De dood van een handelsreiziger

Een icoon dreigt een gevallen ster te worden.

En de neergang wordt tot in Nederland gevoeld.

Autofabrikant General Motors was lang een kapitalistisch icoon, een schoolvoorbeeld voor managers die bij Alfred P. Sloan, GM's befaamde baas, de kunst kwamen afkijken. Toen een van Sloans opvolgers in 1953 minister van Defensie werd, zei hij: wat goed is voor Amerika, is goed voor General Motors en andersom.

Ruim twintig jaar later kwamen de eerste oliecrises en de Japanse auto's.

Afgelopen week piekten de olieprijzen op een nieuw record en kwam General Motors met een winstwaarschuwing die de financiële markten in mineur bracht. De obligaties van General Motors en diens financieringsmaatschappij GMAC dreigen de status van gevallen ster te krijgen: een zogeheten BBB-beoordeling van de adviesbureaus die de kredietwaardgheid van bedrijven en overheden beoordelen. Een BBB-oordeel betekent op de markt: je obligaties zijn junk.

General Motors heeft zo'n 116 miljard dollar aan obligaties uitgegeven, waarvan veruit de meeste door GMAC. De grote beleggers in deze effecten zijn de gebruikelijke beheerders van de grootste kapitalen ter wereld, zoals obligatiebelegger Pimco, vermogensbeheerders Capital Group en Vanguard, en verzekeraars als AIG en Metropolitan Life. Op de tiende plaats op het lijstje van de grootste beleggers in obligaties van GMAC, dat de Financial Times vorige week publiceerde, staat Aegon Investment Management met 234 miljoen dollar obligaties. Aegon wil daar verder niets over kwijt.

Zoals meer lokale verzekeraars beleggen de Amerikaanse Aegon-dochters massaal in obligaties, niet in aandelen. Obligaties van bedrijven zijn favoriet, die geven meer rendement. Maar als het kredietoordeel van de adviesbureaus voor deze obligaties naar junk wordt verlaagd, is Leiden in last. Dan moeten de beleggers hun effecten verkopen, omdat zij geen junk mogen bezitten en dan gaan die effecten tegen soms afbraakprijzen de deur uit.

Beleggers konden de val van General Motors zien aankomen. Dat was bijna drie jaar geleden met telefoonbedrijf Worldcom wel anders: de boekhoudfraude reduceerde de obligaties in een oogwenk tot junk. Dat kostte Aegon toen zo'n 200 miljoen dollar. Maar het Worldcom-debacle heeft dezer dagen nog een zoete nasleep. De miljarden dollars, die Worldcoms banken waaronder ABN Amro op tafel leggen als schikking in rechtszaken van beleggers, komen deels ten gunste van de obligatiebeleggers.

En wie profiteert mee? Aegon.