Niet langer in de ivoren toren

Het notariaat is door de Wet op het notarisambt flink opgeschud. Van een rijksambtenaar is de notaris veranderd in een ondernemer, die zich de concurrenten van het lijf moet houden. Is de onafhankelijke rol van de notaris in het geding?

Een bezoek aan de locale bioscoop is voor notarissen uit Hoogeveen geen onverdeeld genoegen, en al zeker geen vlucht uit de dagelijkse realiteit. Tandenknarsend moeten ze zich de levensgrote beeltenis van collega en concurrent Johan Stotijn uit het naburige dorpje De Wijk laten welgevallen. Stotijn adverteert zijn notariële diensten in de bioscoop: `Liefde mag niet leiden tot haat of oorlog! Bel mij, voor een heldere blik op uw situatie', juicht de jonge notaris, zwaaiend met een zwaard boven zijn hoofd in een persiflage op de historische oorlogsfilm Troy, de kijker vanaf het witte doek toe.

Johan Stotijn, zoon van een arbeider en de enige van vier broers die ging studeren, is een notaris nieuwe stijl. Hij profileert zich als een moderne, toegankelijke notaris die tegen een schappelijk tarief meedenkt met zijn klanten. Stotijn: ,,De notaris is allang niet meer de conservatieve, formele man in driedelig grijs die je vanonder dikke wolken sigarenrook wat voorlispelt uit een akte. Het beeld dat ik wil uitdragen is dat je als notaris ook náást de mensen kunt staan.''

Binnen een straal van vijfentwintig kilometer rond Hoogeveen zijn vijftien notarissen gevestigd. Drenthe heeft, na Amsterdam, de meeste notariskantoren per inwoner in Nederland. Waar het notariaat vroeger een vast aantal standplaatsen per regio kende, staat het een kandidaat-notaris met een goed ondernemingsplan tegenwoordig vrij om zich ergens als notaris te vestigen. Bovendien kunnen notarissen vanaf juli 2003 zelf het tarief voor hun diensten bepalen. Sindsdien wordt Drenthe geteisterd door een grimmige concurrentiestrijd tussen de verschillende kantoren. De provincie staat binnen de beroepsgroep inmiddels bekend als `een notarieel Falluja'.

Stotijn staat bekend als prijsvechter in de regio. Toch ontkent hij dat hij met de prijzen stunt. Stotijn: ,,We hebben gekeken: wat doet de omgeving? Toen een kantoor verderop de prijzen liet zakken, móesten we wel mee. Dat heeft effect op andere kantoren, en zo rolt het balletje rond. Op een gegeven moment zit je in een spiraal waar je moeilijk uitkomt.'' Stotijn heeft er geen moeite mee om in de bioscoop te adverteren. Onlangs kreeg hij een cliënt die binnenkort gaat trouwen. ,,Hij zei: ik zag je kop laatst in de bios en dacht, ik kom toch maar even langs.''

Tot enkele jaren geleden was de notaris onbezoldigd rijksambtenaar en golden er vaste notariële tarieven, die door de beroepsgroep zélf werden vastgesteld. Maar in 1999 trad de nieuwe wet op het notarisambt (Nwa) in werking. Sinds de Nwa zijn de vaste tarieven losgelaten en is het verbod op het verrichten van ambtshandelingen buiten het arrondissement van vestiging afgeschaft. Door het notariaat aan marktwerking te onderwerpen hoopte de overheid de productiviteit, kwaliteit en innovatie binnen het notariaat te stimuleren.

De invoering van de wet heeft de ruim 1.400 notarissen in Nederland, die in totaal zo'n anderhalf miljoen aktes per jaar opstellen, gedwongen tot efficiënter werken. Daarmee is de nieuwe wet de redding van het notariaat geweest, meent Martijn Le Coultre (45), sinds tien jaar notaris in Hilversum. Le Coultre: ,, Door de vaste prijzen was er geen prikkel om klantgericht te denken. Vroeg of laat moest de notaris uit zijn ivoren toren komen.'' De Gooise notaris kan scherp concurreren. Hij reorganiseerde zijn kantoor al vóór de omschakeling en heeft door een geringe overhead de kosten in de hand. Hij spaart tijd door zijn cliënten zelf op informatie uit te sturen en verhaalt de kosten die ondeugdelijke eigendomsgegevens met zich meebrengen op de verkoper in plaats van de koper.

Voor zijn diensten betaalt de klant een vaste prijs. Le Coultre vindt het niet `des notaris' om over zijn tarief te onderhandelen. ,,Des bakkers ook niet trouwens. Die zegt heus niet: bij de buurman kost een brood één euro tien, dus bij mij is het vijf cent goedkoper. Dan kan die bakker snel sluiten.'' Daarnaast zijn vaste prijzen volgens hem een kwestie van weloverwogen zelfbelang. Le Coultre: ,,Stel, ik maak een concept samenlevingscontract, en de cliënt denkt: volgens mij klopt er iets niet, maar ik ga niet bellen want dat kost me weer vijftig euro. Dan stelt hij die vraag niet en maak ik een slecht product.''

Of een brood goed smaakt, kan iedereen zelf bepalen. Maar hoe weet de juridisch ongeschoolde cliënt dat hij een goede akte voor zijn dure geld heeft gekregen? ,,Dat weet hij niet'', zegt Peter Blokland (42), notaris bij De Kort van der Kolk van Tuijl (KKT) in Tilburg. ,,En dat is ons grote probleem: het publiek kan de kwaliteit van ons werk niet beoordelen.'' Het verbaast hem niet dat mensen bij hun notariskeuze eerder op prijs dan op kwaliteit afgaan. Blokland zegt het maar eerlijk: een hypotheekakte van de Rabobank of ABN-Amro is bij hem even goed of slecht als bij een ander kantoor.

De meerwaarde van een goede notaris zit hem dan ook in het bijgeleverde advies, meent Blokland. ,,Een goede notaris neemt de tijd om zaken uit te leggen en vraagt dóór naar de situatie van zijn cliënten. Zelfs bij de eenvoudigste hypotheek kan van alles misgaan.'' Als voorbeeld noemt Blokland het geval van een erfenis bij een stel, ieder met kinderen uit een vorige relatie. Omdat het stel bij de hypotheekadviseur een partner-clausule heeft getekend, zien de kinderen van de overleden partner de uitkering van de levensverzekering, die in feite voor de helft deel uitmaakt van de erfenis van hun overleden ouder, aan hun neus voorbij gaan, want bij het overlijden van de langstlevende partner zien ze er waarschijnlijk niets van terug. Het is een blunder die vaak gemaakt wordt. Blokland: ,,Je kunt je afvragen of een notaris die de zaken in tien minuten afhandelt, zijn cliënten daarvoor behoedt.''

Ook de afhankelijkheid van de vastgoedmarkt brengt de notaris in een lastige positie: als ambtenaar is hij nog altijd verplicht zijn onafhankelijkheid en objectiviteit te bewaren, maar volgens cijfers van de Rabobank drijft het gemiddelde kantoor voor bijna tachtig procent op de onroerendgoedpraktijk. Peter Blokland: ,,Je kunt er op wachten dat een projectontwikkelaar zich aandient met een aantal woningen in de verkoop, die zegt: `ik wil je deze opdracht best geven, maar wel tegen een uitgeknepen tarief, en bovendien heb ik graag dat je het een beetje gunstig voor mij opschrijft'. De koper mag dan betalen, ik ben degene die hier de opdrachten uitdeelt.'' Om de afhankelijkheid van de vastgoedpraktijk te beperken streeft het Tilburgse kantoor naar uitbreiding van de familie- en adviespraktijk. ,,Dat maakt ons economisch minder kwetsbaar.''

Bloklands streven past in een algemene tendens van specialisering en schaalvergroting. Hoewel de notaris nog altijd verplicht is om álle notariële diensten te verlenen, ervaren steeds meer kantoren die zogenaamde fullservice- of ministerieplicht als een belemmering voor een gezonde bedrijfsvoering. In de oude situatie werd de onrendabele familiepraktijk min of meer gesubsidieerd door het rijke vastgoedbroertje. Maar sinds de invoering van de Wna houden vooral grotere kantoren de boot af, volgens Peter Blokland vaak zonder dat het met zoveel woorden wordt gezegd. Blokland: ,,Als je een cliënt vertelt dat het openen van een dossier hem vijfhonderd euro kost, blijft hij vanzelf weg. Als ondernemer wil de notaris net als andere ondernemers alleen maar dingen doen waar winst mee te behalen valt, is de gedachte.''

Een ander neveneffect van de Wna is het ontstaan van allerhande marktpartijen die zich tussen notaris en cliënt inwringen. De Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB) heeft haar handen vol aan het bestrijden van deze levendige tussenhandel, die in de ogen van KNB-voorzitter Robert Salomons niets toevoegt. Salomons: ,,Mensen laten zich overhalen door iemand die zegt: `ik weet wel een goedkope notaris voor je'. Maar in feite betaal je altijd méér in zo'n situatie dan nodig is. Want je betaalt ook die tussenpersoon. Die zegt wel: het kost niks, maar dat is niet waar, want de notaris betaalt de tussenpersoon indirect.''

De marktwerking lijkt ook fouten in de hand te werken. Uit nog ongepubliceerd onderzoek van het Kadaster blijkt dat in 10.379 aktes, oftewel twee procent van het totaal, een fout zit. Die varieert van het onvolledig vermelden van de persoonsgegevens, tot het ontbreken van een handtekening of een verklaring van de notaris. Ook de klachten over notarissen bij de Kamers van Toezicht van de arrondissementsrechtbanken zijn in vier jaar tijd verdubbeld, zo blijkt uit de Trendrapportage Notariaat, een onderzoek in opdracht van het ministerie van Justitie (december 2004).

Laat de notaris, onder druk van de commercie, zijn zaakjes sloffen? Het gevaar is niet denkbeeldig, meent Zayenne Laclé, rechtssocioloog aan de Universiteit Leiden. Voor de Trendrapportage deed zij onderzoek naar de beroepsethiek onder notarissen. Laclé: ,,Op de meeste kantoren komt ethiek slechts zijdelings of informeel ter sprake. Mechanismen die erop gericht zijn de beroepsethiek te handhaven zijn er nauwelijks. Maar de beroepsgroep wordt er wél als geheel op aangesproken als een notaris in de fout gaat. Dat maakt het notariaat kwestbaar voor kritiek.'' Laclé betreurt het dat er binnen de beroepsgroep geen cultuur bestaat om elkaar op fout gedrag aan te spreken. Kritiek op de KNB, die de verloederde broeders niet hard genoeg zou aanpakken, vindt ze onterecht. ,,Dan denk ik: dien zélf ook een klacht in tegen die collega. Dat gebeurt nu veel te weinig.''

Notaris Stotijn kan niet ontkennen dat zijn dubbelrol hem soms voor lastige dilemma's stelt. Onlangs wilde een cliënt, die in scheiding lag, zijn huis verkopen. Stotijn wilde de aanstaande ex-vrouw voor akkoord laten tekenen maar mocht van de man geen contact met haar zoeken. De notaris weigerde mee te werken aan het verdonkeremanen van drie ton uit de aanstaande echtscheidingsboedel. Gelukkig gaan de zaken hem goed genoeg om de verleidingen het hoofd te bieden. Stotijn: ,,Op de dag dat ik moet kiezen tussen onethisch handelen of geen inkomen houd ik ermee op. Dan ga ik wat anders doen.''