Boeken

Om op de valreep van de boekenweek nog het boekje van Jan Wolkers te bemachtigen, liep ik de boekwinkel binnen. Als het boekje tegenvalt, heb ik altijd nog de billen van Karina.

Ik ga graag naar boekwinkels, behalve tijdens boekenweken. Er hangt dan een koopkoorts tussen de boekenplanken die me afleidt van wat ik het liefst in zulke zaken doe: bladeren. Kopen is ook fijn, maar dat moet je pas doen na lang bladeren in veel boeken.

De ergste drukte was inmiddels voorbij, maar het was nog altijd te druk om literair proza van niveau te kunnen proeven. Gelukkig waren de signerende schrijvers vertrokken – die kunnen je altijd zo'n reusachtig schuldgevoel geven als ze eenzaam achter hun tafel zitten. Het lot van schrijvers wordt steeds droeviger, lijkt het wel, sommigen krijgen niet eens meer een kaartje voor het boekenbal. Ik voorzie een cartoon van Peter van Straaten of Stefan Verwey waarop een uitgever tegen een uitgebluste schrijver zegt: ,,Als je een tweede druk haalt, kunnen we aan kaartjes denken.''

Twee jonge vrouwen in mijn buurt schuimden de planken af op zoek naar iets licht verteerbaars dat tegelijk onvergetelijk zou zijn. Dat valt niet mee. De ene vrouw had meer gelezen dan de andere en wilde dat niet verbergen. Telkens nam ze een boek van de plank om het haar vriendin dwingend voor te houden: ,,Dit móét je lezen.''

Het werd de vriendin op den duur te machtig. ,,Ik geloof dat we elkaar niets moeten opdringen'', zei ze.

Ai. Ik liep haastig door, want net als kogels kunnen ook boeken je opeens om de oren vliegen. Bovendien was er een andere jonge vrouw die mijn aandacht opeiste. Zij liep kriskras door de zaak terwijl ze luidkeels in haar mobiele telefoon sprak. Haar toon was lijzig, met lange, hoge uithalen aan het einde van haar zinnen.

,,Diederik, ik sta hier in de boekwinkel en ik wilde wat voor je verjaardag ko-hopen, maar nou hebben ze dat boek niet meer dat je wilde hebben, dat van Roald Daa-haal.''

,,Koop maar wat? Maar straks vind je er niks a-haan, en wat heb je er dan a-haan?''

Ze bleef voor een tafel met boeken staan. ,,Knielen op een bed met vi-óóólen, is dat wat? Nee, Siebelink, schatje. Verzonnen? Ja, dat zal wel, maar dat geldt toch ook voor Roald Da-haal? Oké, ik kijk wel even verder.''

Ze ging op zoek naar de hardere non-fictie en kwam terecht bij Het einde van Johan van Oldenbarnevelt en Op schoot met Hitler. Haar vriend reageerde kennelijk nog steeds niet geestdriftig genoeg, want ze bleef langs de tafels en de schappen jagen. Ook ik begon buiten adem te raken, toen er opeens een oudere, mij onbekende dame voor me oprees.

,,U hier?'', vroeg ze stomverbaasd, alsof ze me betrapte achter de coulissen van een balletles voor prille meisjes. ,,Zijn er eigenlijk hier ook boeken van u?''

,,Eéntje'', zei ik, en ik kon het weten, want ik had hem net troostend toegesproken, zoals je met een kind doet dat geen vriendjes heeft.

,,Dat gaan we dan de volgende keer eens bekijken'', zei ze, en vriendelijk groetend spoedde ze zich naar de uitgang.