Geef topstudent een kans

Veel studenten zal het artikel van Van der Ploeg, in Opinie & Debat (12 maart), een doorn in het oog zijn. Voor mij was het echter een pak van mijn hart. Het leven van een gemotiveerde en enthousiaste student is zwaar: in volle collegezalen is de docent nauwelijks te verstaan, omdat medestudenten luidruchtig het weekend bespreken; in werkgroepen wordt meer tijd besteed aan het oplezen van vraag en antwoord dan aan zinnige discussie; 's ochtends walmt er een bierlucht door de zaal. Van der Ploeg heeft een duidelijk beeld van de toekomst van universiteiten, met louter ambitieuze topstudenten en dito docenten. Alleen voor ,,geniale studenten'' die ,,keihard werken aan onderzoek'' is plaats. Dit lijkt een droom voor dergelijke studenten, maar de ervaring leert dat het anders is.

Zo komt ook hier het magische ,,geld lenen'' weer om de hoek kijken als de ideale wijze van financiering. Maar geld lenen is eng in de ogen van een student. Ouders raden immers aan zo weinig mogelijk schuld op te bouwen en zo veel mogelijk zelf te bekostigen, door middel van een bijbaantje bijvoorbeeld. Lenen is het verschuiven van problemen naar de toekomst, luidt de consensus.

Ook de selectie aan de poort zal voor een topuniversiteit onontbeerlijk zijn. Hierbij mag niet vergeten worden dat het gros van de aankomende studenten de 18-jarige jongens en meisjes zijn die net van het vwo komen, en daar misschien iets te veel zijn afgeleid door hormonen, onzekerheden en gebrek aan zelfkennis. Niet iedere topstudent ontplooit zijn talent al op de middelbare school. Vaak gaat hier een periode van zoeken en uitproberen van interesses aan vooraf. Deze zoektocht vindt dan plaats gedurende de eerste jaren op de universiteit.

De motieven van die vwo-scholieren zijn vaak ook niet duidelijk. Er heerst een collectief idee dat iedere vwo'er na zijn examen een universitaire studie dient te beginnen. ,,Zorg maar dat er een academische graad op je cv staat, dan komt alles goed'', pleegt men te zeggen. Het hbo zal dan ook een serieus alternatief moeten worden voor de ,,matige studenten'' van Van der Ploeg.

Daarbij weten veel topstudenten zelf ook niet precies wat nu het beste is. Natuurlijk, al je tijd kunnen besteden aan je studie in het selecte gezelschap van gelijkgestemde studenten, onder leiding van goede docenten ís geweldig. Maar wat blijft er dan over van het romantische beeld van de studententijd? Hoort je studietijd ook niet een sociaal tijdperk te zijn, waarin je ervaring opdoet met mensen, zo nu en dan eens in de kroeg zit, vrienden maakt? Is het wel zo verstandig om al je vrije tijd, ook in de weekeinden en op paaszondag, te besteden aan studie en onderzoek? Is een studie niet inderdaad, zoals Anil Ramdas in deze krant van 14 maart bepleitte, een vorm van algemene ontwikkeling?

In ieder geval kom je als getalenteerde en ambitieuze student in het huidige systeem weinig tot je recht. In het gewone onderwijs komt geen verdieping aan bod. Goede werkgroepdocenten zijn schaars; velen zijn onervaren of niet enthousiast. Bovendien bevind je je temidden van matig gemotiveerde studenten die zich niet voorbereiden en niet geïnteresseerd zijn in verdiepende discussies. En als je baalt over een zesje, ben je een aansteller.

Er bestaan wel degelijk `topmasters' voor dergelijke studenten, vaak in de vorm van onderzoeksmasters, maar deze bieden geen soelaas voor de drie jaar bachelor die eraan voorafgaan. Ook het studeren in het buitenland wordt tegenwoordig veelvuldig gepropageerd, maar vooral als ,,een verrijking van je studententijd'' en ,,goed voor je cv.''

Faculteiten, maar vooral disciplinegroepen en docenten zelf kunnen nu al het een en ander doen om goede en gemotiveerde studenten meer kans te geven zich te ontplooien. Een enthousiaste docent kan bijvoorbeeld een masterclass, werkgroep of een ander groepsverband oprichten waar alleen geselecteerde studenten worden toegelaten. Dit biedt topstudenten de mogelijkheid om zich naast het reguliere onderwijs te verdiepen in hun studie en contact te leggen met andere gemotiveerde studenten. Zo ontstaat een aangename combinatie tussen `normaal' en verdiepend onderwijs.

Allard Ringnalda is student rechten en filosofie in Utrecht.