Vliegen is fuseren

De Europese luchtvaart blijft fuseren en saneren. Na de overname van de KLM door Air France zoeken nu het Duitse Lufthansa en het Zwitserse Swiss hun heil bij elkaar. Swiss, erfgenaam van de failliete luchtvaartmaatschappij Swissair, is te klein om zelfstandig te kunnen overleven. Het bedrijf heeft geen geld genoeg om in zijn luchtvloot te investeren. Een eerder bod van Lufthansa, in 2003 begeleid door de belofte van een kapitaalinjectie, wezen de Zwitsers hooghartig af. Toen speelden gevoelens van nationale trots kennelijk nog een rol. Nu is de Verelendung van Swiss zo vergevorderd dat de onderneming weinig anders kan dan `ja' zeggen tegen een overname door het veel grotere Lufthansa. Als het doorgaat, zullen de Duitsers Swiss waarschijnlijk voor een betrekkelijk klein bedrag in handen krijgen. Wie had dat vijf jaar geleden gedacht: Swissair als koopje naar Lufthansa.

Het verhaal van het voormalige staatsluchtvaartbedrijf van Zwitserland, een chique monopolist die zijn prijzen te lang kunstmatig hoog hield, is het verhaal van vrijwel alle nationale luchtvaartmaatschappijen in Europa. Ze konden bestaan dankzij hulp van de staat. Toen die steun door Europese concurrentiebepalingen wegviel, ontstonden problemen. Prijsvechters die de gevestigde namen onder druk zetten en de crisis in de luchtvaart na `9/11' deden de rest. Wie niet tijdig fuseerde, wie te trots was voor een overname of niet handig genoeg voor een samenwerkingsverband, zag in hoog tempo de schulden oplopen. Swissair en het Belgische Sabena zijn de meest uitgesproken voorbeelden. Ze hebben nog een halfhartige fusiepoging gedaan, maar hun gecumuleerde misère leidde slechts tot faillissement. Hun naam verdween, de patriottische reflexen namen af en al wat rest is roemrijke geschiedenis.

De beoogde overname van Swiss zal niet het einde zijn van de concentratietendens in de Europese luchtvaart. British Airways is na diverse mislukte fusiepogingen – onder andere met de KLM – nog steeds op zoek naar een partner. Het Spaanse Iberia zou een gegadigde zijn. Aer Lingus (Ierland) en het noodlijdende Alitalia zijn ook op zoek naar geld of kandidaten voor samenwerking. Kleinere bedrijven die geen partner vinden, worden onherroepelijk winkeldochters. Daarvoor is weinig perspectief, maar ook een grotere onderneming als Alitalia zal moeite moeten doen om te overleven.

Zo bezien is de overname van de KLM geen moment te vroeg gekomen. De leus van Air France KLM – `één groep, twee merken' – speelt handig in op nationale sentimenten. Maar de loyaliteit van de reiziger aan zijn portemonnee is groter dan aan 's lands eigen luchtvaartmaatschappij. Gevlogen wordt er meer dan ooit, tegen lagere tarieven dan ooit. Deze trend zet door. Voor de klant is het een goede ontwikkeling. Voor gefuseerde, voormalige nationale carriers is het een les. Wie niet meebeweegt, wie budgetbedrijven niet serieus neemt, ligt eruit.