Lobbyist op het sociale middenveld

`Eerst praten, dan vechten' is het adagium dat vakbondsman Emile van Velsen ook in Europa graag in praktijk brengt. Maandelijks reist hij voor het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) naar Brussel voor tweedaags overleg in het Europees Economisch en Sociaal Comité, het belangrijkste adviesorgaan in de EU op dit terrein.

,,Uitermate boeiend'', noemt Van Velsen zijn Europese werk. ,,Als je wilt weten wat er in Nederland over een aantal jaren aan de orde is, dan moet je naar Europa kijken, want daar wordt het nu in de steigers gezet: arbeidstijden, dienstenverkeer, uitzendwerk, noem maar op. Opeens ontdek je dat vrijwel alles op het gebied van arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden direct of indirect met Europa te maken heeft.''

Het Europees Economisch en Sociaal Comité telt 317 leden uit de 25 EU-landen, allemaal beroepsvergaderaars van werkgevers- en werknemerskoepels en belangenorganisaties van landbouw, vervoer, consumenten, handel, kleinbedrijf en vrije beroepen, kortom het Europese maatschappelijk middenveld. Nederland heeft twaalf leden in dit Comité, onder wie de dertigjarige Van Velsen.

Informatie verzamelen, netwerken, lobbyen en onderhandelen, zijn Van Velsens voornaamste bezigheden in het Brusselse circuit. Hij studeerde rechten en personeelswetenschappen, voordat hij zes jaar geleden in dienst trad bij het CNV (360.000 leden). Zijn Europese besognes beslaan naar eigen ruwe schatting eenderde van zijn werk voor de vakcentrale. De rest gaat op aan `binnenlandse' activiteiten. Maar ook die staan bij hem veelal in het teken van onderwerpen met een grensoverschrijdende dimensie.

Zo zit Van Velsen bij voorbeeld in de Commissie internationale sociaal-economische aangelegenheden van de Sociaal-Economische Raad (SER) die de Nederlandse politiek gevraagd en ongevraagd van advies dient. ,,Daar gaat het vaak over dezelfde thema's als in Brussel.''

Actueel is op dit moment de `dienstenrichtlijn' (Europese wet) waarover politici en belangengroepen de degens kruisen, ook in Brussel en Den Haag. Inzet is verdere liberalisering van het dienstenverkeer binnen de Unie.

Het Europees Verbond van Vakververenigingen (EVV), waarbij ook het CNV is aangesloten, heeft vakbonden uit heel Europa opgeroepen zaterdag in Brussel te demonstreren tegen de voorgestelde richtlijn. Maar het CNV doet níet mee. ,,De richtlijn op straat compleet afbranden, terwijl we er als vakcentrales in de SER nog over aan het onderhandelen zijn, dat past ons niet.'' Immers: eerst praten, dan vechten.

Wat niet betekent dat de CNV'er optimistisch is over een goede afloop. ,,Wij zullen er niet bij zijn in Brussel, maar we begrijpen wel dat anderen gaan demonstreren, want we delen hun zorgen.''

Hij noemt er twee. In de eerste plaats de toegankelijkheid, kwaliteit en betaalbaarheid van de publieke dienstverlening in onderwijs en gezondheidszorg. Van Velsen: ,,Die zijn onvoldoende gegarandeerd.''

En ten tweede: rust en orde op de arbeidsmarkt. Van Velsen: ,,Wij zijn vóór het vrije verkeer van werknemers in de Unie, maar men moet zich wel houden aan de afspraken over arbeidsvoorwaarden in het land waar ze gaan werken. Als ze naar Nederland komen om onder onze regelingen te duiken, dan ondermijnen ze onze CAO's.''