Het stempel van De Jong (Gerectificeerd)

Het zou nu ondenkbaar zijn dat een enkele historicus op de enige televisiezender en voor het enige nationale historische instituut gedurende dertig jaar zijn persoonlijke morele stempel drukt op een heftige periode uit de Nederlandse geschiedenis. Die positie kwam toe aan dr. Loe de Jong, de voormalige directeur van het toenmalige Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie, die gisteren op 90-jarige leeftijd overleed. Zijn serie Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog is de invloedrijkste getuigenis van de oorlog. De veertien delen, verdeeld over dertig banden, stonden in boekenkasten van Nederlanders uit alle rangen en standen die door naslag in De Jongs werk hun discussies over de oorlog konden beslechten.

De Jong had zijn unieke positie te danken aan zijn historische en journalistieke talenten. Voor de oorlog werkte hij voor het weekblad De Groene Amsterdammer, tijdens de oorlog was hij omroeper bij Radio Oranje in Londen, waarheen hij als bedreigde jood in 1940 was gevlucht. De media-ervaring die hij had opgedaan, kwam hem als geschiedschrijver goed van pas. Zijn indrukwekkende twintigdelige televisieserie De Bezetting tussen 1960 en 1965 maakte een definitief einde aan de zwijgzaamheid over de gruwelen van de Tweede Wereldoorlog. Door de grotere tijdsafstand tot het verleden werd het gemakkelijker om morele oordelen te vellen over het gedrag uit die tijd en dat heeft De Jong met zijn werk aangemoedigd. Zelf verloor hij zijn familie die in Nederland was achtergebleven en naar de gaskamers was gedeporteerd.

De generatiekloof die ontstond in de jaren zestig versterkte de kritiek op het gedrag in de oorlog. Collaboratie en verzet vormden morele ijkpunten voor naoorlogse gebeurtenissen. De Jong was de gezaghebbende verteller van het oorspronkelijke verhaal dat als gelijkenis diende.

Aan duidelijkheid liet De Jong niets te wensen over. In zijn werk nam hij de vele spelers uit de oorlog en de dekolonisatieperiode van Nederlands-Indië de maat. Het uitkomen van elk nieuw deel was een belangrijk media-evenement, waarbij De Jong altijd nieuwsfeiten wist te presenteren. Hij sprak helder, precies, op de seconde nauwkeurig en met aansprekende emotionele ondertoon, zodat zijn verklaringen zeer bruikbaar waren voor de audiovisuele media. Dat is opmerkelijk voor een man van zijn generatie. Een dieptepunt in zijn loopbaan waren zijn op televisie uitgezonden, emotioneel getoonzette en deels foutieve beschuldigingen van collaboratie aan de toenmalige CDA-leider W. Aantjes, die zich daarna gedwongen voelde om op te stappen.

De Jongs strakke goed-foutschema is gelukkig verlaten door de nieuwe generatie geschiedschrijvers. De huidige directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie, Hans Blom, had in 1983 in zijn oratie als hoogleraar de aanval geopend op zwart-witte geschiedschrijving. Er is meer begrip voor de vele grijstinten en de moeilijke omstandigheden waarin mensen tijdens de oorlog moesten overleven. Die unieke, gruwelijke tijd biedt weinig moreel houvast voor de beoordeling van de actualiteit. Dat neemt niet weg dat De Jongs veertien delen een monument zijn van geschiedschrijving over de oorlog en van de manier waarop daar tussen 1960 en 1990 over werd gedacht.

Rectificatie

In de artikelen over het overlijden van Loe de Jong (16 maart, pagina's 1, 7 en 23) wordt van verschillende aantallen banden melding gemaakt waaruit het werk `Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog' bestaat. Het Geschiedwerk bestaat uit veertien delen en dertig banden. Daarvan heeft Loe de Jong twaalf delen (bij elkaar 26 banden) geschreven. Deel 13 met rectificaties is feitelijk ook gemaakt door De Jong. Deel 14 (2 banden met reacties) is gemaakt door een onafhankelijke redactie. Daarnaast bestaat nog een index (zonder bandnummer).