Strafcorner blijft omstreden wapen

Anderhalve week geleden hield de internationale hockeyfederatie opnieuw de strafcorner tegen het licht. Maar: ,,Het voorstel is niet onderbouwd.''

Witheet was Maurits Hendriks en de hockeybondscoach van Spanje was niet de enige, bij wie de alarmbel ging rinkelen toen het `geheime nieuws' vanuit Lausanne doorsijpelde: de strafcorner was opnieuw inzet van discussie. Sterker: op aanraden van de eigen spelregelcommissie overwoog de internationale hockeyfederatie (FIH) tijdens een plenaire vergadering in het nieuwe onderkomen in Zwitserland de angel uit de strafcorner te halen.

Zover kwam het uiteindelijk niet, maar Hendriks vreest het ergste. ,,Iemand heeft een dikke nederlaag geleden, en diegene zal zinnen op een tegenzet. Kennelijk is de FIH daar vatbaar voor; anders kan ik niet verklaren dat dit ondoordachte voorstel überhaupt in stemming is gebracht. De strafcorner is een prachtig en karakteristiek onderdeel van onze sport. Alleen de gedachte al om daar achter gesloten deuren zomaar even een streep doorheen te halen, vind ik onbegrijpelijk. Het zogenaamde gevaarsaspect is op geen enkele manier onderbouwd, want harde cijfers zijn niet voorhanden. Als het al een probleem is, dan op recreatief niveau. Pak dat dan aan, laat de top met rust.''

In het gewraakte voorstel wordt de korte hoekslag in feite uitgekleed tot een veredelde vrije slag. De bal mag niet (meer) naar de kop van de cirkel worden gespeeld, maar naar een positie vijf meter verderop, waarna een reguliere `open-spelsituatie' ontstaat. Daarmee is, aldus de spelregelcommissie, het doel bereikt: de kans op letselschade is immers afgenomen. Zo'n aanpassing zou bovendien die overzichtelijkheid van het spel ten goede komen, voor zowel scheidsrechters als publiek. Nadeel: minder doelpunten.

Hendriks en collega's als Bernhard Peters (Duitsland) en Roelant Oltmans (Nederland) keren zich niet alleen tegen het voorstel, ze zijn bovendien verbolgen over de handelwijze van de bond. ,,De FIH pretendeert openheid na te streven, maar dit is achterkamertjespolitiek'', meent Hendriks. Maar volgens Peter von Reth, het Nederlandse lid van de spelregelcommissie, is sprake van ,,een storm in een glas water''. Sussend: ,,Wat wij doen is het aanreiken van alternatieven; dat is ons werk. Zo'n voorstel komt niet uit de lucht vallen, zo'n voorstel is gebaseerd op de wens om tot een veiliger sport te komen. Zo hebben we vorig jaar voorgesteld dat het allereerste schot [of push bij een strafcorner] op de plank terecht moet komen. Zo niet, dan zou de doelpoging worden afgefloten. Dat voorstel sneuvelde, maar dat wil niet zeggen dat wij dan maar met de armen over elkaar gaan zitten.''

Het oor te luister leggen bij spelers en coaches doet zijn Hockey Rules Board wel degelijk, beweert Von Reth. ,,Alleen: niet iedereen is altijd van de partij. Bovendien hebben wij met meer lidstaten te maken dan alleen de topzes.'' Ook de suggestie als zou de FIH `achterkamertjespolitiek' bedrijven, wijst de voormalig (inter)nationaal scheidsrechter uit Eindhoven van de hand. ,,Hoor eens: als wij elk voorstel eerst aan letterlijk alle betrokken partijen moeten voorleggen, wordt het een onwerkbare situatie. Zo werkt dat in een groot bedrijf ook niet.''

Ruim drie maanden geleden, bij de Champions Trophy in Lahore, bleek al dat de alsmaar toenemende snelheden van de bal de spelregelcommissie zorgen baart. Uitvoerig vertoonde de werkgroep videobeelden van (het aangeven van) de strafcorner. Conclusie van de bijeenkomst was evenwel dat de bond eerst harde cijfers over eventuele letselschade moest verzamelen, alvorens (vergaande) tegenmaatregelen voor te stellen.

Met het wereldwijd verzamelen van medische data is de FIH momenteel druk in de weer, zegt Von Reth. Ook de Nederlandse bond is bezig met een kritisch zelfonderzoek. Uit het eerste, vorig jaar gepubliceerde rapport van de stichting Consument en Veiligheid bleek het aantal blessures wel mee te vallen: jaarlijks 110 gevallen van hoofdletsel (op ruim 170.000 hockeyers). Een aanleiding om bijvoorbeeld de gebitsbeschermer (27 euro) verplicht te stellen, zag de bond dan ook niet. ,,Dat leidt alleen maar tot een hogere contributie'', zegt bondsdirecteur Johan Wakkie. ,,Bovendien bleek uit datzelfde onderzoek dat hoe meer bescherming, hoe meer blessures. Spelers nemen meer risico zodra ze voor hun gevoel de juiste voorzorgsmaatregelen hebben genomen.''

De grootste oppositie tegen de strafcorner in de huidige vorm komt uit Australië, en dat is geen toeval. In het land van de olympisch kampioen (mannen) geldt de aansprakelijkheidsregel. Met andere woorden: een hockeyer die tijdens een bondswedstrijd gewond raakt, kan de letselschade verhalen op de Australische hockeyfederatie, die daarom bevreesd is voor miljoenenclaims. Een invloedrijk tegenstander is ook Ric Charlesworth, ex-tophockeyer en -coach uit Australië. Al laat de oud-parlementariër zich volgens critici leiden door persoonlijke motieven. Een familielid van Charlesworth raakte ooit gewond na een uithaal vanaf de cirkelrand.