Recordhoogte olieprijzen

De olieprijzen breken records. In Londen steeg vanmorgen de prijs van Brent, de toonaangevende olie uit de Noordzee die 65 procent van de mondiale olieprijzen bepaalt, naar 55,24 dollar per vat, de hoogste prijs sinds Brent in 1988 in Londen wordt verhandeld.

Gisteren, op de dag dat de OPEC haar productieplafond verhoogde, doorbrak in New York de prijs van het toonaangevende West-Texas Intermediate (WTI) het record uit oktober 2004. De WTI steeg tot 56,46 dollar per vat. Vanmorgen kwam er in Singapore, waar op afstand in deze Amerikaanse olie elektronisch wordt gehandeld, nog eens 23 dollarcent bij. Nog nooit is de olie sinds die in 1983 op de termijnmarkt van New York wordt verhandeld nominaal zo duur geweest.

De Koeweitse olieminister, tevens president van de OPEC, zei gisteren dat de vraag naar olie structureel is toegenomen. Het oliekartel van elf olie-exporterende landen, dat bijna 40 procent van de mondiale olieproductie controleert, verhoogt per 1 april zijn productieplafond met een half miljoen vaten tot 27,5 miljoen vaten per dag en later mogelijk met nog eens een half miljoen. Daarmee draait de OPEC in feite de beslissing van december 2004 terug toen het kartel de productie met één miljoen vaten per dag verlaagde. In feite ontduiken OPEC-leden hun eigen plafond en produceren zij samen veel meer vaten ruwe olie per dag.

Overigens was de olie tijdens de tweede oliecrisis in 1979 aanzienlijk duurder – 80 dollar per vat – dan nu als wordt gecorrigeerd voor inflatie. Intussen is de westerse economie (inclusief Japan en Zuid-Korea) ook minder olieafhankelijk geworden. Maar toen waren China, en in mindere mate India, nog niet als prijsopdrijvende krachten op de mondiale oliemarkten verschenen.