Soebatten over nette en foute landen

Op een jaarlijkse vergadering bij de VN in Genève debatteert een commissie van 53 landen over welk land in de wereld wel of niet de mensenrechten schendt. De commissie is niet onomstreden.

Limousines rijden af en aan met ministers uit de hele wereld. Restaurants en bars in het Palais des Nations, het Geneefse VN-hoofdkwartier, en in de wijde omtrek zitten vol. In elk vrij kamertje van het Palais confereren diplomaten. Het is weer zover: de jaarlijkse vergadering van de Mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties, de 61ste sinds 1946, is gisteren begonnen. Zes weken lang, tot 22 april, wordt hier gesoebat over de vraag welke landen er dit jaar aan de schandpaal worden genageld.

Het antwoord lijkt simpel: elk land dat internationale mensenrechtenverdragen schendt, krijgt een reprimande. Maar zo eenvoudig ligt het niet. Want in de commissie zitten 53 landen, van wie zeker de helft ,,mensenrechten niet promoot, maar ze ondermijnt'', vindt Kenneth Roth, de directeur van Human Rights Watch in New York.

Naast landen als Australië, de Verenigde Staten en Nederland hebben dit jaar ook China, Zimbabwe, Soedan, Cuba, Nepal en Rusland zitting. Er moet een meerderheid zijn om een resolutie te laten passeren. Daarom lobbiet elk land zich een ongeluk om resoluties tegen zichzelf te blokkeren. Voorzitter is dit jaar Indonesië, wat volgens een westerse diplomaat vergelijkbaar is met ,,een verslaafde die een afkickcentrum runt''.

De Hoge Commissaris voor de Mensenrechten, de Canadese Louise Arbour, verwoordde maandag de frustratie van velen door te zeggen dat mensenrechten ,,gewoon niet bestaan'' als de grootste schenders ervan niet ter verantwoording worden geroepen. ,,Totnogtoe zijn we in die taak niet geslaagd.''

Voorbeelden daarvan zijn er elk jaar te over. Zo diende een aantal westerse landen vorig jaar een resolutie in tegen Rusland, wegens schendingen van de mensenrechten in Tsjetsjenië. Sommigen hoopten dat de islamitische landen, die altijd klagen over het lot van hun Tsjetsjeense `broeders', hun aan een meerderheid zouden helpen. Maar die landen hielpen Rusland juist om de resolutie te torpederen.

Daarmee verzekerden zij zich onder meer van Russische steun in hún poging om een resolutie tegen Soedan te blokkeren wat lukte. Dit jaar probeerde Rusland al vóór de vergadering een nieuwe resolutie over Tsjetsjenië af te wenden met het dreigement dat het anders zèlf een resolutie zou indienen over de behandeling van Russen in de nieuwe EU-lidstaten Letland en Estland. Ook dreigde Moskou om een Cubaanse resolutie tegen de Amerikaanse behandeling van krijgsgevangenen in Guantánamo te steunen.

Twee landen die zeker weer een veroordeling krijgen, zijn Noord-Korea en Myanmar. ,,Zij hebben weinig bondgenoten,'' zegt een westerse diplomaat. ,,Maar veel Aziatische en Afrikaanse landen waar de mensenrechten worden geschonden, worden gedekt door andere landen op hun continent en vaak ver daarbuiten.'' Niet-westerse landen trekken steeds vaker één lijn tegen ,,westers neo-imperialisme''. Vandaar dat de lidstaten van de Europese Unie, die weer een resolutie tegen Soedan hebben klaarliggen, nu hun best doen om landen van de Afrikaanse Unie over te halen om zèlf die resolutie in te dienen.

Volgens de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, die gisteren in Genève was, ,,heeft de EU tegen de Afrikaanse landen gezegd: `Jullie zeggen altijd dat Afrika voor de Afrikanen is laat dan nu maar zien dat het jullie menens is. Zo niet, dan doen wij het.' Wij dragen elementen voor zo'n Afrikaanse Soedan-resolutie aan. Lukt dat, dan maakt verzet van de islamitische landen ditmaal weinig kans. Natuurlijk wordt die resolutie dan milder dan wij zouden willen. Maar zo wordt Soedan toch in de hoek gezet van de rogue states. En daar gaat het om.''

Andere hete hangijzers dit jaar zijn China en Cuba. Om een Amerikaanse China-resolutie af te wenden, liet China vorige week al plannen voor een resolutie tegen Guantánamo varen. Maar nu wil Cuba, dat óók een Amerikaanse resolutie boven het hoofd hangt, deze resolutie alsnog indienen. Cuba wil daar zelfs de letterlijke tekst voor gebruiken van een Europees parlementsbesluit uit 2004, dat mensenrechtenschendingen op Guantánamo veroordeelt.

Cuba gokt erop dat EU-landen zich niet van democratisch gekozen europarlementariërs durven distantiëren, en er dus niet onderuit kunnen om met Cuba de Amerikanen lik op stuk te geven. Sommige EU-landen overwegen dit. Nederland niet, zegt Bot. ,,Ik heb het Guantánamo-probleem laatst met de Amerikaanse minister Rice besproken. Nu we troepen sturen naar Afghanistan, hebben we zelf met dit dilemma te maken. Ik heb liever direct contact, dan dat ik de Amerikanen hier met een resolutie om de oren sla.'' Als EU-land ben je niet aan dit Europese parlementsbesluit gebonden, vindt hij: ,,Je kunt toch zeggen: Het is een besluit van het Europees parlement, en niet van de Raad [de Europese regeringen]?''

Landen, non-gouvernementele organisaties en VN'ers zelf klagen steeds luider over deze koehandel. De Ierse Hoge Commissaris Mary Robinson stak haar walging hierover bij haar aftreden in 2002 niet onder stoelen of banken. ,,De mensenrechtencommissie is niet geloofwaardig meer'', vindt Peter Splinter van Amnesty International in Genève. ,,Het systeem moet veranderen. Het schaadt de reputatie van de VN.''

Vandaar dat een commissie van wijzen in november op verzoek van VN-secretaris-generaal Kofi Annan, in een rapport over de toekomst van de VN, ook suggesties deed voor hervormingen bij de mensenrechtencommissie. Eén idee is om alleen nog `nette' landen toe te laten in de commissie. Maar wat zijn nette landen? Daar wordt in Iran anders over gedacht dan in Nieuw-Zeeland. ,,Dat wordt het eind van de dialoog'', denkt een diplomaat. ,,Dan zijn we nog verder van huis.''

Een andere suggestie, om de commissie open te stellen voor àlle VN-landen, vindt even weinig bijval: dit zou het probleem juist uitvergroten. Sommige grote donoren, waaronder Nederland, vinden dat de hoge commissaris geld moet krijgen om onafhankelijk van de 53 landen in de commissie meer te reizen, kantoren in het veld te versterken en jaarverslagen te produceren.

Kortom, iedereen spreekt nu over hervormingen. Maar daarover lopen, net als over mensenrechten zelf, de meningen te fors uiteen om er nu al enige richting in te ontdekken.