Een slechte dienst

Het wordt niet de erfenis die voormalig Europees Commissaris Frits Bolkestein zich zal hebben voorgesteld. Diens laatste krachttoer, een voorstel om het verlenen van diensten binnen de Europese Unie vergaand te liberaliseren, zal volgende week op de economische top van de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-landen ter sprake komen. En zal hoogstwaarschijnlijk zodanig worden uitgekleed dat er weinig substantieels van overblijft.

De dienstenrichtlijn, ofwel Bolkesteinrichtlijn, werd vorig jaar in de nadagen van de vorige Europese Commissie onder leiding van Romano Prodi naar voren geschoven als het sluitstuk van de interne markt van de EU. Die diensten, van consultants tot betonvlechters en van kappers tot architecten, bleven tot nu toe vrijwel opgesloten binnen de nationale grenzen. Aan dit euvel had een einde moeten worden gemaakt, temeer omdat twee derde van alle economische activiteiten in de EU het verlenen van diensten betreft. Wat stelt een interne markt voor als zo'n groot deel nog kampt met belemmeringen? Berekend is dat invoering van de richtlijn forse economische voordelen oplevert. Als meer concurrentie wordt toegestaan, dalen de prijzen en stijgt per saldo de werkgelegenheid.

De Bolkesteinrichtlijn stuit nu alsnog op gecombineerd Frans-Duits verzet, dat breed wordt gedragen door de vakbonden in veel EU-landen. Steen des aanstoots is vooral het `oorspronglandbeginsel': aanbieders van diensten hoeven zich volgens de ontwerprichtlijn bij het opereren in een ander EU-land enkel te houden aan de regels die in hun thuisland gelden. Dat is een cruciale propositie, omdat juist het moeten voldoen aan tal van verschillende nationale regels het vrije verkeer van diensten tot nu toe te duur en ingewikkeld maakte. Bovendien worden nationale regels en gebruiken maar al te vaak aangewend om buitenlandse concurrentie weg te houden. Zie de vergaande gildevorming in bijvoorbeeld Duitsland.

Tegenstanders van de dienstenrichtlijn vrezen juist een `race naar de bodem', waarbij geopereerd zal worden vanuit landen met de laagste normen voor bijvoorbeeld veiligheid, hygiëne en arbeidsvoorwaarden. Maar een dergelijke `sociale dumping' is in de richtlijn al grotendeels ondervangen: bestaande arbeidsvoorwaarden moeten worden gerespecteerd in het land waar straks wordt gewerkt. Tal van regels over hygiëne en veiligheid zijn al lang geharmoniseerd in de EU. En er waren al sectoren uitgezonderd, zoals de gezondheidszorg.

De tijd van argumenten is echter al voorbij. Het lijkt erop dat de `Frankensteinrichtlijn', zoals Bolkesteins geesteskind wordt genoemd, te besmet is. Volgende week zijn meer uitzonderingen, meer regels en meer voorwaarden te verwachten. De richtlijn dreigt zo hooguit een basis te worden waarop eens, misschien, een interne markt voor diensten kan worden gebouwd. Het verlies van banen is altijd directer zichtbaar dan de winst aan werkgelegenheid die tegelijkertijd optreedt. Zaterdag demonstreren vakbonden in Brussel tegen de dienstenrichtlijn, en vóór de werkgelegenheid. Met zulke vrienden heeft die in Europa geen vijanden meer nodig.