Het beeld

Nu de Nederlandse militairen terugkomen uit Irak, kan de televisie beginnen aan de verslaggeving van hun wederwaardigheden. Op een paar reportages in Nova, Netwerk en het NOS Journaal na bleef het namelijk oorverdovend rustig in de media, ondanks twee gesneuvelde militairen en een gearresteerde marinier. Gisteren bracht de achtergrondrubriek Zembla (VARA) in de aflevering Oranje in Irak het nieuws dat schietincidenten zich gemiddeld twee tot drie keer per week voordeden. Dat werd niet eerder bekend, omdat slechts sporadisch een Nederlandse journalist de provincie Al-Muthanna bezocht.

Samensteller Hans Hermans kampte met het probleem van gebrek aan beeldmateriaal uit de woestijn. Hij loste het op door talking heads van instructeurs, manschappen, officieren en commandanten, die in Nederland voor de camera hun ervaringen rapporteren, af te wisselen met opzettelijk scheve projecties van vermoedelijk niet-journalistiek videomateriaal. In een andere terugblik, het tweeluik Onze jongens van Thom Verheul en Josine Olgers, waarvan Dokument (NCRV) maandag het eerste deel uitzond, ligt de nadruk op de angsten van het thuisfront. Ook Verheul en Olgers doorspekken het met van de militairen geleende beelden van pantserwagens die de zonsondergang tegemoet rijden.

Ter vergelijking: de BBC vertoonde de afgelopen weken de documentaireserie Soldier, husband, daughter, dad over een Brits regiment in Basra. Ook daarin zorgen achterblijvers binnen en buiten de kazerne voor dramatisch contrast, maar de hoofdmoot vormt een documentair verslag van de militairen te velde. Vermoedelijk maken angst, verzekering en geld het verschil uit.

Openheid en dus moed kun je de militairen voor de camera van Zembla niet ontzeggen. Groter nieuws dan de schietpartijen en de al eerder gemelde relatief goede relatie met de plaatselijke bevolking, vond ik de verbazing over cultuurverschillen die in het stemmenconcert doorklonk.

Lessen culturele antropologie en niet-westerse sociologie behoren kennelijk niet tot de voorbereiding van de troepen. ,,Je weet totaal niet wat je zult aantreffen'', bekent een opperwachtmeester. Een politie-instructeur ontdekte dat ieder huishouden een kalasjnikov heeft, en dat ze helemaal niet doen aan veiligheidsmaatregelen. Een ander probleem vormde het verschil in hygiëne: ,,Hun zijn gewend hun behoefte in een gat boven de grond te doen, ze tillen zo hun jurk op'', leerde een instructeur. Het gevolg was dat er veel naast de pot van de mobiele toiletten terechtkwam. Elke dag opnieuw moest hij dus bevelen: ,,Schoonmaken die handel!''

Een blonde vrouwelijke collega doceerde ethiek aan Iraakse politiemensen. Ze gaf een les over discriminatie, en haalde er dan ook de positie van de vrouw bij: ,,Heel apart om dat in Irak te geven!''

Conclusie: het inburgeren is niet meer beperkt tot mensen die ons land in willen. Normen en waarden worden nu ook geëxporteerd door het Nederlandse leger bij de ontwikkelingssamenwerking met door onze bondgenoten bevrijde moslimviezeriken.