Het beeld

In zijn laatste jaar als anchorman van het achtuurjournaal veroorlooft Philip Freriks zich soms frivoliteiten. Tijdens de recente koudegolf opende hij het bulletin met hoed en jas in een besneeuwd Mediapark. En gisteren wees hij met een weids gebaar naar alle achtentwintig op zijn bureau geplaatste banden van Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog. Nergens staat in steen gebeiteld dat het NOS Journaal zittend achter een lege tafel moet worden gepresenteerd.

Het overlijden van de 90-jarige auteur van vermoedelijk het dikste boek dat ooit over één onderwerp werd geschreven, moet de nieuwsdesks pas in de loop van de middag hebben bereikt. Toch was de dominantie ervan in de actualiteitenrubrieken vergelijkbaar met de dood van Rinus Michels of André Hazes. Alleen B&W (VARA) en Het elfde uur (EO) pasten.

Nova, dat het aangekondigde optreden van Ayaan Hirsi Ali geheel overliet aan de concurrentie bij Barend & Van Dorp (RTL4), kwam met het beste programma over dr. L. de Jong. In een lang gesprek met de huidige NIOD-directeur Hans Blom, de jonge historicus Thomas von der Dunk en Andere tijden-eindredacteur Ad van Liempt verkende Jeroen Pauw de evolutie van het Nederlands denken over de Tweede Wereldoorlog. Zeer leerzaam was het verschil tussen Pauw en Von der Dunk enerzijds en de ouderen die de door De Jong geschreven en gepresenteerde programmareeks De bezetting (NTS, 1960-'65) wél op televisie hadden meegemaakt.

Van Liempt vertelde, net als eerder op de avond in Twee vandaag (AVRO), hoe die 21 delen tot stand waren gekomen. Telkens als De Jong een deel af had, zo om de paar maanden, belde hij en dan werd er op korte termijn een uur vrijgemaakt op de enige zender. Ook al liep het soms uit tot een uur en drie kwartier, je kon in de straten een kanon afschieten. Het was de eerste kennismaking van Nederland met de oorlogsgeschiedenis, die vijftien jaar verdrongen was.

De Jong had in mei 1940 de beslissing genomen om met zijn zwangere vrouw de enige twee beschikbare plaatsen in een taxi te pakken, die hen uiteindelijk naar Londen zou brengen. Daar werd De Jong de stem van Radio Oranje; een groot deel van zijn joodse familie, onder wie een tweelingbroer, zou de oorlog niet overleven. Schuldgevoelens verklaarden mogelijk zijn enorme werkdrift en discipline. Aan Ischa Meijer bekende hij in 1994 op televisie dat een psychoanalyse hem in staat had gesteld zijn woede en verdriet te sublimeren tot het schrijven van dat ene boek.

Uiteraard kon De bezetting niet anders zijn dan een onderzoek naar goed en kwaad, naar verzet en collaboratie, naar de dichotomie die het Nederlandse denken over dé oorlog zo lang heeft bepaald. Volgende generaties gaan andere vragen stellen. Von der Dunk zei gisteren in Nova dat hij geen van die 28 banden gelezen had, en een geschiedenisboek prefereert dat een visie weet te comprimeren tot een paar honderd pagina's. Verstandige taal, maar als hij De bezetting als kind wél gezien had, zou hij anders praten over onze nationale geschiedenisleraar.