`Ferrari in hogere versnelling zetten'

Zaterdag demonstreren Europese vakbonden tegen een wet die het dienstenverkeer liberaliseert. Wat is de bedoeling van de wet, en wat zijn de bezwaren?

,,Het is alsof we met een Ferrari in de tweede versnelling rijden'', zei Frits Bolkestein vorig jaar toen hij nog Europees Commissaris voor de interne markt was. Één gemeenschappelijke markt voor goederen en diensten was het doel van de oprichters van de Europese Gemeenschap in de jaren vijftig.

Een halve eeuw later is de markt voor producten nagenoeg vrij, maar dienstverleners ondervinden torenhoge belemmeringen.

De la met klachten op het kantoor van de eurocommissaris was – en is nog steeds – overvol: bouwfirma's, apothekers en accountants lopen opdrachten mis omdat het zo lang duurt voordat ze in een ander land de benodigde vergunningen krijgen om zaken te kunnen doen. Veel bedrijven geven het tussentijds op: de bureaucratische drempels en de kosten zijn eenvoudig te hoog. Een ongewenste situatie, vond Bolkestein. De dienstensector maakt met 70 procent het grootste deel van de Europese economie uit. Europa heeft bij het vrijmaken van deze markt veel te winnen: investeringen, werk, lagere prijzen. Ten minste 600.000 tot 2,5 miljoen banen kunnen met het openen van de dienstenmarkt worden geschapen, becijferde het Duitse ministerie van Economische Zaken. Volgens Deense onderzoekers zullen de buitenlandse investeringen in de dienstensector met 34 procent stijgen.

Bolkestein had zijn `dienstenrichtlijn' nog niet voorgesteld, of een storm van protest stak op. In Duitsland, Frankrijk, België en in mindere mate Nederland lopen politieke partijen en vakbonden te hoop tegen het voorstel, die zaterdag in Brussel tegen de Frankenstein-richtlijn gaan demonstreren. Niet omdat ingewikkelde procedures worden afgeschaft voor ondernemers die in een ander EU-land willen werken. Uiterst omstreden is het voorstel dat dienstverleners, van metselaars tot verplegers, overal in Europa ongehinderd aan de slag mogen als ze voldoen aan de ,,administratieve en wettelijke regelingen'' die in hun thuisland gelden. Een Letse gasfitter kan tegen Letse arbeidsvoorwaarden in Nederland aan de slag. Wel staat in de richtlijn dat de ,,minimale werkomstandigheden'' van het werkland gerespecteerd moeten worden.

De Duitse vakbeweging voorziet desondanks een `genadeloze en ruïneuze concurrentie'. ,,Ons hele sociale model dat we hebben opgebouwd wordt afgebroken'', zegt Niek Stam van FNV Bondgenoten. ,,Nu al zijn Polen actief op bouwlokaties in Barendrecht voor 6 à 10 euro per uur en in ruil voor een fles wodka werken ze ook in de vakantie door. Leuk dat het banen oplevert voor Oost-Europeanen, maar onze CAO's komen zwaar onder druk te staan.''

Op de top van Europese regeringsleiders, komende dinsdag, zullen de Franse president en de Duitse bondskanselier forse druk uitoefenen om de richtlijn (,,te radicaal'') af te zwakken. Commissievoorzitter Barroso houdt voet bij stuk. Sommige landen moeten niet denken, dat de Commissie er is om de oude EU-leden te beschermen tegen de nieuwe, zei hij deze week. ,,De Europese Commissie is er om het algemeen belang van Europa te stimuleren.'' Hooguit worden sommige sectoren als de zorg uitgezonderd.

,,Een slechte zaak'', vindt Sophie in `t Veld, liberaal lid in het Europees Parlement dat nu over de richtlijn moet oordelen. De vakbonden spelen met halve waarheden in op de angst van mensen. ,,Protectionisme en nationalisme steken de kop op, maar daarmee schep je geen banen. Groei is het beste middel om werkloosheid te bestrijden.''