School

Met de nodige jaloezie keek ik afgelopen zondag naar de thema-avond van de VPRO over het onderwijs in Nederland.

Al die kindvriendelijke onderwijzers en leraren die met zoveel liefde over hun werk praten – waarom heb ik ze vroeger op school zo weinig meegemaakt? Waarom moest daar driekwart van de lestijd gemonopoliseerd worden door knorrige mensen, die in staat waren zelfs prachtige vakken als Nederlands en geschiedenis in woestijnen van saaiheid te herscheppen?

Natuurlijk, de Theo Thijssens zijn van alle tijden en alle scholen, maar het zijn in mijn herinnering hoge uitzonderingen.

Eén van hen viel in voor onze zieke, dodelijk vervelende geschiedenisleraar en hij toverde dat vak meteen in een feest om. Hij vertelde delen van de Odyssee en de Ilias met zoveel vuur na, dat hem soms de tranen in de ogen sprongen. Hij heette Tubee – het is kenmerkend dat ik dat niet ben vergeten, ook al heb ik hem maar enkele maanden meegemaakt.

Voor de klas zat doorgaans, achter een lessenaar op een houten verhoginkje, een chagrijnige man (meestal waren het mannen) die zijn weerzin tegen zijn leven in het algemeen, en zijn schoolkinderen in het bijzonder, moeilijk kon onderdrukken. Het was alsof hij ons aansprakelijk stelde voor zijn gebrek aan levensvreugde. Hij gromde grillige bevelen en lachte cynisch om onze fouten. Het enige dat we met hem deelden, was de opluchting als er weer een uur voorbij was.

De leraar als iezegrim. Ach, hij zal er nog steeds wel zijn, maar ik heb de indruk dat dit type nú de uitzondering is. Hij zal het moeilijker hebben om zich te handhaven in deze tijd waarin kinderen en ouders zoveel kritischer (te kritisch soms) zijn. Ik wil maar zeggen: niet alles in ons onderwijs is per definitie slechter dan vroeger.

Overdrijf ik? Maak ik een karikatuur van slechtbetaalde, goedbedoelende onderwijzers en leraren die in de jaren vijftig onder moeilijke omstandigheden hun uiterste best deden iets van blijvende kennis in mijn onwillige hersentjes te proppen?

Mogelijk. Leerlingen blijven veeleisende, ondankbare schepsels, ook als ze vijftig jaar ouder zijn. Hoe het ook zij, het beeld van de vreugeloze onderwijzer-leraar uit vroegere jaren kom ik ook bij anderen tegen.

Toevallig las ik op de dag van de onderwijsavond bij de VPRO het verhaal Fun with a Stranger van de Amerikaanse schrijver Richard Yates (lees die man, hij is zó goed). Daarin komt een verzuurde onderwijzeres voor die sprekend lijkt op `mijn juffrouw' uit de eerste klas van de lagere school.

De eerste klas! Daar zouden toch uitsluitend engelachtige wezentjes de scepter mogen zwaaien. Yates is geboren in 1926, hij schrijft in dit verhaal over een lagere school (de derde klas) in de jaren dertig. De onderwijzeres, Miss Snell, is een strenge, humorloze vrouw van een jaar of zestig die alle spontaniteit bij haar leerlingen onderdrukt. Aan het einde van het schooljaar rennen de leerlingen uit haar klas weg `with the exhilaration of escape'.

Die vreugde herken ik maar al te goed.