Van harte welkom in de club van fusieslachtoffers

Samen hebben de grote woningcorporaties 289.000 betaalbare huizen in de verhuur. Maar steeds minder bestuurders. In de nasleep van fusies moeten talloze bestuurders opstappen.

Na zeven fusies in ruim zeven jaar is het tijd voor verandering. Tijd voor rust in de tent. Tijd voor een nieuwe vent.

Corporatieholding Friesland is na zeven fusies samen met een enkel ander fusieproduct zo goed als de grootste woningcorporatie buiten de Randstad met 20.000 verhuurde woningen. Maar op de website biedt de organisatiestructuuur op dit moment een ongewone aanblik. Achter de functie bestuursvoorzitter staat: vacant. Achter bestuurder vastgoed: vacant.

Twee van de drie bestuurders zijn opgestapt na druk uit de organisatie, die zo langzamerhand fusiemoe was. Een bekend patroon onder woningcorporaties. Zo bekend dat bestuurders er onderling al zure grappen over maken, zo zegt een ex-bestuurder van een van Nederlands grootste corporaties: ,,Dan vragen we elkaar: ben jij al lid van de club van fusieslachtoffers?''

Fusies zijn de laatste jaren voor woningcorporaties de favoriete weg naar groei. Fusies binnen één stad, één regio, één provincie, of op landelijke schaal. In vijftien jaar tijd is het aantal van huis uit lokaal opererende corporaties bijna gehalveerd tot 530, en zijn grote, soms landelijk werkende bedrijven ontstaan met tienduizenden woningen.

En net als in het echte bedrijfsleven gaan ook fusies bij deze maatschappelijk georiënteerde organisaties gepaard met onrust. Onrust op de werkvloer, als organisaties in elkaar worden geschoven, en onrust aan de top. Zo was er bij de Friese corporatie een `angstcultuur' ontstaan, waar het lagere kader de bestuurders niet meer durfde aan te spreken op het beleid.

,,Fusies zijn processen met veel compromissen'', zegt L. Vulperhorst, partner bij adviesbureau Andersson Elffers Felix, dat onder meer betrokken was bij de ontvlechting in 2002 en 2003 van een van de grootste fusiecorporaties, het Vastgoedfonds Lievendekey.

Vulperhorst schetst het proces van een doorsnee fusie. Twee of meer corporaties gaan samen, en om de transactie te laten slagen komen alle betrokken bestuurders samen in een nieuw bestuur of een concerndirectie. ,,Toezichthoudende commissarissen zeggen meestal niet: een fusie met twee partijen? Dan vragen we om een test en benoemen de beste man. Want in dit wereldje zitten overwegend mannen. Nee, zo wordt het spel niet gespeeld, ze benoemen gewoon iedereen. Maar een lokale corporatie leiden is toch wel wat andere dan de nieuwe gefuseerde corporatie, die regionaal werkt, die landelijk werkt. Bestuurders die gewend zijn hun eigen tent te leiden, moeten opeens samen met anderen gaan besturen, en dat geeft meer spanning dan commissarissen denken.''

De Friese corporatieholding is een van de corporaties waar de fusies tot onrust in de top hebben geleid. Maar voor huurders, die afhankelijk zijn van de woningen, en voor gemeenten, die belang hebben bij nieuwbouw, is het vaak gissen naar de reden van vertrek van corporatiebazen.

Waar grote, beursgenoteerde ondernemingen de afgelopen jaren door aandeelhouders en gedragscodes steeds meer onder druk worden gezet om over bestuurlijke onrust openheid te geven, inclusief de hoogte van gouden handdrukken, houden corporaties zich in hun jaarverslagen op de vlakte.

Een paar voorbeelden. De Alliantie had na een fusieproces opeens een bestuur van zes personen. Dat vond de raad van commissarissen te veel van het goede. Vier van hen verdwenen uit de hoogste bestuurslaag om regiobestuurder te worden, een van hen verliet het bedrijf om persoonlijke redenen. Bij Lievendekey verdwenen drie bestuurders door een nieuwe organisatievorm. Bij Woonbron Maasoevers in Rotterdam bleek na de fusie dat twee bestuurders, elk van een andere fusiepoot, niet goed samen konden: een van hen vertrok. In het jaarverslag heette dat een ,,onverwachte bestuurscrisis'' die tot het vertrek van de voorzitter leidde. Of de commissarissen schrijven, in het jaarverslag van Haag Wonen, slechts dat zij besloten hebben de arbeidsovereenkomst met de bestuurder te ontbinden. Het blijft dan gissen naar de exacte redenen, ook voor geïnteresseerde huurders.

Wat kost een vertrek de corporatie? Menige corporatie meldt geen individuele beloningen, laat staan vertrekpremies. Dat was voor adviesbureau Hay mede reden om de corporaties op het gebied van verantwoording eerder een laag cijfer te geven in een vergelijking met andere maatschappelijke sectoren als ziekenhuizen en scholen. Corporaties kregen een vier.

Kenmerkend voorbeeld: in het jaar dat twee bestuurders bij Woonzorg Nederland vertrokken steeg de totale bezoldiging van de bestuurders, het enige cijfer dat in het jaarverslag staat, van 495.000 (voor drie man) naar 2.177.000 euro voor drie man plus twee vertrekpremies.

,,Het zou niet mogen kunnen'', zegt PvdA-Kamerlid S. Depla over zulke bedragen. ,,De regels willen dat corporaties hun geld alleen mogen besteden aan vastomlijnde doelen in volkshuisvesting. Ik vraag me af of hoge salarissen en dito gouden handdrukken daar ook onder vallen.''