Er ligt een paardenkop in je bed (Gerectificeerd)

De Amerikaanse maffia kwam tot bloei door de slechte integratie van Italianen in de Nieuwe Wereld, en door het nationale verbod op alcohol. Het ging mis, toen de bazen eenmaal op televisie kwamen.

Las Vegas is allang niet meer `hun' stad, maar afgelopen week deed de Amerikaanse maffia er weer even van zich spreken. De gepensioneerde agenten Louis Eppolito en Stephen Caracappa werden in de gokstad gearresteerd. In de jaren tachtig en negentig waren ze gevierde crime busters van de politie in New York, maar recent was bekend geworden dat ze onder diensttijd ook vuile karweitjes opknapten voor maffia-baas Anthony Casso. In zijn opdracht zouden ze zeker acht moorden hebben gepleegd. Maandelijks verdienden ze enkele duizenden dollars bij. The New York Times omschreef hun dubbelleven als een van de schokkendste corruptiezaken in de geschiedenis van de stadspolitie.

Eppolito is de interessantste van de twee. Als kleinzoon en zoon van leden van de notoire Gambino-clan gold hij tot nu toe als lichtend voorbeeld van iemand die erin was geslaagd te breken met een familietraditie van criminaliteit en carrière te maken als wetshandhaver. Over zijn loopbaan publiceerde hij een deugdzame autobiografie onder de titel Mafia Cop: The Story of an Honest Cop Whose Family was the Mob. Na zijn pensionering begon hij in Las Vegas een nieuw leven als acteur, met een bijrolletje in de maffiafilm Goodfellas. In zijn memoires schrijft hij dat Robert De Niro hem tips gaf over de mimiek van echte maffiosi. Sinds vorige week weten we dat die overbodig waren: hij was en bleef ervaringsdeskundige.

Met zijn succesvolle doorstart als acteur leek hij te beseffen welke kant het opgaat met de Italiaans-Amerikaanse onderwereld: omlaag. Na de arrestatie van en het geruchtmakende proces tegen de laatste grote capo, Johnny Gotti, in de jaren negentig werd het stil rond de maffia. In Hollywood en op televisie was de mob echter populairder dan ooit, getuige het succes van de zwart-komische televisieserie The Sopranos, met de onnavolgbare Tony Soprano als suburbaan gezinshoofd, manager van een afvalbedrijf en maffiabaas die zijn demonen van zich afpraat bij de psychiater. Eppolito had het dus goed gezien: de toekomst van de maffia ligt in de vermaaksindustrie.

De eerste helft van de twintigste eeuw geeft de opkomst van de Amerikaanse maffia te zien, de tweede helft toont de neergang, schrijft Thomas Reppetto in American Mafia. A History of its Rise to Power. De neergang zet hij weg in een korte epiloog, waarin hij terecht stelt dat van een regelrechte `val' geen sprake is. De maffia bestaat nog steeds, al is van haar macht vrijwel niets meer over. De tijd dat Amerikaanse capi het nachtleven van Chicago in handen hadden, of de haven van New York, is voorbij. Ruim vijftig jaar geleden besteedde een commissie van het Congres enkele maanden aan het ontrafelen van de organisatie en het blootleggen van de macht van de maffia. De verhoren, die in 1951 live op televisie werden uitgezonden, markeerden het begin van het einde van de maffia. Door de publieke verontwaardiging die het gevolg was van de hoorzittingen voelde de federale overheid zich genoodzaakt in te grijpen. Het nationale syndicaat, de top van de plaatselijke misdaadorganisaties, werd aangepakt. De verdergaande integratie van de Italianen in de Amerikaanse samenleving en de economische schaalvergroting vanaf de jaren zestig, met de opkomst van machtige, legale, concurrenten, deden de rest.

Beter leven

De opkomst van de Amerikaanse maffia speelt zich af tegen het decor van de Italiaanse emigratie. Van 1880 tot 1920 staken miljoenen Italianen, overwegend afkomstig uit Napels, Calabrië en Sicilië, de Atlantische Oceaan over, op zoek naar een beter leven. Vrijwel allen vestigden zich aanvankelijk in steden aan de Noordoostkust, van Boston tot Baltimore, in New Orleans in Louisiana of in Chicago in het Midden-Westen. De ongeschoolde arbeiders vonden er werk in de mijnbouw of metaalindustrie. Sommige avonturiers belandden in de misdaad, een enkeling trad toe tot de georganiseerde criminaliteit.

De maffia maakte in Amerika een kans als gevolg van de moeizame integratie van deze Italianen. Door de taalbarrière, de enorme culturele verschillen en de beperkte economische mogelijkheden bleven de Italiaanse nieuwkomers meer dan voorgaande immigranten aan elkaar klitten. Ze betrokken krotten in de schrale stadswijken, bleven trouw aan hun moedertaal en stonden argwanend tegenover de autoriteiten. Een sterk punt in zijn boek is dat Reppetto de mythe doorprikt van een hechte band tussen de Italiaanse en Amerikaanse maffia. De misdadigers in de Nieuwe Wereld haalden hun voorbeelden niet uit hun vaderland, maar dichter bij huis: door de misdaadbendes van Ierse en joodse immigranten te imiteren die ze in hun omgeving aan het werk zagen.

Reppetto onderscheidt vier fasen in de opkomst van de maffia. Eerst komt de overname van het prostitutiebedrijf in Chicago en de gokindustrie in New York. Na de drooglegging van Amerika in 1920 volgt de infiltratie van bars, restaurants, brouwerijen en distilleerderijen. Als gevolg daarvan zien we de opkomst van grote leiders die als schaduw-burgemeesters over hun steden heersten. Ten slotte komen er nationale bijeenkomsten en de daarmee samenhangende uitbreiding van het territorium van maffiosi.

In zijn voorwoord belooft Reppetto `meer dan alleen een misdaadverhaal' te vertellen. Hij heeft de ambitie om aan de hand van de maffia een beeld van de Amerikaanse samenleving schetsen, `met voorbeelden van het functioneren van machtsgroepen in politiek, regering, ambtenarenapparaat en zakenwereld'. Daarin slaagt hij bij de ene periode beter dan bij de andere. De eerste fase, toen Amerikaanse stadsbesturen met hun handen in het haar zaten wegens de kleinschalige maar wijdverbreide criminaliteit van Italiaanse misdaadgroepen, heeft duidelijk zijn voorkeur. In New York reageerde de politieleiding op de misdaadgolf met het aanstellen van Italiaans sprekende rechercheurs. Reppetto's held is de onverschrokken Joseph Petrosino, een vindingrijke undercover agent die onderscheid wist te maken tussen Napolitaanse en Siciliaanse bendes. Petrosino was ook de eerste die zich inleefde in de karakterstructuur van de misdadigers. Hij besefte dat dreigen met arrestatie, tot die tijd een vaak toegepaste tactiek om potentiële criminele elementen ervan te weerhouden zich nog op het slechte pad te begeven, bij de Italianen averechts werkte: degenen die dit overkwam verhuisden naar een ander deel van de stad, waar ze hun onwettige activiteiten met nieuwe energie voortzetten.

Schurkenpantheon

In de tweede en derde fase deden legendarische maffiosi van zich spreken: Al Capone in Chicago, Lucky Luciano en Frank Costello in New York. Het waren schilderachtige figuren, die door hun exorbitante levensstijl en meedogenloze karakter een blijvende plaats in het Amerikaanse schurkenpantheon hebben verworven. Helaas zijn hun portretten bij Reppetto flets uitgevallen, en zijn `ambachtelijke' oordeel over hen is opvallend negatief. Zo trekt hij over Capone de volgende conclusie: `Bij een objectieve evaluatie van hem als bendeleider zou hij naar voren komen als een voorbeeld van hoe het niet moet.' Helaas wordt niet duidelijk hoe je je als bendeleider volgens Reppetto dan wel diende te gedragen; een geslaagd voorbeeld geeft hij niet.

Mogelijk heeft dat te maken met de achtergrond van de auteur. Reppetto is een voormalige agent uit Chicago die zich in de jaren zeventig opwerkte tot hoogleraar strafrecht in New York. Hij schreef eerder een geschiedenis van de politie in die stad. De maffia heeft vooral zijn interesse wegens de reacties die de organisatie opriep bij de wetshandhavers. Die maakten volgens hem lange tijd de fout zich te concentreren op de grote leiders in plaats van op hun organisaties, met voorspelbare gevolgen: `De ene campagne na de andere eindigde met een bendeleider die naar de gevangenis ging, een opvolger die zijn plaats innam, en misdaadpraktijken die gewoon doorgingen.'

Bergafwaarts met de maffia ging het volgens hem pas nadat de organisaties na de verhoren van senator Kefauver in 1950 werden aangepakt. Deze conclusie staat overigens haaks op die van Gay Talese in zijn klassieke Honor Thy Father (1971). Daarin betoogde Talese dat juist het gebrek aan leiderschap bij een nieuwe generatie maffialeiders de oorzaak was van hun ondergang. Hoe dan ook, enkele jaren later kreeg de onderwereld met de Godfather-film nummer 1 voor het eerst geduchte concurrentie van de nieuwe, virtuele maffia. De georganiseerde misdaad onder leiding van Italiaans-Amerikanen nam in de jaren zeventig snel in betekenis af. Tegelijkertijd begon de greep van de misdaadorganisatie op de collectieve verbeelding een onstuitbare opkomst. Het wachten is op de film waarin de avonturen van Louis Eppolito worden nagespeeld.

Thomas Reppetto: De Amerikaanse Maffia. Een geschiedenis. Vertaald uit het Engels door Albert Witteveen. Anthos, 306 blz. €19,95

Rectificatie

In de bespreking van `De Amerikaanse maffia' (Boeken, 18.03.05) heeft de redactie een fout gemaakt. In het stuk staat dat Robert de Niro de oud-politieman Louis Eppolito bij de opnames van de film Goodfellas tips gaf over de mimiek van maffiosi. Het was andersom: Eppolito, die familiebanden had met de Gambino-clan, gaf De Niro aanwijzingen over de mimiek van maffiosi.