Wij hingen aan zijn lippen

Persoonlijke herinneringen aan Loe de Jong beginnen in de journalistiek. Hij heeft de krant vóór, de radio ín en de televisie ná de Tweede Wereldoorlog goed leren kennen. Hij heeft erdoor leren vertellen in woord en geschrift. De technische kant van het vak had hij zich al evenzeer eigen gemaakt. Ik heb hem in de jaren zeventig eens voor een tv-portret geïnterviewd. De vakman wist precies waar hij zijn antwoord moest beginnen en waar te eindigen, zodat hij kon anticiperen op de toenmalige techniek van de tv-montage en zijn woorden onverkort werden weergegeven.

In de jaren zestig hingen wij aan zijn lippen, wanneer hij op de Nederlandse televisie in zwart-wit de geschiedenis van De Bezetting doceerde. Aan het eind van dat decennium begon hij zijn boekdelen uit de Geschiedenis van het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog te presenteren. Hij wist er zich een eigen gemeente van journalisten mee te verwerven, die hij telkens weer tevredenstelde door zijn persconferentie te beginnen met een door hem geselecteerd en volstrekt nieuw feit. Hij was en bleef de man van Radio Oranje, van koningin Wilhelmina en van de Angelsaksische bevrijders. Maar toen hij aan de koloniale hoofdstukken begon, bleek hij dezelfde criticus van de Nederlandse koloniale oorlog in Indonesië te zijn, die hem in de jaren veertig een functie als radiocommentator bij de VARA had gekost.

In 1979 werd ik lid van een Commissie van Drie die in opdracht van de Tweede Kamer zijn relaas over het oorlogsverleden van de politieke leider van het CDA, Willem Aantjes, tegen het licht moest houden. We hebben hem gedeeltelijk gelijk gegeven, maar op cruciale feiten – lidmaatschap van de Waffen-SS of bewaker in het gevangenenkamp Port Natal – ook ongelijk. Loe de Jong, die een gepassioneerde geschiedschrijver was, is vermoedelijk door zijn ontdekking van een verbinding tussen de namen Aantjes en SS zo geëmotioneerd geraakt dat hij de maat van de geschiedwetenschappelijke zorgvuldigheid uit het oog verloor.

Dat tekent de man. Loe de Jong heeft stem gegeven aan talloze tijdgenoten uit de oorlog. Zijn boeken bevatten analyses maar met name verhalen van hoe de oorlog is verdwenen; alle dagen zal ik wenen. Hij heeft het vooral als zijn plicht gezien om de jodenvervolging te beschrijven in uitersten van de afschuwelijkste misdaden tot en met heldhaftige hulp aan onderduikers. Hij heeft zich steeds meer vereenzelvigd met de rol van verteller van de oorlog. Maar in zijn laatste jaren werd hij ook een voorbeeld van levenskracht, omdat hij de consequenties van hart- en herseninfarcten op een indrukwekkende wijze trachtte te overwinnen.

Jan Bank is hoogleraar Vaderlandse geschiedenis aan de Universiteit Leiden.