In de rechtszaal kan geheugenverlies van pas komen

Geheugenverlies komt nogal eens voor bij mensen die daar belang bij hebben. In de rechtszaal bijvoorbeeld. De geheugendetector zou een oplossing kunnen zijn.

Geheugenproblemen na een ongeluk die acuut verdwijnen als de schadevergoeding is uitbetaald. Mensen die een moord begingen, maar zich daar niets van zeggen te herinneren. Het simuleren van geheugenklachten, zegt Harald Merckelbach, komt veel voor bij mensen die een financieel of juridisch belang hebben.

Merckelbach is hoogleraar experimentele psychologie aan de Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar het geheugen. Hoe het werkt bij mensen die een hersenbeschadiging hebben, een psychiatrische stoornis, een traumatische ervaring. Maar hij is vooral geïnteresseerd in mensen die doen alsof ze aan geheugenverlies lijden.

Vooral moordenaars, zegt Merckelbach, beroepen zich vaak op een ziekte waardoor ze aan geheugenverlies lijden. Merckelbach weet niet hoeveel verdachten echt simulanten zijn. ,,Als je op een gisse manier wordt besodemieterd, is het kenmerk dat je het niet doorhebt.''

Wat voor ziekte er wordt geclaimd, hangt af van de mode. De laatste maanden, zegt Merckelbach, lijden veel verdachten aan PTSS, posttraumatische stressstoornis. Of aan dissociatieve amnesie. Kenmerk van beide is dat de verdachte in een acute waan handelt en er geen herinneringen aan overhoudt.

Marinier Paul S. uit Kerkrade, die zijn schoonfamilie neerschoot, zou PTSS hebben. Een van de verdachten van de moord op Maja Braderic ook. De verdachte van de Assense wurgmoord zegt dat hij pas `wakker' werd toen hij met een schep in de tuin zijn vrouw stond te begraven.

Merckelbach zegt niet dat de verdachten in deze zaken liegen over hun kwaal. Maar er zijn gevallen waarin de daders later toegaven dat ze iets hadden voorgewend om minder straf te krijgen. Ferdi E., de ontvoerder en moordenaar van Gerrit-Jan Heijn, zei dat hij in de forensische observatiekliniek een lichte psychose simuleerde. Richard Klinkhamer, die zijn vrouw vermoordde en er een boek over schreef, vertelde later dat hij de psychiaters een `zielig verhaal' over een koffertje had verteld. Zijn moeder dreigde hem altijd het huis uit te zetten en dan zette ze zijn koffer vast in de gang. Toen zijn vrouw hetzelfde deed tijdens een ruzie, `sloeg hij door'. Herbertus Bicker, verdacht van oorlogsmisdaden, is volgens de Duitse justitie verhandlungsunfähig. Bicker zou aan beginnende Alzheimer lijden, zijn geheugen is te slecht. ,,Op mij maakt hij een gisse indruk, ik zou hem graag eens onderzoeken'', zegt Merckelbach. Bicker is nooit berecht. Ferdi E. en Klinkhamer zijn weer vrij. Merckelbach: ,,Als je levenslang boven het hoofd hangt, kun je beter aansturen op gevangenisstraf met tbs.''

Veel rechters en deskundigen zijn niet goed in het ontmaskeren van leugenaars. ,,Ze weten te weinig van de moderne psychologische inzichten.'' Uit nieuw onderzoek blijkt dat mensen zich een traumatische gebeurtenis juist wél goed kunnen herinneren. Proefpersonen die in concentratiekampen hebben gezeten, weten nog precies hoe het daar was. En de gedachte dat mensen die in hun jeugd getraumatiseerd zijn hun emoties oppotten en dan ineens `exploderen' en in een waas een moord begaan, berust op oude `cryptofreudiaanse' wijsheid, zegt Merckelbach. Mensen `verdringen' hun trauma's niet. Ze praten er misschien niet over, maar ze weten het nog wel. Als het al bestaat, PTSS en dissociatieve amnesie, dan is het zeldzaam.

Merckelbach: ,,Deskundigen beroepen zich op klinische ervaring in een psychiatrisch ziekenhuis of een kliniek. Ze zijn gewend om echt zieke mensen beter te maken en houden er geen rekening mee dat sommige patiënten er belang bij hebben een ziekte voor te wenden.'' In de rechtszaal worden nu wel eens hersenfoto's getoond. Hét bewijs dat er iets mis is met het brein en dus het geheugen van de verdachte. ,,Het maakt een verpletterende indruk.''

Maar wat zegt zo'n scan nou helemaal? ,,Stel: er valt op de scans een lichte beschadiging te zien. De beste verklaring daarvoor is meestal: veroudering.'' Er zijn gevallen bekend van verdachten die met opzet medicijnen slikten om de hersenscans te beïnvloeden. En wie zegt dat de beschadiging in de hersens er niet was vóór de moord? En, niet iedereen met zo'n beschadiging pleegt toch een moord.

Een apparaat dat leugens kan opsporen, de leugendetector of polygraaf, wordt in Nederland nauwelijks gebruikt. In andere landen wel. De FBI en de CIA screenen hun personeel ermee, volgens Britse verzekeraars is het aantal valse schadeclaims afgenomen sinds ze zeggen dat bij elk gesprek een leugendetector meeloopt. De politie in België en Duitsland gebruikt het bij opsporingsonderzoek.

De rechercheadviescommissie bracht in 1993 een rapport uit over de leugendetector. De commissie vond dat het best een goed opsporingsmiddel kon zijn voor de politie. Maar in dezelfde tijd speelde de IRT-affaire, over misbruik van opsporingsmiddelen door de politie. Geen handige tijd voor iets nieuws. Sinds die tijd is leugendetectie in Nederland nooit meer serieus onderzocht. Alleen de tbs-kliniek Van Mesdag in Groningen experimenteert ermee. Onderzocht wordt of het een geschikt middel is om zedendelinquenten die met proefverlof gaan te screenen. De resultaten worden later dit jaar bekendgemaakt.

Merckelbach heeft een polygraaf, gekocht voor 10.000 euro bij het Amerikaanse bedrijf Stoelting. Een grote, zwarte koffer met daarin een laptop en meetinstrumenten. Onderzoeker Ewout Meijer sluit hem aan. Een elektrode om de wijsvinger om de doorbloeding te meten, twee om middel- en ringvinger om de zweetsecretie te meten. Een matje met een bewegingssensor onder de billen en eventueel nog ademhalingsmeters om borst en buik. En dan komen er vragen waar alleen met ja of nee op geantwoord kan worden. De computer vist de leugen er zo uit.

Ewout Meijer haalt zijn schouders op. ,,Ik had je net zo goed aan het faxapparaat kunnen leggen.'' Dat wordt het bogus-pipeline effect genoemd, de leugendetector is zo intimiderend dat alleen het idee al voldoende is om het effect te bereiken. Groter bezwaar is, zegt Harald Merckelbach, dat er veel vals-positieve uitkomsten zijn. De machine merkt een persoon aan als schuldige, terwijl die onschuldig is. Dat gebeurt tien van de honderd keer. En tien onschuldige verdachten, dat is veel.

Merckelbach ziet wel een alternatief. Met dezelfde polygraaf, maar met andere vragen. Dus niet: heeft u meneer X vermoord. Maar: is meneer X vermoord met een mes, een jachtgeweer, een pistool, een riot gun. De gedachte is dat de dader sterk reageert op het juiste antwoord. Hij heeft informatie die alleen een dader kan hebben en wil die niet prijsgeven. Daarom noemt Merckelbach de methode graag geheugendetector. Als de polygraaf een positieve uitslag geeft, is dat trouwens geen bewijs dat de onderzochte de dader is. Het kan ook een goede getuige zijn.

In Japan, zegt Merckelbach, is het standaard dat een polygrafist snel aanwezig is op de plaats van het delict om de details van het misdrijf te verzamelen. Niet dat hij ervoor pleit het meteen ook in Nederland in te voeren. Maar hij vindt wel dat politie en justitie er op z'n minst naar kunnen kijken.

Nu is de leugendetector in handen van `suspecte types'. Zie de advertenties in computerbladen. Het nieuwste is de voicestress-analyzer. Merckelbach heeft er net een besteld. Het bedrijf in Zuid-Limburg dat het apparaat levert, zegt dat aan de stemfrequentie valt af te meten of iemand liegt. Honderd procent betrouwbaar, `goedgekeurd door de Israëlische geheime dienst'.

Jelicic en Merckelbach: `Hoe een CIA-agent zijn geheugen hervond en andere waargebeurde verhalen' (Uitgeverij Contact).