Holocaust mag geen excuus meer zijn

Laten de Europese leiders zich druk maken over de holocaust op eigen grond in plaats van eens per jaar naar Israël af te reizen, betoogt Amira Hass.

Het grote aantal wereldleiders dat het nieuwe holocaustmuseum van Yad Vashem heeft bezocht, tekent de kracht van de Israëlische positie in het Westen. Israël wordt in de vaderlanden van deze leiders vaak gekritiseerd, maar veel Israëliërs en joden hebben de gewoonte zulke kritiek aan antisemitisme toe te schrijven. Palestijnen en ook linkse joden zullen merken dat de kennis over de Israëlische bezetting in deze landen pover en de publieke belangstelling ervoor gering zijn.

Blijkens de bedevaart naar Jeruzalem van zoveel Europese leiders laten zij zich niet afschrikken door de kritiek op Israël. Zij nemen deel aan een mediagebeurtenis die alleen maar kan worden uitgelegd als steun aan Israël in zijn huidige staat.

In het gunstigste geval kan het bezoek worden beschouwd als een aansporing aan beide partijen om zich te houden aan het `hernieuwde vredesproces'. Maar een aansporing waartoe? Tot de besprekingen tussen de Palestijnse ministers van Veiligheidszaken en Binnenlandse Zaken Mohammed Dahlan en Nasser Yousef met de Israëlische minister van defensie Shaul Mofaz? Tot de afscheidingsmuur, waarvan de bouw energiek wordt voortgezet, in strijd met het oordeel van het Internationale Hof van Justitie in Den Haag? Tot de neerbuigende Israëlische `gebaren' – 200 meer verlofpasjes voor kooplui, een weg die behalve voor Palestijnse publieke voertuigen ook wordt opengesteld voor personenauto's? Of tot een verdere vermaling van Palestijns Oost-Jeruzalem door het te scheiden van de rest van het Palestijnse grondgebied, in afwijking van de internationale eis dat Oost-Jeruzalem als hoofdstad van de Palestijnse staat dient te fungeren?

Zijn de Duitse minister van Buitenlandse Zaken en de premiers van Nederland en Zweden – nadat ze een kruisje hebben geslagen en de holocaust bleken te willen gedenken – van plan om Israël erop te wijzen dat alle nederzettingen en niet alleen de buitenposten onwettig zijn? Zullen zij eisen dat Israël ze ontruimt? Wie van de deelnemers aan de ceremonie zal gaan kijken naar de wegen alleen voor joden en alleen voor Palestijnen? Zal iemand van hen bezwaar maken tegen de wetten waarmee Israëlische burgers alleen maar worden gediscrimineerd, omdat ze geen joden maar Arabieren zijn, en dreigen om sancties op te leggen als deze wetten niet worden herroepen?

Een van de ergerlijke ongerijmdheden van elk onrecht, vooral met de onvoorstelbare proporties van de Duitse moordindustrie (met uitgebreide Europese hulp), is dat de slachtoffers en hun nazaten dag in dag uit leven met de herinnering eraan. De daders daarentegen verdringen en vergeten het, en het is voor hun nazaten gemakkelijk om het te negeren.

Laat de hele stoet diplomaten die bij Sharon op audiëntie wil, nu eerst maar eens praten over de Europese verantwoordelijkheid voor de holocaust op hun eigen grondgebied, niet in Israël. Berlijn, Parijs, Amsterdam, Krakau, Sarajevo en de dorpen en bossen eromheen zijn doordrenkt van de herinneringen aan onze ouders, van de vergeetachtigheid van de daders en hun nazaten, en van de hulpeloosheid en onverschilligheid van de omstanders die geen hand uitstaken. Laten de premiers en de ministers van Buitenlandse Zaken zich daar inzetten voor de herinnering en de kennis en het historische begrip. En niet alleen eens per jaar, op de dag van de bevrijding van Auschwitz of de Duitse overgave, alleen maar bij wijze van lippendienst.

Wij voelen nog dagelijks de pijn van die vernietiging. Laten wij die ook aan hen dagelijks voorhouden. Laat er bijvoorbeeld een grote marmeren tegel komen voor elk huis waar vroeger joden woonden, met daarop vermeld waarheen ze zijn gedeporteerd en waar ze zijn vermoord. Laat elk station vanwaar mensen op transport werden gesteld, de informatie vermelden: wanneer, hoeveel treinen per dag, hoeveel mensen. Laat de namen van de verantwoordelijken voor het transport worden opgeschreven – op het politiebureau, het station, het stadhuis.

We moeten de vervagende herinnering niet alleen bestrijden met gedenktekens en ceremonies. We moeten dat vooral doen met een onwrikbare afwijzing van de ideologie van het Herrenvolk, die de wereld verdeelde in Über- en Untermenschen en het beginsel ontkende dat mensen gelijk zijn. Wij werden onderaan de ladder van de nazi-ideologie geplaatst. Zou deze ideologie niet misdadig zijn geweest als wij op de hoogste sporten waren gerangschikt?

Een ideologie die de wereld verdeelt in meerder- en minderwaardigen, in Über- en Untermenschen, hoeft niet de omvang van de Duitse volkenmoord aan te nemen om onjuist en verwerpelijk te zijn – neem bijvoorbeeld de apartheid in Zuid-Afrika.

In 38 jaar Israëlische bezetting van Palestijns gebied zijn generaties Israëliërs eraan gewend geraakt de Palestijnen als minderwaardig te beschouwen en daardoor gaan vinden dat ze ook minder verdienen dan wij. Maar pas op, dat mag niet hardop gezegd worden, want dan zullen de Israëliërs verontwaardigd uitroepen: ,,Dat kun je toch niet vergelijken?''

Zo is het ook verboden om van ons te eisen – met diplomatieke dreigementen – dat wij ons leven beteren. Want dan beginnen we over onze mensen die vermoord zijn.

Deze breed uitgemeten gebeurtenis laat zien dat Israël ook zijn voordeel doet met de vernietiging van de Europese joden. Onze vermoorde familie wordt ingezet om Israël in staat te stellen zich nog altijd geen donder aan te trekken van de internationale besluiten tegen de bezetting. Het leed dat onze ouders hebben ondergaan in de getto's en concentratiekampen waar Europa vol mee was, de lichamelijke en geestelijke smart en kwelling waaraan onze ouders elke dag sinds de `bevrijding' onderworpen zijn geweest, worden als wapen gebruikt om elke internationale kritiek op de maatschappij die wij hier scheppen, af te wijzen.

Dit is een maatschappij met een ingebouwde discriminatie op grond van nationaliteit en deze verspreidt zich aan weerszijden van de Groene Lijn. Deze maatschappij blijft de Palestijnen beroven van hun land, hun rechten als volk en hun kansen op een menswaardige toekomst.

Amira Hass is werkzaam voor de Israëlische dagkrant Ha'aretz en auteur van o.a. het boek `Drinking the Sea at Gaza: Days and Nights in a Land under Seige' (2000). Ha'aretz