Armoede heeft 636.000 gezichten

Armoede bestaat. Ook in Nederland. In de Haagse Schilderswijk wordt wekelijks voedsel uitgedeeld aan de allerbehoeftigsten. ,,Mijn kinderen hebben heel hun jeugd moeten wachten.''

,,Ik heb mijn uiterlijk tegen'', zegt de vrouw. ,,Doe je ogen dicht en denk aan een zwerver.'' Ze heeft gelijk. Met haar donkerblonde, verzorgde krullen, gouden brilmontuur, nette zalmroze gelakte nagels, en in haar zwarte jas met bonten kraag zou je haar anders hebben ingeschat. Maar ze ís hier wel, in de Lukaskerk op de rand van de Schilderswijk in Den Haag. Met een winkeltas vol etenswaren. Niet gekocht, maar gekrégen van de Voedselbank Haaglanden. ,,Ik zou het niet kunnen betalen.''

Armoede heeft vele gedaanten. In Nederland gaat het niet over honger en sterfte, maar over het maken van keuzes. Tussen een beugel en een fiets, een bril en verwarming, een schoolreisje en een nieuwe broek. Omdat álles betalen niet kan. De officiële statistieken: in vergelijking met andere landen in Europa kent Nederland weinig armoede. Maar de mensen die dagelijks dergelijke keuzes moeten maken – volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau leven in haar meest recente schatting 636.000 Nederlanders op de armoedegrens van 800 euro netto per maand – weten wat armoede is.

Rondkomen van een besteedbaar inkomen van minder dan 150 euro per maand. Dat is de bovengrens die de `Voedselbank' in Den Haag hanteert voor 1-persoonshuishoudens. Houd je dat of minder over, dan kom je in aanmerking voor een wekelijks voedselpakket, samengesteld uit restpartijen en overschotten van overproducerende bedrijven, en uitgedeeld door vrijwilligers op plaatsen zoals de Lukaskerk in Den Haag. De Haagse regio telt achttien van die uitdeelpunten waar in totaal tegen de 700 pakketten worden verspreid.

,,Ik ben een zwerver geweest'', zegt de vrouw die `haar uiterlijk tegen heeft'. ,,De mensen kunnen het maar moeilijk geloven. Maar ik had veel schulden, werd ziek, van de een op de andere dag zette mijn werkgever het geld stop. Ik mocht het zelf uitzoeken. Zo belandde ik op straat. Ik sliep in een schuur. Ik zorgde er altijd voor dat ik er goed uit zag. Zo is het drie jaar gegaan, totdat ik, ik zeg je niet waarom, in de gevangenis belandde. Dat was mijn redding. Vier maanden zat ik daar. Toen heb ik mijn schulden geaccepteerd. Maar het is nog altijd zo'n 10.000 euro. Ik los misschien twee tientjes per maand af. Als de postbode komt krijg ik de shivers. Bang voor een rekening. Zonder de Lukaskerk zou ik het niet redden.''

Hilly Merx, diaconaal werker in de Schilderswijk, kent iedereen. ,,Dag mevrouw! Het gaat niet goed met u, hè. Heeft u problemen?'' Een gesluierde Hindoestaanse vrouw glimlacht en knikt. Achter haar staat een andere vrouw te wachten. Ze wil weten of ze in aanmerking komt voor een voedselpakket. ,,Ik ga samen met ze na wat hun besteedbaar inkomen is. Houden ze over, dan wens ik ze geluk. `Kun je nagaan', zeg ik dan `het kan nog erger'.''

Toen Merx drie jaar geleden in de Schilderswijk belandde twijfelde ze aan haar eigen nut. ,,Er zijn hier veel kleine organisaties, je denkt, we hebben het goed voor elkaar.'' Maar door het buurtwerk - ze wandelt dagelijks door de wijk en voert gesprekken - ontdekte ze een ,,grote noodzaak''. ,,Veel mensen verkeren in een sociaal isolement. Door al dat rondlopen kwamen al snel mensen op míj af. Er is behoefte aan mensen die tijd en aandacht hebben. Ik luister wat concreet het probleem is. Een gezin in crisis, waar opeens geen geld is, dat komt heel vaak voor. Meestal gaat het om gezinnen van alleenstaande moeders, veel ouderen ook. Die mensen zetten hun schaamte aan de kant en komen hier heen. De diaconie van de Lukaskerk wil een vangnet zijn waar het echt schrijnend is.''

Maar, om met de Raad van Kerken te spreken, het is een vangnet `onder protest'. ,,Ik doe werk waar de maatschappij de mensen in de steek heeft gelaten'', zegt Merx. Het probleem neemt toe en ze ziet ,,een verharding'' in de politiek waarin zelfs het ,,CDA niet werkt voor degenen om wie het gaat''. ,,Het is zo onrechtvaardig om te zeggen: `U moet uw eigen verantwoordelijkheid nemen'. Hoezo eigenlijk? Om het begrotingstekort weg te werken? De politiek legt het probleem hoe langer hoe meer op het bord van de mantelzorg, de kerken en vrijwilligers. Dat is geen stijl.''

,,Mensen worden weer afhankelijk van de goedwillendheid van `normale burgers'', zegt Raf Janssen, secretaris van de Sociale Alliantie en directeur van Sjakuus, twee instellingen die zich bezighouden met de anti-armoede strijd in Nederland. ,,Het Nederlandse sociale sociaal stelsel wordt steeds meer een individueel sociaal stelsel. Vraag het de mensen die in armoede verkeren. Die geven de euro de schuld. De gulden is de euro geworden, of ze hebben niet in de gaten dat euro's geen guldens zijn. Zo zijn ze allemaal achterop geraakt. Maar dat mag niet. Zij zijn de verliezers in een maatschappij waar je winnaar moet zijn.'' Janssen ziet een omslag sinds het midden van de jaren negentig. ,,Er is een vijandige houding ontstaan ten aanzien van uitkeringsgerechtigden. Ze zijn van slachtoffer dader geworden. Woorden als `compensatie' en `compassie' worden niet meer gebruikt. Nu wordt er gepraat over een `harde aanpak'.''

Wanneer Elly van Santen, fractievertegenwoordiger van de Haagse Stadspartij, een interview aanneemt, dan doet ze dat liever telefonisch. ,,Ik denk meteen: als hij langs komt dan heb ik koffie tekort, geen koekje erbij. Bovendien hangt het behang los.'' Het politieke engagement van Van Santen blijkt geen garantie voor een zorgeloos bestaan. Van Santen verdient 345 euro per maand met haar werk voor de Stadspartij en krijgt wekelijks nog een `vergadervergoeding'. In totaal verdient ze net geen 800 euro. Maar een aanvulling van de bijstand wil ze niet omdat ze zich dan voortdurend moet verantwoorden. Daarom eet de familie Van Santen, met twee kinderen, deze week iedere dag worteltjes met prei. ,,In de aanbieding bij de Aldi.''

Van Santen is een van de weinigen die in de openbaarheid treedt met haar probleem. ,,Het is pijnlijk, maar ik heb ook invloed'', zegt ze. De Voedselbank heeft ze tot dusver weten te vermijden. Maar haar kleren koopt ze tweedehands. Vorig jaar koos ze ervoor vijf maanden zonder gas en licht te zitten omdat er belangrijkere zaken betaald moesten worden. ,,Mijn kinderen hebben heel hun jeugd moeten wachten'', zegt ze.

Op veel begrip rekent ze al lang niet meer. Zelfs haar oudste kind, dat uit huis is, heeft het haar niet vergeven. ,,Hoe ik het uitleg? `Ik ben nu eenmaal een kluns, ik heb de verkeerde man uitgezocht, mijn school niet afgemaakt. Ik was toen zeventien'. Maar ik bén geen kluns, alleen zo staat het wel in het kabinetsbeleid: `eigen schuld dikke bult'. Het is keihard geworden. De pot is kleiner. Je valt sneller buiten de boot. Mag je dan geen fouten maken?''