Fiscale hulp voor vrouwen

Om vrouwen financieel te prikkelen over te stappen van een deeltijdbaan naar een voltijdbaan, moet de overheid de kinderbijslag verminderen of afschaffen. En juist de combinatiekorting verhogen, een aftrekpost die werkende ouders van de fiscus krijgen. Die suggestie doet De Nederlandsche Bank (DNB) in zijn Kwartaalbericht.

Uit een internationale vergelijking blijkt dat de belastingdruk in Nederland meer dan in andere landen vrouwen belemmert bij het uitbreiden van hun werkweek van deeltijd tot naar voltijd. Met name vrouwen die overstappen van een halve of een tweederde baan naar een volledige baan ondervinden deze zogenoemde `doorstroomval'. In onder meer Noorwegen, Groot-Brittannië, de Verenigde Staten, Zweden en Zwitserland is het voor vrouwen fiscaal aantrekkelijker dan in Nederland om voltijds te gaan werken.

In Denemarken, Duitsland en België zijn de fiscale prikkels minder gunstig, maar toch werken vrouwen daar aanzienlijk meer uren in Nederland. DNB concludeert dat ook andere overwegingen een rol spelen bij het bepalen van het aantal werkuren. Zo is bekend dat een voltijdbaan voor moeders door 40 procent van de Nederlandse vrouwen en 50 procent van de mannen als nadelig wordt gezien voor het gezinsleven. In andere landen is de houding tegenover buitenshuis werkende moeders positiever. DNB constateert verder een gebrek aan goede en goedkope voor- en naschoolse kinderopvang.

DNB is geen voorstander van navolging van het zogenoemde `Zweedse model', waarbij de kinderopvang volledig door de overheid wordt geregeld en betaald. In plaats daarvan zou de overheid beter de marginale belastingdruk voor `tweede verdieners' kunnen beperken. Het verhogen van de combinatiekorting, die tot doel heeft de combinatie van arbeid en zorg te stimuleren, maakt het voor werkende ouders met jonge kinderen mogelijk om zelf kinderopvang in te kopen, zo stelt DNB. Om de overstap naar voltijdbanen aantrekkelijk te maken zou de toekenning van (een deel van) de combinatiekorting gebaseerd moeten worden op de lengte van de in het arbeidscontract overeengekomen werkweek.