Diplomaat-minister huiverig voor hardheid

Een verdwaalde diplomaat, stond er boven een bespreking die een liberale partijgenoot over zijn tien jaar geleden gepubliceerde memoires schreef.

De woensdag op de leeftijd van 80 jaar overleden oud-minister van Buitenlandse Zaken (1977-1981) namens de VVD, Chris Albert van der Klaauw, zag dat kennelijk zelf ook zo. Want hij gaf zijn memoires niet alleen de titel Een diplomatenleven, maar hij maakte in die terugblik ook almaar duidelijk dat het politieke spel hem als ervaren diplomaat vreemd en eigenlijk vaak zelfs onaangenaam was.

Lezend in die memoires vraag je je trouwens toch af wat de toenmalige VVD-leider Wiegel bezielde toen hij Van der Klaauw eind 1977 vroeg minister te worden in het na een zeer lange formatie verrassenderwijs gevormde centrum-rechtse kabinet-Van Agt. Wiegel heeft in veel opzichten briljant geopereerd in de formatie van 1977, maar raadselachtig was de keus van deze bewindsman. Die zei ja, mede omdat hij dacht dat zijn werk als minister ,,toch niet zo verschillend was van het werk dat ik als diplomaat had gedaan''. Dat zou nog stevig tegenvallen, ook voor hem zelf, want zijn ministerschap werd de droeve mislukking van een aimabel mens.

Zomer 1977 is Chris van der Klaauw na een mooie diplomatieke loopbaan, langs stations als Boedapest, Oslo, de NAVO in (toen nog) Parijs, Rio de Janeiro, en VN-posten in New York en Genève, net door minister Van der Stoel benoemd tot directeur-generaal Europese samenwerking (DEGS) wanneer L.J. Brinkhorst, nu minister van Economische Zaken, hem uitnodigt voor een gesprek thuis.

Brinkhorst is even eerder, na de breuk in het kabinet-Den Uyl, op Buitenlandse Zaken vertrokken als staatssecretaris Europese Zaken. Maar hij is ervan overtuigd dat er dat jaar een tweede kabinet-Den Uyl zal komen en dat hij zijn werk dan weer zal hervatten. Hij is vast van plan dat dan met meer bevoegdheden te gaan doen, en wil Van der Klaauw daarover alvast inlichten. ,,Het was een interessant en vriendelijk gesprek, maar ik verliet hem met een gevoel van huivering over de hardheid en het invechten die de politiek blijkbaar kenmerken'', schrijft Van der Klaauw in zijn terugblik.

De arme debutant, die geen politieke ervaring heeft en tot dan vooral in het buitenland heeft gewerkt, krijgt als minister voortdurend de volle laag. Het kabinet-Van Agt rust op een heel kleine nominale meerderheid (2 zetels) van CDA en VVD, terwijl de CDA-fractie bovendien twee handen vol zogenoemde loyalisten kent, die eigenlijk liever een tweede kabinet-Den Uyl hadden zien ontstaan. De linkse fracties in de Tweede Kamer, Den Uyl voorop, voelen zich bestolen door de afloop van de kabinetsformatie en voeren een verbitterde oppositie.

Op het bord van de nieuwe minister wisselen loodzware en gevoelige kwesties elkaar in hoog tempo af: de geplande levering van onderzeeboten aan Taiwan en nucleair Urenco-materiaal aan Brazilië, de neutronenbom, de kruisraket – het is maar een greep. Van der Klaauw, die door een oogafwijking vaak met een scheef hoofd leest en spreekt en daarmee als scholier al werd gepest, krijgt het in heftige debatten in de Tweede Kamer moeilijk.

Veel te moeilijk soms, wat hij in zijn memoires ronduit toegeeft. Als hij dan eens volgens de progressieve catechismus kan ,,scoren'', zwijgt hij, zoals zijn PvdA-criticus Ter Beek verbaasd opmerkt (,,Maar Chris, daarmee had je kunnen scoren.'' Van der Klaauw daarop: ,,Dat is het nu juist, het gaat mij niet om het scoren maar om het beleid.'')

Na zijn harde jaren als minister was Van der Klaauw nog ambassadeur in Brussel en Lissabon. Dat beviel hem veel beter en dat verbaasde niet.