EU houdt deur voor Kroatië nog dicht

De Europese Unie houdt de deur voor Kroatië voorlopig dicht. De onderhandelingen over toetreding, die morgen zouden beginnen, zijn uitgesteld. Dit hebben de EU-ministers vanmiddag besloten.

Volgens de huidige lidstaten van de Unie heeft Zagreb onvoldoende gedaan om de van oorlogsmisdaden verdachte generaal Gotovina op te sporen en uit te leveren aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. Het is niet eerder voorgekomen dat de Europese Unie onderhandelingen met een kandidaat-lid op het laatste moment heeft afgeblazen.

De Europese ministers van Buitenlandse Zaken vergaderden vanmiddag nog in Brussel over de vraag wat er nu verder moet gebeuren. Zo moest bij het ter perse gaan van deze krant nog duidelijk worden of er sprake is van uitstel totdat generaal Gotovina alsnog is gevonden, of dat er een nieuwe datum wordt vastgesteld.

Een aantal EU-landen waaronder Hongarije, Italië en Oostenrijk geeft de voorkeur aan deze laatste mogelijkheid. Zij staan op het standpunt dat van Kroatië niet het uiterste kan worden gevergd. Volgens deze groep is het voldoende als de voormalige Joegoslavische deelrepubliek heeft aangetoond dat zij alles in het werk heeft gesteld om Gotovina op te sporen.

Daartegenover staan de landen die Kroatië ervan verdenken de zaak bewust te traineren. Hieronder bevinden zich Franrkijk, Groot-Brittannië, Nederland en de Scandinavische landen. Zij baseren zich op de rapportages van hoofdaanklager Carla del Ponte van het Joegoslavië-tribunaal.

Del Ponte verweet Kroatië eerder deze maand dubbel spel te spelen. In een brief van 4 maart aan de EU stelt zij dat Gotovina zich ,,binnen het bereik van de Kroatische autoriteiten bevindt'' en dat daarom niet kan worden gesteld dat het land ,,volledig meewerkt'' aan het tribunaal in Den Haag. Dit laatste was de eis die de regeringsleiders van de Europese Unie eind vorig jaar verbonden aan het openen van de onderhandelingen met Kroatië op 17 maart.

De landen van de Europese Unie moeten op basis van unanimiteit besluiten of de onderhandelingen met een kandidaat-lidstaat kunnen beginnen. Het gaat bij deze onderhandelingen om in totaal 31 hoofdstukken waarbij de wetgeving van het land dat lid wil worden in overeenstemming moet worden gebracht met de regels van de Unie.

Op 3 oktober van dit jaar moeten de toetredingsonderhandelingen met Turkije beginnen. Ook hier is echter een voorwaarde aan verbonden. Voor die tijd zal Turkije moeten overgaan tot een impliciete erkenning van EU-lid Cyprus dat is verdeeld in Grieks-Cyrpus en Turks-Cyprus.

Deze laatste zogenoemde Republiek Noord-Cyprus wordt alleen door Ankara erkend. Van de door de Europese Unie verlangde impliciete erkenning is sprake als Turkije de Douane-unie uitbreidt met de tien landen (waaronder Cyprus) die vorig jaar mei tot de EU zijn toegetreden.