De andere vrouw

Een zwarte soulzangeres deelde haar naam met een schatrijke blanke erfgename. Tweemaal Doris Duke. Wie van die twee is het fantoom?

Misschien dat u hier eens over na wilt denken. Met behulp van een paar goede klokken in twee elkaar in tegenovergestelde richting passerende treinen is het mogelijk om tijd aan snelheid te relateren. Dan is het misschien ook zo dat je aan de hand van de levensverhalen van twee elkaar in de grote Amerikaanse nacht passerende vrouwen met dezelfde naam eindelijk een fatsoenlijk antwoord kunt krijgen op de door Shakespeare als retorisch afgedane vraag `what's in a name?'

Ik heb het altijd nogal aanmatigend gevonden van de grote bard om te veronderstellen dat een roos net zo lekker zou ruiken als hij stinkzwam zou heten of scheet, en iedereen weet hoe vervelend het is als iemand je naam verkeerd zegt en je gedwongen wordt de zaak stotterend te corrigeren. Vervelend, vernederend, vervreemdend – alsof je plotseling een andere neus of kleur haar hebt gekregen, een horrelvoet, of dat er een paar hoofdstukken uit je levensverhaal onleesbaar zijn gemaakt. Hoe je heet is wie je bent en een roos is een roos is een roos en niet iets anders.

In een naam zit 'm het verschil tussen twee levens.

Aanvankelijk kende ik maar één Doris Duke. Een zangeres van wie in 1970 een door het prettig gestoorde rhythm & blues-genie Jerry Swamp Dogg Williams geschreven en geproduceerde elpee verscheen, die algemeen geldt als het eerste en nog altijd een van de beste conceptalbums uit de soulmuziek. Een voorloper van gelijksoortige themaplaten van onder meer Irma Thomas, Shirley Brown, Millie Jackson en Marvin Gaye.

In twaalf nummers wordt op I'm A Loser een vrouwenleven geschetst dat niet alleen niet over rozen gaat maar over doornen zo groot als neushoorn-hoorns. `He's gone', `Ghost of myself', `How was I to know you cared?', `Divorce Decree', `To the other woman (I'm the other woman)'. De songtitels alleen al spreken boekdelen, of eigenlijk een paar jaargangen aan soaps, en in een lied als `I dont care anymore' gaat het binnen drie minuten van werkloosheid via mishandeling en armoede tot aan prostitutie. Geen picknick. Ongeluk als de enige vorm van geluk die haar vergund was. ,,I married a man who treated me like he bought me by the pound.''

De in gospel en achtergrondkoortjes geschoolde, licht theatrale, nasale stem van Doris Duke verraadt pijn, verlangen, woede – echter niet zonder trots, en met behoud van waardigheid. Ze heet tenslotte niet voor niets Duke, een naam met een familiewapen, en iets stoers en uitdagends in de naklank.

Eerste huwelijk

Uit het boekje bij de recente cd-heruitgave van dit lang zeldzaam gebleven kleine meesterwerk blijkt echter dat deze Doris helemaal niet Duke heette, maar van huis uit Curry, of, gedurende haar eerste huwelijk, Willingham. Haar `Duke' had ze afgekeken van een andere Doris: de schatrijke enige erfgename van tabaksmagnaat James Buchanan `Buck' Duke. En het leven van deze Doris Duke had niets maar dan ook niets gemeen met dat van haar zelfbenoemde naamgenoot, en zeker niet met dat van het personage dat haar stem zo dramatisch gestalte had gegeven op de elpee I'm A Loser. Behalve dan dat het daarin ook ritselde van de doornen, zij het vergulde.

`Trust no one', waren de laatste woorden die haar vader op zijn sterfbed tegen haar zei. Een sterfbed dat, naar later bleek, met zorg was opgemaakt door haar moeder Nanaline, die haar aan longontsteking lijdende echtgenoot dagenlang zonder dekens onder een open raam in de vrieskou had laten slapen, terwijl zij zelf onder een stapel bontjassen naast hem lag te wachten tot hij zijn laatste adem zou uitblazen. Toen dat eenmaal gebeurd was, was Doris dertien jaar oud, een lattige één meter tachtig lang, en tot haar grote verdriet voorzien van een kin waar een vliegtuig op kon landen. Ook zou het nog jaren duren voordat zij het juridische gevecht met haar moeder over het beheer van de erfenis zou winnen, maar toen had ze ook wat al was het dan niet zoveel als het vóór de grote crash waard was.

Rijk zijn tijdens de Grote Crisis was een hard gelag. De ultra-luxe levensstijl waartoe je veroordeeld was, werd je niet in dank afgenomen. Als society-diva was je de prooi van pers en publiek die alles wat je deed even fascinerend als verwerpelijk vonden. Daar konden geen charitatief bestede miljoenen tegenop.

Om aan de wurggreep van haar moeder te ontkomen trouwde ze op haar 23ste, met een andere miljonair, van wie ze een dochter kreeg die al na een dag stierf. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werkte ze als vrijwilligster in een marinekantine in Egypte. In Europa ontmoette en trouwde ze daarna de Dominicaanse diplomaat en internationale playboy Porfirio `Ruby' Rubirosa, wiens achternaam wegens de afmetingen van zijn lid in Parijse restaurants lange tijd een ander woord werd voor `pepermolen'. Na een jaar stapte Ruby met zijn pepermolen over op een andere Million Dollar Baby, Barbara Hutton.

Daarna sloeg Doris Duke aan het zwerven. Ze trok op met Masai-krijgers in Afrika, zong in een gospelkoor in Alabama, ontwikkelde zich als jazzpianiste, liet een paleis bouwen op Hawaï en had tussendoor stormachtige liefdesaffaires met een olympische surfkampioen, met Generaal Patton, Errol Flynn en Elvis Presley.

En we zijn er nog lang niet.

In oktober 1966 rijdt ze al dan niet per ongeluk haar eigen binnenhuisarchitect dood en start ze haar carrière als grootschalig begunstigster van de kunsten. Ze adopteert twee kamelen en begint een lesbische verhouding, eerst met een Hare Krishna-volgelinge en ex-buikdanseres in wie ze de reïncarnatie ziet van haar als baby gestorven dochter, en daarna met Imelda Marcos.

Toen haar gezondheid het begin jaren negentig liet afweten, begon haar butler, een alcoholische Ier met wie ze intieme betrekkingen onderhield, haar af te schermen van de wereld, te beginnen met haar eigen familie, en toen ze oktober 1993 op tachtigjarige leeftijd aan een overdosis morfine overleed, werden er direct beschuldigende vingers in zijn richting gewezen. Na haar begrafenis, ergens op zee, verfde de butler – die door haar was aangewezen als bewindvoerder van de talloos vele miljoenen waard zijnde Doris Duke Charitable Foundation – zijn haar en maakte er een gewoonte van in de haute couture van zijn voormalige werkgeefster rond te lopen.

Witte schaduw

Ik weet dat feiten bij elkaar opgeteld een leugen vormen, maar voor de juistheid van het bovenstaande sta ik in. Alles met betrekking tot deze Doris Duke staat opgetekend in de ruim vijf biografieën die er inmiddels aan haar bizarre leven zijn gewijd. Wat ik echter nergens heb kunnen vinden is een beschrijving van het moment, begin jaren zeventig, dat iemand haar de elpee van die andere Doris Duke in handen drukte, en ze op de hoes onder die naam, háár naam, en naast de titel I'm A Loser, het portret zag van een stevige zwarte vrouw.

Het is mogelijk dat ze direct begreep dat deze zangeres in de wanhopige veronderstelling had verkeerd dat de bekendheid van de naam Doris Duke haar carrière zou helpen, maar ik denk eerder dat zich op dat moment een afgrond onder haar heeft geopend. Ik denk dat ze, toen ze haar naam op die hoes las en ondertussen naar die songs luisterde over een leven geleefd aan de andere kant van de spoorlijn en verklankt met het diepe emotionele realisme van de soul dat ze toen heeft gevoeld dat ze hier te maken had met de enige echte Doris Duke. Dat zij, de wereldbereisde blanke geld-aristocrate voortaan niet meer zou kunnen zijn dan een fantoom, een blanke luchtspiegeling, een witte schaduw. De andere vrouw.

Overigens schijnt niemand te weten wat er met de zwarte Doris Duke is gebeurd. Naar verluidt heeft ze Swamp Dogg verweten dat hij er op I'm A Loser niet in geslaagd zou zijn haar `ware zelf' tot klinken te brengen. Niettemin heeft ze twee jaar nadien toch weer een plaat met hem opgenomen, die ook nog eens A legend in her own time heette maar lang niet het niveau haalde van haar debuut. In de jaren zeventig heeft ze sporadisch nog iets opgenomen, en in de jaren tachtig was er vanzelfsprekend een korte, gênante flirt met disco, maar dan houdt het spoor op. Er zijn geruchten dat ze ergens in New Jersey zou wonen en af en toe zou zingen op bruiloften en bij doopplechtigheden, maar veel geloof moeten we daaraan niet hechten.

Veel waarschijnlijker is het dat ze allebei tegelijk zijn verdwenen, de witte en de zwarte Doris Duke. Dat ze elkaar hebben opgeheven. Twee levens langzaam maar zeker tegen elkaar weggestreept.

Omdat je een naam nu eenmaal niet kúnt delen.

De cd `Doris Duke, I'm A Loser' verscheen op Kent, CDKEND 242.

Biografieën van de andere Doris Duke, onder meer: Ted Schwartz en Tom Rybak: `Trust No One, The Glamorous Life and Bizarre Death of Doris Duke'. Tom Valentine en Patrick Mahn: `Daddy's Duchess'. Pony Duke en Jason Thomas: `Too Rich: The Family Secrets of Doris Duke'.

In een naam

zit 'm het verschil

tussen twee levens

Ze adopteert twee kamelen en begint een lesbische verhouding