Tips voor Donner tijdens bustochtje

Minister Donner maakte gisteren met Marokkaanse jongens een bustochtje door Den Haag. ,,Als je heel hard je best doet, kun jij later ook minister worden.''

Mohammed Ben Cheikh staat bij de bus waarmee hij en negen andere Marokkaanse jongens een tocht gaan maken met minister Donner (Justitie). Hij lacht: ,,Als Hirsi Ali of Verdonk mee was gegaan, hadden we waarschijnlijk een extra bus voor de pers moeten hebben.''

Tijdens de bustocht door Den Haag zullen de Marokkaanse jongens met de minister praten over criminaliteit. Het instituut voor multiculturele ontwikkeling Forum is de organisator.

Terwijl de jongens op de minister wachten, maken ze vakantieplannen: Brazilië, Kroatië. ,,Maar uiteindelijk ga je toch altijd naar Marokko'', zegt Mohammed. Als Donner aan boord van de bus klimt, valt het gesprek stil. Met enig ontzag schuiven de jongens bij de minister aan tafel. Jawad Benziza durft als eerste wat tegen Donner te zeggen: ,,De manier waarop agenten Marokkaanse jongeren benaderen, wekt agressie op. Op Kanaleneiland in Utrecht, waar ik woon, krijg je een boete als je met meer dan vijf jongens over straat loopt.''

Waar de jongens vooral tegenaanlopen, zeggen ze, is dat ze niet worden aangenomen voor banen of stages. Ze kunnen zich voorstellen dat leeftijdgenoten dan op andere manieren aan geld proberen te komen. Donner reageert resoluut: ,,Dat leidt juist tot de beeldvorming waardoor het lastiger is een baan te vinden.''

De jongens, allen hoogopgeleid en vaak werkzaam in welzijnsprojecten, hebben veel tips voor de minister. Er moet meer geld komen voor buurtprogramma`s. Als Marokkaanse jongens een taakstraf krijgen, moeten ze begeleid worden door een Marokkaan. Het onderwijs moet ze betere begeleiding bieden. Donner ziet het anders: ,,De overheid kan wel allerlei voorzieningen treffen, maar dat is niet de juiste weg. Jullie moeten zelf verantwoordelijkheid nemen.''

De bus stopt voor een bezoek aan het Vadercentrum in het Haagse Laakkwartier, waar buurtvaders allerlei activiteiten organiseren. Veel buurtbewoners zijn toegestroomd om de minister te zien. De vaders maken foto's met hun mobieltjes. In het centrum stelt jongere Ben Allouch de minister een 1000-banenplan en een 1000-stageplaatsenplan voor. ,,Dat heeft voor de Molukkers ook goed gewerkt.''

Bij het verlaten van het centrum komt een jongetje uit de buurt Donner een hand geven. Hij weet wel dat het een minister is, maar niet welke. Donner fluistert hem toe: ,,Als je heel hard je best doet, kun jij later ook minister worden.''

Op de terugweg in de bus komt de grote invloed van televisie ter sprake. Mouad Zagdoud: ,,De jongens kijken MTV en TMF. Ze identificeren zich met Amerikaanse rappers die criminaliteit verheerlijken. Er zou een tv-programma moeten zijn over de honderd meest succesvolle Marokkanen.''

Donner luistert, net als de rest van de middag, aandachtig. Hij maakt aantekeningen met rode pen in schoolmeestershandschrift. Ook het tv-programma-idee schrijft hij op. Als de bus Donner afzet bij zijn ministerie, krijgen zijn gasten feloranje T-shirts met het logo van Justitie. Lachend nemen ze de kleding in ontvangst.