Het manna van Wilders

Door de politieke concurrentie en de commentatoren is het programma van Geert Wilders overwegend meesmuilend tot geïrriteerd ontvangen: die man is geen Pim. Onverstandig. Onuitvoerbaar. Sluit iedere coalitievorming uit. Schaamteloze imitatie van Fortuyn. In strijd met de Grondwet.

Volgens het eerste onderzoek van Maurice de Hond is 65 procent het helemaal of gedeeltelijk met de aanstaande partijleider eens, en 79 procent was voor het strenger straffen van geweldplegers. Het programma 2 Vandaag kwam tot 43 procent die vond dat er wel iets in zat en 26 procent zou nu op hem stemmen. Niet slecht voor een beginner. Is dit niet het geheim van Wilders? Hij wil ,,de politiek terugbrengen naar de burger''. De beroepspolitici van de partijen en de media schudden hun hoofd. Ze zijn niet bang. Maar veel meer dan de helft van de kiezers stemt met zijn verschijnen in. Dat is al een zware motie van wantrouwen tegen het zittend regiem. Die beroepsmensen begrijpen niet wat er aan de hand is, denkt hij. Dit alleen al, zal zijn conclusie zijn, rechtvaardigt mijn verschijning.

Als er niets onverwachts gebeurt, zijn er in 2007 weer verkiezingen. Onafhankelijk van de vraag in welke mate hij gelijk heeft, en daarna, in hoeverre zijn programma uitvoerbaar zou zijn, is er een praktisch probleem. Zal de revolutionair in staat zijn, deze bijval twee jaar te bewaren? Waaraan heeft hij zijn opkomst te danken? Zullen zijn concurrenten en tegenstanders in staat zijn, bijtijds van hem te leren? Of breekt hier begin 2008 werkeljk de nieuwe Gouden Eeuw met de herstelde gulden aan?

Dat Wilders schatplichtig is aan Fortuyn, is duidelijk. Maar dat op zichzelf is geen bezwaar. Zonder enig plagiaat zou de politiek niet kunnen bestaan. Fortuyn wilde een kaalslag op de Haagse heilige huisjes en noemde de islam een achterlijke godsdienst. Hij verklaarde zijn programma in een Nederlands dat met het ingezwachtelde en verknoopte politiek Haags niets te maken had. Radicalisme op zich is niet voldoende. Het moet ook voor de gewone kiezers verstaanbaar blijven. Fortuyn slaagde erin de twee te combineren. Daaraan heeft hij zijn succes te danken gehad. En vervolgens is dat op een ongehoorde manier door zijn erfgenamen verkwanseld.

Bijna drie jaar nu hebben de kabinetten Balkenende I en II geregeerd, niet met het doortastend elan dat Fortuyn van zijn regering in het vooruitzicht had gesteld, maar ook niet onverdienstelijk. Op zijn manier heeft het kabinet dat nu aan het bewind is, geprobeerd de zaken bij elkaar te houden. Een geweldig succes is het tot dusver niet geworden, een rampzalige mislukking evenmin. Wat zou je meer in een democratie kunnen verwachten?

In Nederland in ieder geval één ding: dat de immigratie, de aanwezigheid van tegen het miljoen buitenlanders niet de oorzaak zou zijn geweest van de nieuwe nationale polarisatie. We kunnen het op alle mogelijke manieren formuleren, op z'n politiek Haags of op z'n Van Goghs, maar het feit blijft dat hier onder een groot deel van de bevolking een soms sluimerende, soms hard geuite moslimhaat heerst. Dat was al het geval vóór de moord van 2 november 2004. Daarna is de storm pas goed opgestoken. Na de eerste moord op 6 mei 2002 kregen we de zomer van de kogelbrieven. Na 2 november 2004 is de volgende periode aangebroken waarin het land manifest de kluts kwijt was.

Ik vrees dat het ons bijna vijf maanden later nog niet helemaal gelukt is, weer met twee benen op de grond te komen. In kwaliteits- en gratis treinkranten, toonaangevende weekbladen krijgt niet één partij de scheldkanonnades vrijwel dagelijks toebedeeld, maar krijgen ze het allemaal. Niettemin verklaren juist de grootste schelders met vrome verontwaardiging ,,dat je in dit land niet meer kunt zeggen wat je denkt'', en dat ,,het vrije woord'' ten onder is gegaan.

Dan zijn er twee Kamerleden die ruim van onze democratische faciliteit gebruikmaken, en inderdaad, die worden met de dood bedreigd, waarna het kabinet beiden in geheime bunkerachtige verblijven opbergt. Dat duurt maanden. Groter vertoon van onmacht is in een westelijke democratie niet voorgekomen. Al moest je ze in een pausmobiel vervoeren, ze zouden vrij moeten zijn om te doen en te laten wat ze wilden, binnen de grenzen van de wet.

Iedereen die zoiets overkwam, zou in woede uitbarsten. Maar wie dan ook nog politicus is, ziet vanzelfsprekend in zijn eigen lot demonstratiemateriaal over de deplorabele toestand van de natie. Maarten Luther schreef zijn stellingen op de deur van de kapel in Wittenberg. Waarom zou Geert Wilders het ontwerp voor zijn partijprogramma niet op de muur van zijn cel in Kamp Zeist hebben geschreven?

Zo worden de ongewilde lotgevallen van een hervormer vanzelf tot zijn hype. En zonder hype win je in deze tijd geen verkiezingen. Of we het programma van Wilders een samenraapsel of een bevrijdend manifest vinden, zal pas terzake doen als de verkiezingscampagne begint. Voor nu geldt dat hij zich met zijn verblijf in Kamp Zeist en zijn als Onafhankelijkheidsverklaring gepresenteerde programma stevig in de openbare mening heeft gevestigd. Wat in politiek Den Haag onzin wordt gevonden, wordt door een heel groot deel van de kiezers als manna gegeten. Dat is niet het probleem van Wilders, maar van politiek Den Haag.