Oorlog Colombia draait om drugs

Met Amerikaanse steun hoopt Colombia de FARC op de knieën te krijgen. Deze guerilla's annex drugshandelaren zijn ook elders in Latijns-Amerika actief.

De drugsbestrijder in de Amerikaanse ambassade in de Colombiaanse hoofdstad Bogotá begint hardop aan een rekensom. Het is de meest conservatieve schatting, zegt hij. Maar ga er maar vanuit dat Colombiaanse drugshandelaren jaarlijks 450.000 kilo cocaïne het land uit smokkelen. De winst per kilo bedraagt zo'n 7.000 dollar. Het bedrag dat Colombiaanse cocaïnehandelaren jaarlijks overhouden, bedraagt meer dan drie miljard dollar.

Ieder jaar levert de oorlog die Colombia samen met de Verenigde Staten voert tegen de drugshandel in het Zuid-Amerikaanse land betere resultaten op. Er zijn weer meer cocaïnevelden vernietigd met gif, nog meer drugslaboratoria ontmanteld en er is een nieuwe recordhoeveelheid cocaïne in beslag genomen.

Maar je hoeft geen grote cynicus te zijn om te begrijpen dat het einde van War on Drugs nog wel even op zich kan laten wachten. ,,Het Colombiaanse ministerie van Financiën heeft uitgerekend dat de illegale gewapende groepen in dit land met drugshandel zes keer zo veel geld verdienen als ze nodig hebben om hun strijd te bekostigen'', zegt een Colombiaanse defensie-adviseur.

,,Alle subversieve groepen [zo'n 40.000 man, red.] in dit land zijn voor hun illegale activiteiten zwaar afhankelijk van de opbrengsten van de cocaïnehandel'', zegt de drugsbestrijder in de reusachtige Amerikaanse ambassade, de grootste Amerikaanse diplomatieke vestiging op die in Irak na. De Verenigde Staten trekken jaarlijks 600 miljoen gulden uit om in Colombia onder andere de drugshandel tegen te gaan. Een deel van dat geld wordt besteed aan het inhuren van particuliere bedrijven die het gevaarlijke werk moeten opknappen.

De Amerikanen worden er iedere dag pijnlijk aan herinnerd dat dit geen eenvoudige klus is. In de hal van de ambassade staat een tafel met een zwart kleed en foto's van Marc Gonsalves, Thomas Howes en Keith Stansell. Zij worden al 25 maanden in het Colombiaanse oerwoud gevangen gehouden door de guerrillabeweging FARC. De drie mannen die in opdracht van het ministerie van Defensie, laagvliegend boven de jungle, foto's maakten van cocaïnelaboratoria werden ontvoerd toen hun vliegtuigje neerstortte. ,,We zullen jullie niet vergeten'', staat er op het spandoek boven de herdenkingstafel.

Om een einde te maken aan veertig jaar gewapende strijd, voert de Colombiaanse regering onderhandelingen met paramilitairen en indirect met vertegenwoordigers van de guerrillagroep ELN. Alleen met de ongeveer 15.000 manschappen tellende FARC wordt niet gesproken omdat die organisatie elke toenadering afwijst. De Colombiaanse autoriteiten denken bovendien de FARC militair op de knieën te kunnen krijgen.

Maar de FARC heeft zich sinds begin dit jaar juist uiterst actief getoond. Bij verscheidene aanvallen zijn zo'n zeventig militairen omgebracht. Deze maand kon het leger alleen dankzij zware bombardementen het grensstadje Puerto Inírida ontzetten dat de FARC omsingelde uit protest tegen de arrestatie van een van hun leiders. En ook de Amerikanen hebben – ondanks het uitloven van een beloning van ruim 5 miljoen dollar en een Amerikaans visum voor de gouden tip – geen kans gezien hun landgenoten uit handen van de FARC te bevrijden.

Colombiaanse regeringsvertegenwoordigers wijzen er echter op dat sinds het aantreden van president Álvaro Uribe in 2002 en diens hernieuwde militaire offensief zo'n vijfduizend individuele FARC-leden zijn gedeserteerd. Ze zijn door de Colombiaanse overheid voor het grootste deel ondergebracht in tientallen herbergen en hotels in hoofdstad Bogotá. Daar worden de deserteurs – die wegens verraad niet meer terug kunnen naar het binnenland – door de Colombiaanse overheid voorbereid op een bestaan in de burgermaatschappij.

De burgemeester van de hoofdstad, Luis Eduardo Garzón, maakt zich grote zorgen over de plotselinge concentratie van jonge mannen die een leven lang in de illegaliteit hebben geleefd. Hij vreest het Paard van Troje binnen de stadsmuren te hebben. ,,Je weet niet of deze mannen werkelijk weer een normaal leven willen gaan leiden of alleen maar door hun leiders naar de stad worden gestuurd'', aldus de burgemeester in een interview in het dagblad El Tiempo vorige week. Hij spreekt van ,,een tikkende tijdbom'' omdat het onmogelijk is voor al deze voormalige strijders werk te vinden.

En recentelijk is duidelijk geworden dat de FARC ook buiten de grenzen crimineel actief is. Eind vorig jaar brak er een ernstig diplomatiek geschil uit tussen Colombia en Venezuela toen bekend werd dat mede door optreden van de Colombiaanse geheime dienst in de Venezuelaanse hoofdstad Caracas een belangrijke FARC-leider was opgepakt. Het ging om Rodrigo Granda die als een soort minister van buitenlandse zaken optrad namens de guerrillabeweging.

De aanvankelijke Venezolaanse verontwaardiging over de arrestatie op haar grondgebied verdween toen bleek waar Granda zich allemaal mee bezig hield. Hij onderhield bijvoorbeeld een e-mailcorrespondentie met de leider van een extreem-linkse politieke partij in Paraguay. Die Paraguayaan is vorige maand opgepakt omdat er sterke aanwijzingen zijn dat hij verantwoordelijk is voor de ontvoering en moord van de 32-jarige Cecilia Cubas, dochter van de voormalige president van Paraguay Raúl Cubas. In Granda's woning zijn videobanden gevonden waarin de FARC uitlegt hoe te ontvoeren. Colombia heeft laten weten bereid te zijn de verdachte uit te leveren aan Paraguay.

Vorige week leverde Colombia de FARC-leidster Omaira Rojas uit aan de Verenigde Staten. Deze vrouw, Sonia, regelde volgens de Colombianen de financiële afwikkeling van de drugszaken. Ze is daardoor reuze waardevol. Dat realiseert de FARC zich ook. Ze hebben voorgesteld penningmeester Sonia en Granda te ruilen voor presidentskandidate Ingrid Betancourt - al drie jaar ontvoerd - en de drie Amerikanen.