Ongerust over de integratie

Van 1975 tot 1990 was Gerard Burger verantwoordelijk voor het migrantenbeleid in Rotterdam. Dertig jaar later kijkt hij terug. ,,Ik ben bang dat we uit elkaar drijven.''

In 1978 schreef Gerard Burger in de nota Migranten in Rotterdam: ,,Er moet vanuit worden gegaan, dat migranten voor een langere periode in deze stad zullen wonen. Over twintig of dertig jaar weten we pas precies hoeveel migranten gekomen zijn. Dat het er veel zullen zijn, staat vast.''

De nota Migranten in Rotterdam van het Bureau Migranten leest 27 jaar later als een opmerkelijk document. In 1978 heetten allochtonen nog gastarbeiders: zij zouden teruggaan naar hun land van herkomst. De enige taalles die ze kregen was gericht op het onderhouden van hun eigen taal: onderwijs in eigen taal en cultuur.

Gerard Burger (,,Ik pleitte voor Nederlandse taalles, maar tevergeefs'') werkte op het Bureau Migranten van 1975 tot 1990. In dat jaar werd het bureau opgeheven, ,,omdat de PvdA door de opkomst van de Centrum Democraten minder allochtoonvriendelijk over wilde komen''.

Rotterdam had het Bureau Migranten (in de beginjaren twee medewerkers, later een stuk of tien) opgericht na de `Afrikaanderrellen' van 1972. Autochtone Feyenoorders gooiden toen het huisraad uit Turkse pensions, turkenkasten genoemd, kapot op straat. Het nieuwe bureau moest de verhoudingen pacificeren. Het was het begin van het gemeentelijke allochtonenbeleid, dat toen nog multicultureel beleid heette.

Nu telt Rotterdam ruim veertig procent allochtonen. Lang niet iedereen spreekt Nederlands. En blijkens hun inbreng in de islamdebatten in de stad (Gerard Burger: ,,Die hadden we toen ook al. Kritische dialogen, noemden we die'') beschouwen ze zichzelf vaak nog als tweederangs burgers, die niet dezelfde rechten hebben als autochtonen.

Gerard Burger is tegenwoordig 65, van huis uit theoloog, en was onlangs gastspreker bij de islamdebatten. Die debatten zijn bedoeld om iets te doen aan het toenemende onbegrip tussen moslims en niet-moslims in Rotterdam. Hij meldde zich ,,uit ongerustheid'' aan als spreker. Gerard Burger: ,,Ik ben bang dat we uit elkaar drijven. Terwijl ik ervan overtuigd ben dat moslims en niet-moslims prima kunnen samenleven.''

U legde namens de gemeente de eerste contacten met moslims. Hoe ging dat?

,,Het idee achter ons bureau was: we moeten relaties leggen met deze mensen om te voorkomen dat ze in een isolement raken. Ik was zelf theoloog. Weliswaar was ik in de loop van de tijd mijn geloof kwijtgeraakt, maar ik interesseerde me er wel voor. Ik had gehoord dat veel gastarbeiders op vrijdagmiddag in de moskee zaten. Daar ging ik dus naar toe.

,,Ik herinner me van dat eerste bezoek: als we ze willen bereiken moeten we hier zijn, dit is waar ze zich druk om maken. Het was een moskee in een voormalige hoedenfabriek, een van de eerste moskeeën in de stad. Die hoedenfabriek hadden ze aangekocht. Als je daar binnenkwam was het eerste wat je zag: grote plakkaten met daarop de namen van mensen en hun bijdragen aan die aankoop, honderden, soms duizenden guldens. Dat was veel geld voor een gastarbeider.''

U zag mensen die geen Nederlands spraken en een ander geloof beleden. U dacht: ze blijven hier. Was u niet ongerust?

,,Ik ben nooit ongerust geweest over het feit dat het islamieten waren. Dat hoefde ook niet. Er waren veel overeenkomsten tussen hun geloof en het onze. Het grootste verschil was eigenlijk dat het geen stadsmensen maar provincialen waren, arme, vaak vrome mensen van het platteland. Ze zeiden altijd: dit land heeft belang bij ons, want wij zijn nette mensen, wij geloven.''

Tegenwoordig wordt gezegd: deze mensen plukken de vruchten van onze samenleving, maar laten door bijvoorbeeld het dragen van hoofddoeken blijken dat ze zich er niet in thuis voelen.

,,Onze samenleving is nog weer seculierder dan dertig jaar geleden. Veel mensen begrijpen de betekenis van een geloof niet meer. Toch is een geloof niets anders dan het hebben van een levensovertuiging in een religieuze verpakking. En daar is niks mis mee. Er is niks mis met het hebben van een moraal, van opvattingen over hoe je je gedraagt in het leven.

,,Ikzelf pluk óók de vruchten van deze samenleving zonder dat ik me bij alles thuis voel. Ik vind dat in deze maatschappij te veel vrijheid bestaat en daar ben ik niet de enige in. Dus het gaat erom: hoe sta je tegenover ingetogenheid en zelfbeperking. Ik denk dat moslims een goede reden hebben om een hoofddoek te dragen.''

U denkt niet: achteraf bezien hadden we er beter aan gedaan mensen minder ruimte te geven voor het belijden van hun geloof, bijvoorbeeld voor het stichten van moskeeën?

,,De geschiedenis leert dat het geloof voor mensen die emigreren een ankerpunt van hun identiteit wordt. Ze verliezen in dat nieuwe land hun besef van etniciteit, maar blijven zichzelf dankzij hun geloof. Daar ontlenen ze hun eigenwaarde aan. Ik denk dat de betekenis van een geloof voor mensen, en al helemaal voor migranten, in de publieke discussie van nu schromelijk wordt onderschat.''

Hebben islamdebatten zin?

,,Dat weet ik niet. Het is in elk geval een gesprek. Ik denk dat islamofobie bedreigender voor onze samenleving is dan de islam. Je moet niet aanschoppen tegen dingen die heilig zijn voor mensen.''