Legitimering van regime in Noord-Korea

Dirigent Alexander Liebreich legt in het artikel `Koreanen hebben passie voor muziek' (NRC Handelsblad, 14 maart) zijn hoofdprijs in Noord-Korea uit als een wens van Noord-Korea om toch internationale relaties te hebben. Natuurlijk krijgt hij de hoofdprijs: zoals elke dictatuur hoofdprijzen, medailles en speldjes uitdeelt aan goedbedoelende buitenlanders. En dit breed uitmeet in hun pers en media: het draagt wezenlijk bij tot legitimering van hun regime.

Hoe kan het dat juist een Duitser, met recentelijk twee dictaturen op eigen bodem het universele van een totalitair regime niet herkent? Over Noord-Korea spreekt Liebreich over de vaste sociale structuur, geen criminaliteit en weinig verkeer: ,,Je hoeft geen beslissingen te nemen.''; en dat amper 15 jaar na de ineenstorting van de DDR. Liebreich reist toch ook naar Boston ook al is hij het oneens met het Irak-beleid van de Verenigde Staten. Om hiermee zijn optredens in Pyongyang te verdedigen: het getuigt van een schrijnend gebrek aan politiek onderscheidingsvermogen.

Zoals ook bij ons bezoek aan Noord-Korea krijgt hij bij aankomst meteen een gids, een tolk en een chauffeur. Klaarblijkelijk zonder te beseffen dat hij daarmee 24 uur per dag afgeschermd wordt van het werkelijke Noord-Korea. Welk beeld wil hij geven?

Natuurlijk is communicatie met een dictatuur belangrijk. Maar om je in een totalitaire staat het podium op te laten hijsen voor `politiek correcte' spelers en publiek het is als in `Mephisto', de film waarin Liebreichs' taalgenoot Klaus Maria Brandauer werkelijk schittert: voor je passie je ziel verkopen aan de duivel. Een aanrader, alvorens de bühne te bestijgen in een dictatuur.