkt: wij hebben het zo slecht nog niet. Dat is een troostrijke gedachte.''

Hoewel Doesburg meer oog heeft voor de harde, negatieve kanten van het boek, onderschrijft hij Simons' milde visie op Houellebecqs gedachtegoed. Doesburgs versie heeft als ondertitel zelfs: `Pleidooi voor liefde': ,,Natuurlijk, Houellebecq bijt, hij wil dat het pijn doet, dan blijft het je beter bij. Maar hij toont ook aan dat geborgenheid mogelijk is. Houellebecq is genadig.''

Zo slecht

Michel Houellebecq heeft aan Johan Simons laten weten dat hij zeer ingenomen is met diens zienswijze – waarschijnlijk ook uit weerzin tegen de vele negatieve reacties die zijn boek opriep – maar voor wie het boek heeft gelezen, blijft het een merkwaardige visie. Misschien gelooft Houellebecq echt in zijn nieuwe mens, maar de gedachte ,,zo slecht hebben we het nog niet'' spreekt op geen enkele wijze uit zijn boek. Elementaire deeltjes is bovenal een grote aanval tegen de erfenis van de jaren zestig; het verheerlijken van begeerte en andere primaire gevoelens, die volgens Houellebecq onder meer tot een onbeheersbare geweldscultuur hebben geleid.

Het is opmerkelijk dat Simons – die in het Duitstalige gebied juist geroemd wordt om zijn scherpe politieke voorstellingen over geweld – deze vernietigende visie op onze maatschappij laat liggen, en in plaats daarvan een warme, menselijke boodschap brengt die ons wil verzoenen met ons lot. Simons: ,,Daar ben ik het niet mee eens. Ik laat via het verhaal van de moeder wel degelijk de excessen van de jaren zestig en zeventig zien. Vrijheid blijheid leidt tot onverantwoordelijk gedrag. De bezoekers in Zürich hebben dat ook opgepikt. Na afloop werd er driftig gediscussieerd over de erfenis van de jaren zestig. Terwijl bij de Nederlandse versie, Gen, de mensen er vooral over struikelden dat ik klonen en soortveredeling zou idealiseren.''

Naar aanleiding van Gen zei critica Maartje Somers: ,,Johan Simons begint met een stapel geleerde boeken, discussies met biologen en natuurkundigen, en grote ambities om een veelomvattend tijdsbeeld op het toneel te krijgen waarin kunst en wetenschap hand in hand gaan. Maar als hij een eenzaam jongetje ziet, is hij verkocht.'' Blijkbaar is de drang van theatermakers om levensverhalen over mensen van vlees en bloed op het toneel te brengen zo sterk, dat de meer betogende of abstracte delen van het boek hiervoor moeten wijken. Herkent Johan Doesburg dit? Doesburg: ,,Zeker, dat eenzame jongetje heeft een enorme zuigende werking.''

Sophie Kassies: ,,Doesburg zat aan de biografische lijn te trekken, ik wilde er liever meer theorie in. Onder druk van hem heb ik bijvoorbeeld de moeder van de jongens in het script teruggezet.''

Doesburg: ,,Ik wil weten waar die jongens vandaan komen. Die moeder heeft nog gedanst met Sartre. Niet Sartres sterkste kant, trouwens.''

Naast het sociologisch-historische betoog bevat het boek ook veel voor alfa's moeilijk te volgen lessen in quantummechanica en celbiologie. Wat doe je daarmee op toneel? Neem bijvoorbeeld de theorie in het boek over de verstrengelde deeltjes die elk afzonderlijk geen vastomlijnde eigenschappen hebben. Maar zodra bij het ene deeltje een eigenschap door een meting wordt bepaald, krijgt het andere deeltje op dat moment precies de daaraan tegengestelde eigenschap. Of dat andere deeltje vlakbij is of aan de andere kant van het heelal, maakt niet uit. Het is niet moeilijk om in die deeltjes de twee tegengestelde broers te zien. Verder sluit dit aan bij Houellebecqs pleidooi voor menselijke verbondenheid, versus het isolement van het individualisme. Ook haalt hij de quantummechanica aan om te laten zien dat de bèta-wetenschappers, en niet de alfa-denkers, de wereld op z'n kop kunnen zetten en kunnen veranderen.

Johan Simons laat deze wetenschappelijke gedeeltes in zijn geheel links liggen: ,,Dat interesseert me minder.'' Doesburg en Kassies hebben wel geprobeerd om enige van Michels ideeën op het podium te brengen. Kassies schreef zelfs een uitgebreide scène waarin de spelers als jonge onderzoekers een interferometer uitleggen. Met dit ,,dubbele-spleet-experiment'' treden verschillende quantum-verschijnselen aan de dag. De interferometer heeft bundelsplitsers die het licht voor de helft doorlaten en voor de helft terugkaatsen. De manier van meten bepaalt of de lichtdeeltjes, de fotonen, zich als deeltjes gedragen, of als golfjes. De algemene les: de meting beïnvloedt dat wat je meet.

Kassies: ,,We hebben de spelers drie dikke readers met theorie meegegeven, maar uiteindelijk moet je van de stof toch vlees maken, om de toeschouwers te bereiken. Dus: samenvatten, verlevendigen, herkenbaar maken. Die hele scène met het dubbele-spleet-experiment hebben we tot mijn verdriet toch geschrapt. Het stond als een blok in die voorstelling, het haalde alle vaart eruit.''

Na de repetitie van vorige week vrijdag zegt Doesburg tegen de acteurs: ,,We hebben eraan gewerkt om een aantal scènes schoner te maken. Maar nu schiet dat te veel door, het wordt netjes, tegen het soap-achtige aan. De pathetiek ligt dan op de loer.'' Als voorbeeld noemt hij de scène waarin Christiane (Harriët Stroet) bij de eerste ontmoeting met geliefde Bruno meteen over het lichamelijk verval begint: ,,Jij moest je ook over mijn oudevrouwenpoesje heen zetten.'' Doesburg tegen Stroet: ,,Je illustreert dat iets te veel met je spel. Beter is als je wat afstandelijker tegen de rug van Bruno zou praten.''

Doesburg tobt nog met de vele ontluisterende seksscènes die het boek bevat: ,,Het liefst zou ik die nog meer stileren, ik ben zelfs geneigd om ze er helemaal uit te gooien, om misverstanden te voorkomen. Mijn voorstelling gaat niet over seks. Het gaat over dolende mensen die op zoek zijn naar geborgenheid en die niet krijgen.''

`Elementaire deeltjes' in de regie van Johan Doesburg, première morgen bij het Nationale Toneel, Den Haag. Tournee t/m 21 mei. Inl. 070-3181444 of www.nationaletoneel.nl.

`Elementarteilchen' in de regie van Johan Simons op het Holland Festival 21-23 juni Muziekgebouw, Amsterdam. Inl. 020-7882000 of www.hollandfestival.nl.

Margot Dijkgraaf interviewt op 25 maart (15u) Johan Simons en Johan Doesburg in Bellevue, Amsterdam. Op 28 april (15u) is er ook een Houellebecq-middag in de Koninklijke Schouwburg in Den Haag.