Saoedisch olieplan beroert prijzen niet

De mondiale oliemarkten zijn niet onder de indruk van het voorstel gisteren van Saoedi-Arabië om het productieplafond van oliekartel OPEC te verhogen teneinde de olieprijsstijging tot staan te brengen. Sommige OPEC-ministers geloven er zelf ook niet in.

,,We kunnen een gebaar van goede wil maken, maar veel kunnen we [aan de prijsstijging] niet doen'',. zei de Algerijnse olieminister, Chakib Khelil, vandaag in de Iraanse stad Isfahan, waar de Organisatie van olie-exporterende landen morgen voor een officiële vergadering bijeenkomt. ,,We kunnen meer vaten op de markt brengen, maar dat zal de prijzen niet stabiliseren, dat kan alleen minder economische groei doen.''

De Koeweitse olieminister, sjeik Ahmad Fahad Al-Ahmad Al-Sabah, tevens huidig president van de OPEC, verwachtte vandaag dat het productieplafond morgen ongewijzigd zal blijven.

Gisteren kwam de Saoedische olieminister, Ali al-Naimi, met het voorstel om het productieplafond van de OPEC met 0,5 miljoen vaten ruwe olie per dag te verhogen tot 27,5 miljoen vaten per dag – Irak niet meegerekend. Saoedi-Arabië is de grootste olie-exporteur ter wereld en veruit het machtigste olieland binnen de OPEC. Feitelijk produceren kartelleden van de OPEC al aanzienlijk méér dan volgens het productieplafond (quota) mag. De markten waren van het Saoedische voorstel dan ook niet onder de indruk. Hoewel in Londen de olieprijs even daalde steeg de Brent-olie vervolgens met 56 cent tot 53,67 dollar per vat. In New York sloot de Amerikaanse WTI-olie gisteren op 54,89 dollar, een stijging van 52 cent.

Analisten zijn het erover eens dat de nominaal dure olie (gecorrigeerd voor inflatie is de olieprijs maar de helft van wat die tijdens de oliecrisis van rond 1980) niet zozeer het gevolg is van aanbodproblemen, maar van een structureel grote vraag, die door menigeen niet is voorzien. Het Internationaal Energie Agentschap in Parijs voorspelde vorig najaar nog dat de prijzen zouden dalen en in december vorig jaar besloot de OPEC de productie met één miljoen vaten te verminderen.

Omdat de grote vraag naar ruwe olie wordt veroorzaakt door aanhoudend hoge economische groei in de wereld (China, India, Verenigde Staten) is de prijsstijging minder een kwestie van ontoereikend aanbod, zoals destijds bij de oliecrises. Al hekelen sommige analisten het gestoethaspel met de productie van de OPEC. Sommigen menen dat de OPEC bewust uit is op hoge prijzen om de val van de dollar te compenseren.

De overwegend door de vraag bepaalde prijsstijging betekent eveneens dat de dure olie voorlopig nog geen gevolgen heeft voor de mondiale economische groei. Volgens de Libische olieminister, Fathi Omar Bin Shatwanm, zal zelfs een olieprijs van 60 dollar per vat ruwe olie nog geen invloed op de economische groei hebben, zo zei hij vandaag tegen het Britse persbureau Reuters.