Uitspraken Hirsi Ali islam niet onwettig

Tweede-Kamerlid Hirsi Ali (VVD) heeft niet onwettig gehandeld met haar uitspraken over de islam en de profeet Mohammed. Wel heeft ze volgens de voorzieningenrechter in Den Haag daarmee de grenzen van het toelaatbare gezocht.

Dit blijkt uit het vonnis vanmorgen in een kort geding dat vier moslims uit Nieuwegein en Utrecht hadden aangespannen tegen het Kamerlid. Rechter R. Paris geeft hierin aan dat hij de visie van Hirsi Ali dat de islam en koran strijdig zijn met ,,elementaire normen en waarden van de Nederlandse samenleving'' niet onrechtmatig vindt. Hirsi Ali zei na de uitspraak blij te zijn met de erkenning dat teksten uit de koran letterlijk kunnen worden genomen om de onderdrukking van vrouwen aan te tonen. ,,Dat is door eisers niet betwist'', aldus de rechter.

Het viertal, bijgestaan door advocaat R. Moszkowicz, had Hirsi Ali twee weken geleden in een kort geding gedaagd om een eind te maken aan haar openlijke strijd tegen de islam. Volgens de moslims zijn de uitspraken van Hirsi Ali in diverse interviews, op bijeenkomsten en in haar boeken ,,grievend en beledigend voor de islamitische bevolkingsgroep of delen daarvan''. Hetzelfde geldt voor haar uitspraken over de profeet Mohammed en de beelden in de film Submission I, die ze met de vermoorde filmer Theo van Gogh heeft gemaakt. Ze eisten daarom een verbod op het aangekondigde vervolg op deze film.

Namens de moslims voerde raadsman Moszkowicz aan dat de uitspraken van de politica godslasterlijk zijn en ,,leiden tot een verdere segregatie en polarisatie binnen de Nederlandse samenleving''. Hij vroeg de rechter een verbod op dergelijke uitspraken en eiste rectificatie van eerdere kwalificaties.

Daar is volgens voorzieningenrechter Paris geen aanleiding voor. Hij heeft geen aanwijzingen dat het liberale Kamerlid bewust een bevolkingsgroep heeft willen kwetsen. ,,Gedaagde kiest in het kader van haar strijd tegen de vrouwenonderdrukking en -mishandeling bewust voor een methode die prikkelt en aanzet tot een debat over hervorming van de islam'', aldus het vonnis. Ali heeft daarbij niet onrechtmatig gehandeld.

In zijn vonnis maant de rechter Ayaan Hirsi Ali om voorzichtig te zijn, vooral in de uitspraken over de profeet. Ali typeerde het huwelijk van Mohammed met een negenjarig meisje eerder als ,,pervers'' en noemde de profeet daarom ,,een pedofiel''. Paris vraagt zich daarbij af ,,of het nodig was om deze woorden te gebruiken''. Verder stelt hij: ,,Het lijkt er op dat gedaagde met het gebruik van deze woorden de grenzen heeft opgezocht van wat nog toelaatbaar te achten is. De term pedofiel is ongelukkig gekozen nu dit minst genomen een patroon vereist, terwijl het in het verhaal gaat om een eenmalige gebeurtenis''. Ali is nu nog binnen de grenzen gebleven maar het is volgens Paris de vraag of dat ook geldt bij herhaling. In een eerste reactie zei Ali: ,,Ik vind het nog steeds moreel verwerpelijk, maar het Nederlands is een rijke taal. Dan zoek ik wel een ander woord''.

De eisers hebben drie weken de tijd om in hoger beroep te gaan.