Taiwan en het ware gezicht van China

De verontwaardiging over de anti-afscheidingswet van China, die de Taiwanese zelfstandigheid moet voorkomen, is groter nieuws dan de wet zelf.

Niet het gedachtegoed van Mao Zedong of Karl Marx dwingen de historische eenheid van China af, maar het erfgoed van Abraham Lincoln. Althans, die suggestie wekte de Chinese premier Wen Jiabao gisteren toen hij uitleg gaf aan de anti-afscheidingswet. Die wet, die gisteren bijna unaniem door het Volkscongres, het Chinese parlement, werd aangenomen, geeft China de formele macht militair in te grijpen wanneer vreedzame hereniging met de de facto onafhankelijke eilandstaat Taiwan niet mogelijk blijkt.

Wens verwijzing naar de Amerikaanse Burgeroorlog, die werd uitgevochten om te verhinderen dat een deel van de Verenigde Staten zich zou afscheiden, was op zijn zachtst gezegd ironisch. Dat de in naam communistische leiders van China meenden dé icoon van de Amerikaanse geschiedenis te moeten aanhalen om uitleg te geven aan de voor China Heilige Kwestie Taiwan, zou tot voor kort gelijk hebben gestaan aan ketterij.

Maar Wen zei het wel, en met een reden. Want over vijf dagen brengt de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice haar eerste bezoek aan China. De boodschap: Amerika bemoeit u zich met uw eigen zaken. De kwestie Taiwan is, net als uw burgeroorlog destijds, een `binnenlandse aangelegenheid'.

Een recente verklaring van de Verenigde Staten en Japan waarin beide landen uitdrukking gaven aan een gemeenschappelijk veiligheidsstreven naar een vreedzame situatie in de Straat van Taiwan, werd niet op prijs gesteld door Peking. ,,Een oplossing van de kwestie Taiwan is een binnenlandse aangelegenheid van China. We accepteren geen buitenlandse inmenging'', zei premier Wen. Het is het bekende vocabulaire.

De grootste verrassing na het annenemen van de anti-afscheidingswet is wel de buitenlandse verontwaardiging erover. Rice noemde de ontwikkeling ,,niet behulpzaam'' voor de oplossing van het meer dan vijf decennia slepende conflict. De Europese Unie drong er bij ,,alle partijen'' op aan ,,unilaterale maatregelen'' te vermijden. Indirecte maar strenge taal van de twee machtsblokken die inmiddels tot nauwe bondgenoten van China worden gerekend.

Dat was in het licht van de internationale toenadering met China verrassender dan de afkondiging van de anti-afscheidingswet en de dreigementen zelf.

Positivisten lezen in China's wens die dreigementen te formaliseren in een wet op zijn minst een poging van de communistische leiders te voldoen aan een internationale juridische standaard. In de praktijk evenwel verandert er niets. China eigende zich in 1949 al het recht toe Taiwan desnoods met geweld `te bevrijden' en alle China watchers weten dat dat geen loze dreigementen zijn. Sinds de communistische machtsovername heeft het `vaste land' militaire middelen tegen `de splijtisten' in Taiwan niet geschuwd. De laatste decennia ging dat vooral in de vorm van militaire oefeningen en raketproeven in de Straat van Taiwan.

Het hernieuwde dreigement van China aan het adres van Taiwan is dan ook niet meer dan een bevestiging van het feit dat de Volksrepubliek in menig opzicht de dictatuur is die het altijd is geweest. Geen enkele Chinese leider wenst zijn vingers te branden aan een kwestie die in China geldt als de belangrijkste binnenlandse aangelegenheid die er is. Hereniging staat hoog op de politieke agenda van Peking, hoewel die in de afgelopen halve eeuw op geen enkele wijze in zicht is gekomen. Nooit is Taiwan deel geweest van de Volksrepubliek waardoor de vergelijking met de Amerikaanse Burgeroorlog ook niet opgaat en sinds enkele jaren is het eiland, in tegenstelling tot het vaste land, een bloeiende democratie.

Reden te meer voor Taiwan, dat door minder dan 25 landen wordt erkend, om een herijking te eisen van het Amerikaanse en internationale `één-China beleid'. Door dat oneerlijke beleid, zo meent Taiwan, trekken de 23 miljoen Taiwanezen al ruim 25 jaar aan het kortste eind.