Nieuw WAO-stelsel is een gotspe

Het is te zot voor woorden dat in de nieuwe situatie verzekeraars 4,6 of zelfs 11 miljard premiegeld zouden krijgen om gelijke concurrentiekansen te scheppen met het UWV, vindt Peter Buijs.

De verwikkelingen rond de WAO zijn al jaren amper te volgen door gewone burgers. Helaas, want iedereen kan arbeidsongeschikt worden – zeker bij doorwerken tot ons 65ste jaar – en de recente kabinetsplannen kunnen grote inkomensachteruitgang betekenen. Bovendien is een merkwaardige situatie ontstaan, te vergelijken met een ernstig zieke: artsen hebben jarenlang van alles geprobeerd, en overwegen uiteindelijk een radicale, complexe, kostbare ingreep, in overleg met alle betrokkenen. Maar onverwachts treedt herstel op, kennelijk als gevolg van eerdere therapieën. Uit twijfel of dat doorzet, bereidt men toch de operatie voor. De patiënt blijft echter vooruitgaan. Artsen zouden opgelucht de riskante ingreep opschorten. Het kabinet besloot vorge week vrijdag het tegenovergestelde te doen.

De WAO is al vaak gereorganiseerd, wie herinnert zich bijvoorbeeld niet Bestek '81 (1978) of het Bami-akkoord (1992)? Al die reorganisaties leidden tot een forse kostendaling van de WAO, van 4,2 procent van het bruto nationaal product in 1984 naar 2,6 procent in 2000. De politiek reageerde echter amper op dit succes, maar wel op het stijgend aantal WAO'ers, iets wat logischerwijs samenhing met de in aantal toenemende beroepsbevolking.

In 2001 kwam de commissie-Donner met een radicale oplossing: alleen WAO voor wie door ziekte of handicap duurzaam geen arbeidscapaciteit meer heeft. Voor alle anderen geldt: benut je restcapaciteit. Sociale partners baseerden hierop hun opmerkelijke SER-compromis, dat uiteindelijk resulteerde in een tweeledig wetsvoorstel: een publieke regeling voor vrijwel zeker blijvend volledig arbeidsongeschikten (hooguit 19.000 per jaar, maar wellicht veel minder volgens het UWV) en een publiek-private regeling voor gedeeltelijk arbeidsgeschikten. Heb je werk, dan krijg je een loonaanvulling, anders krijg je een uitkering, maar uiteindelijk dreigt de bijstand.

Wil de nieuwe wet op 1 januari 2006 ingaan, dan moet de behandeling in de Tweede Kamer en in de ongetwijfeld zeer kritische Eerste Kamer wel heel voorspoedig verlopen. Op de plannen is al kritiek uitgeoefend door ondermeer de Raad van State en het CPB, dat een duurder in plaats van een goedkoper stelsel vreest.

Vragen over premiestelling/ -differentiatie, over overdracht van premie-inning van UWV naar Belastingdienst, over de `UWV-verbouwing-terwijl-de-win-kel open blijft', over de publiek-private uitvoering door UWV en verzekeraars – met alle kans op grensconflicten en afwenteling van slechte risico's – die veel WAO'ers nu eenmaal vormen. En dan de verbijsterende kwestie van de 4, 6 of zelfs 11 miljard premiegeld, die verzekeraars zouden krijgen om gelijke concurrentiekansen te creëren met het veel goedkopere UWV. Hoe kunnen nieuwe verzekeraars toetreden, als de miljarden reeds verdeeld zijn?

En wat te denken van kostenverhogende risico's op medicalisering (alleen volledige afkeuring biedt inkomenszekerheid, dus dreigt fixatie op klachten en beperkingen, en veel doktersbezoek ter bevestiging) en juridisering: komen de tijden van de Ongevallenwet terug, met talloze/eindeloze juridische conflicten? Ontstaan er conglomeraten van commerciële inkomens- en schadeverzekeraars, zorgverzekeraars, Arbo-diensten, reïntegratiediensten? Wie garandeert dan nog ons `medisch geheim'?

De afgelopen jaren is de WAO-instroom gedaald, van 11 procent in 2002 en tot 28 procent in 2003. Vorig jaar daalde het totale WAO-volume (instroom minus uitstroom) zelfs met 20.000.

Het belangrijkste medicijn heet Wet Verbetering Poortwachter. Die wet dwingt alle betrokkenen, vooral in arbeidsorganisaties, om arbeidsongeschiktheid te voorkómen. Bedrijven doen steeds meer aan preventie, sociaal-medische begeleiding en tijdige, eventueel aangepaste, werkhervatting/reïntegratie. Dreigende boetes in geval van laksheid stimuleren dat. Arbodiensten ondervinden steeds meer waardering, vooral de bedrijfsartsen. De Arbeidsinspectie treedt scherper op, Arbo-convenanten verlagen het ziekteverzuim, het UWV bevordert allerlei initiatieven, zoals de kwaliteit van (her)beoordelingen. Inmiddels is het percentage volledig arbeidsongeschikten van 72 procent in 1998 gedaald naar 59 procent in 2003. Gevolg: 4 miljard euro aan besparingen en overvolle arbeidsongeschiktheidfondsen.

Door nog strenger optreden verloor bij herkeuring niet de verwachte 25 procent, maar 50 procent (gedeeltelijk) z'n WAO-uitkering. Dat is dramatisch volgens de FNV, maar deze ontwikkelingen leidden zonder radicale ingrepen tot het kabinetsdoel: hooguit 25.000 nieuwe volledig arbeidsongeschikten per jaar. En grote operaties lijken voorlopig onnodig: binnenkort gaan zo'n 200.000 WAO'ers met vaak hoge uitkeringen met pensioen. En in 2005 zijn er helemaal geen WAOers vanwege het tweede Ziektewetjaar.

Bovendien zijn er nog zoveel verbeteringen mogelijk, zoals op mijn vakgebied: betere afstemming tussen gezondheidszorg en Arbo-zorg; gezamenlijke richtlijnontwikkeling van bedrijfsartsen en behandelend artsen; meer met `arbeid' rekening houden door laatstgenoemden en zorgverzekeraars hierbij betrekken. Bovendien kan de tijdwinst worden benut voor debatten over een dynamischer modernisering van de WAO, in relatie tot de levensloopregeling.

Peter Buijs is bedrijfsarts en adviseur/onderzoeker TNO.