Slechte reputatie, interessante ideeën

Vijf weken geleden schreef ik in deze rubriek dat zelfs de grondwet van Israël de sporen van Carl Schmitts denken draagt. Dat was, in al haar beknoptheid, een vrij opzienbarende mededeling. Immers, de staatsrechtgeleerde Schmitt (1888-1985) wordt wel `Hitlers kroonjurist' genoemd, die in elk geval het geschrift Die deutsche Rechtswissenschaft im Kampf gegen den jüdischen Geist uit 1936 op zijn naam heeft staan.

Geen wonder dus dat ik verscheidende reacties op die opmerking kreeg. Een ervan was van puur feitelijke aard: Israël heeft helemaal geen grondwet. Dat is waar: de orthodoxe en vrijzinnige (seculiere) stromingen in Israël zijn het over principiële punten nooit eens kunnen worden. In 1950 heeft de Knesset daarna besloten van tijd tot tijd zogenoemde fundamentele wetten aan te nemen, die tezamen de plaats van een grondwet moeten innemen.

Maar dragen die fundamentele wetten dan de sporen van Schmitts denken? Wat was de bron van mijn opmerking?, luidde de vraag van andere briefschrijvers. Welnu, mijn bron was een interview dat Rob Hartmans in De Groene Amsterdammer van 21 november 2001 had met Theo W.A. de Wit, auteur van De onontkoombaarheid van de politiek: de soevereine vijand in de politieke filosofie van Carl Schmitt (Ubbergen, 1992).

De desbetreffende passage in dit interview luidt: Schmitts ,,slechte reputatie zorgt ervoor dat zijn ideeën wel worden opgepikt, maar dat de bron verzwegen wordt. Als extreem en pijnlijk voorbeeld noemt De Wit het feit dat bij de constitutionele inrichting van de staat Israël stiekem gebruik werd gemaakt van bepaalde geschriften van Schmitt.''

Uit nader onderzoek dat ik ondernam, bleek mij dat De Wit dit o.a. had ontleend aan het boekje van de joodse godsdienstwetenschapsman Jakob Taubes (1923-1987) Ad Carl Schmitt: gegenstrebige Fügung (Berlijn 1987) een boekje dat ik, nota bene, zelf in mijn boekenkast had staan en, blijkens potloodstrepen, ook had gelezen!

In dit boekje vertelt Taubes hoe hij, in 1949 aan de Hebrew University te Jeruzalem werkend, Schmitts Verfassungslehre (1928) nodig had. Hij vroeg het aan bij de bibliotheek, maar de dag daarna ,,kwam een dringend verzoek van het ministerie van Justitie: de minister, Pinchas Rosen, had het boek nodig om enkele moeilijke problemen uit te werken die gerezen waren bij het ontwerpen van de grondwet van de staat Israël'' (die het jaar tevoren gesticht was).

Weliswaar is dit geen bewijs dat die grondwet (die er nooit is gekomen) of de fundamentele wetten de sporen van Schmitts denken dragen, maar het geeft wel aan dat Schmitts werk, ondanks het verwerpelijke verleden van de auteur, ook in Jeruzalem en zo kort na `Auschwitz' op z'n minst bestudering waard werd geacht.

Behalve voor zijn Verfassungslehre geldt dit vooral voor een ander geschrift van hem, dat eveneens ruim vóór Hitlers machtsovername in 1933 uitkwam: Der Begriff des Politischen uit 1927 (een Nederlandse vertaling van de hand van Theo de Wit verscheen in 2001). In die jaren was de streng rooms-katholieke Schmitt, hoewel antidemocraat en antisemiet, nog tegenstander van Hitler, in zijn ogen een gevaarlijke plebejer.

Zijn overigens mislukte pogingen om bij Hitler in het gevlei te komen hij werd in 1933 lid van de partij en rechtvaardigde Hitlers moord op de SA-leiding en anderen in 1934 in een berucht artikel, getiteld Der Führer schützt das Recht hebben de betekenis van die eerdere geschriften niet aangetast. Prominente PvdA-denkers als Arie van der Zwan en Bart Tromp zijn dan ook niet bang zich er zo nu en dan op te beroepen.

Voorzover bekend heeft Taubes Schmitt nooit ontmoet, maar hij heeft wél met hem gecorrespondeerd. Deels werd hij daartoe gedreven door zijn fascinatie met het verschijnsel dat zulke intelligente mensen als Schmitt (Heidegger kan ook genoemd worden) zich door het nationaal-socialisme konden laten meeslepen, deels was het ook bewondering voor Schmitts denken.

Een andere joodse bewonderaar was de alom gerespecteerde Franse politieke filosoof Raymond Aron (1905-1983). In zijn Mémoires (1983) rekent hij Schmitt tot de grote Duitse denkers, hem met Max Weber gelijkstellend. Ze waren met elkaar in correspondentie, en Aron stuurde Schmitt zijn boeken. Hij zegt dat Schmitt geen `hitlérien' en ook geen lid van de NSDAP was. (Het eerste is waar Schmitt was aartsconservatief , het tweede niet.)

Maar terug naar Taubes. In zijn boekje Ad Schmitt zijn sporen van Schmitts denken te vinden. Zo wanneer hij, met Schmitt, stelt dat democratie en caesarisme geen tegenstellingen zijn. Al sinds Karl Marx' Der 18. Brumaire weten wij, zegt hij, dat de meerderheid geen garantie of bescherming biedt tegen dictatuur. ,,De democratie heeft op Hitler gestemd'', hoorde ik laatst George Steiner op TV5 zeggen, en zelfs heb ik weleens, niet beïnvloed door Schmitt of Taubes overigens, het fascisme een bastaardkind van de (massa)democratie genoemd. (Daarom wantrouw ik elke vorm van directe democratie, zoals referendum en gekozen minister-president.)

Liberaal was ook Taubes niet. Ik citeer: ,,Ik zou ook graag liberaal zijn, maar de wereld is niet zo dat men liberaal kan zijn. Dat gaat ten koste van anderen. De derde en vierde, de vijfde en de zesde wereld zijn helemaal niet liberaal en zullen met meedogenloze eisen tot ons komen. Wanneer men zich slechts op het liberale niveau van de democratie beweegt, merkt men niet wat er in de geschiedenis gebeurt.'' Iets voor het Liberaal Manifest?

Maar misschien moeten we ook niet te veel op Taubes afgaan. Een bespreker in de Times Literary Supplement van 2 juli jl. noemde hem ,,zo nu en dan briljant'', maar ook een plagiaris en charlatan. De filosoof Karl Löwith zou eens, gevraagd naar zijn oordeel over een van Taubes' boeken, hebben gezegd dat het voortreffelijk was, maar ,,dat is niet verrassend: de ene helft is van hem, de andere van mij''.

En uit de autobiografische roman Divorced die zijn ex-vrouw over hun huwelijksleven schreef, rijst ook niet een bepaald sympathieke figuur op, eerder een neuroot en huistiran. Een week na verschijning van haar boek, in 1969, pleegde zij zelfmoord. Maar ja, ook onaangename mensen kunnen weleens interessante gedachten hebben.