Proces aanslag Air India: sikhs vrijuit

De twee verdachten in de Canadese rechtszaak over de bomaanslag op de Indiase luchtvaartmaatschappij Air India in 1985, waarbij 329 mensen omkwamen voor de kust van Ierland, zijn gisteren vrijgesproken.

Een rechtbank in Vancouver achtte het onbewezen dat de twee Canadese sikhs, Ripudaman Singh Malik en Ajaib Singh Bagri, verantwoordelijk waren voor de bomaanslag. De terreurdaad blijft daarmee, na een onderzoek van twintig jaar en een proces van bijna twee jaar, onopgelost.

Aangenomen wordt dat de aanslag bedoeld was als vergeldingsactie voor de bestorming van de Gouden Tempel in Amritsar, het heiligdom van de sikhs, door het Indiase leger in 1984. Extremistische sikhs aan de Canadese westkust, die streefden naar de vorming van een onafhankelijk thuisland (Khalistan) in de Indiase deelstaat Punjab, zouden vlucht 182 als doelwit hebben gekozen. Het toestel, een Boeing 747, stortte in juni 1985 in de Atlantische Oceaan, op weg van Canada naar India via Londen.

Malik, een rijke zakenman in Vancouver, en Bagri, een extremistische prediker, werden ervan beschuldigd het terreurplan te hebben gefinancierd en ervoor te hebben gezorgd dat een kofferbom werd ingecheckt. Ze werden in 2000 gearresteerd na een langdurig politieonderzoek dat werd belemmerd door blunders en praktische obstakels. Beide mannen ontkennen elke betrokkenheid.

Omdat er geen concreet bewijsmateriaal bestaat dat de twee verdachten in verband brengt met de bom was de zaak van de openbare aanklager vooral gebaseerd op indirect bewijsmateriaal. Zo was de belangrijkste getuige tegen Malik een voormalige geliefde tegenover wie hij zou hebben bekend.

De rechter verklaarde gisteren dat hij die getuigen niet geloofwaardig genoeg achtte. ,,Gerechtigheid wordt niet bereikt wanneer iemand wordt veroordeeld op basis van iets dat niet buiten redelijke twijfel staat,'' schreef hij. ,,Ondanks het gruwelijke karakter van de misdaad kan er geen lagere drempel van bewijs zijn dan bij een ander proces.''