Probeer asociaal gedrag jongeren te voorkómen

Nederland raakt achterop met de aanpak van jeugdcriminaliteit. Noorwegen, Zweden en IJsland hebben ingezien dat alleen maar straffen, het lik-op-stuk beleid, onvoldoende effect heeft. Uitsluitend repressie heeft zelfs schadelijke effecten en verhoogt de herhalingskans op criminaliteit. Volgens Jong vast, het recent verschenen rapport van het ministerie van Justitie, valt 62 procent van de jongeren na ontslag uit jeugdgevangenissen, de justitiële jeugdinrichtingen (JJI's), binnen vier jaar terug en pleegt een ernstig misdrijf met een wettelijke strafdreiging van vier jaar of meer. Slechts één op de tien van deze recidivisten heeft zich beperkt tot het plegen van lichte misdrijven.

De belangrijkste voorspeller van recidive is de justitiële voorgeschiedenis. Hoe hoger het aantal eerdere justitiecontacten, des te groter de kans dat de jongere na vertrek uit de inrichting opnieuw in de fout gaat. Dus niet echt een plek om beter van te worden.

Recidivecijfers alleen zeggen nog niets over het effect van de behandeling in de justitiële jeugdinrichtingen. Maar het hoge percentage ernstige recidive zegt wel dat het verblijf daar in ieder geval géén gunstig effect heeft. En uit onderzoek blijkt dat het opnemen van jonge delinquenten in inrichtingen met andere antisociale jongeren veelal averechtse effecten heeft. Men spreekt zelfs van onderlinge `besmetting' met (nog ernstiger) crimineel gedrag. Bovendien is behandeling in die inrichtingen duur. Een behandelplaats voor een jeugdige in een justitiële jeugdinrichting kost 338 euro per dag. Deze inrichtingen hebben over 2003 in totaal 257 miljoen euro gekost.

Het moge duidelijk zijn dat het ook in Nederland, net als in de Scandinavische landen, nu de hoogste tijd is voor een omslag in het beleid. Dat het tijd is om antisociaal en agressief gedrag te voorkómen, bijvoorbeeld door het in Oregon, in de Verenigde Staten, gedurende 40 jaren ontwikkelde Parent Management Training programma PMTO. In dit programma leren de ouders vijf effectief gebleken gedragsregels om hun kinderen beter te kunnen opvoeden: stimuleren van vaardigheden, bijbrengen van discipline, kinderen in hun activiteiten volgen, het leren oplossen van problemen en op een positieve wijze bij de kinderen betrokken zijn.

De kinderen van ouders die dit programma volgen, ontplooien minder criminele activiteiten, hebben minder criminele vrienden en zijn minder agressief. Bovendien is dit programma effectief gebleken voor gescheiden ouders. Scheiding gaat vaak gepaard met een `terugval' in opvoedingsvaardigheden, terwijl kinderen juist in die periode deze vaardigheden zo hard nodig hebben.

Preventie spaart geld uit. De baten van criminaliteitsbestrijding worden uitgedrukt in termen van de bespaarde kosten op het strafrechtsysteem en de schade aan slachtoffers. De kosten van criminaliteitsbestrijding beslaan de kosten van het straffen en het eventueel behandelen in een inrichting, zoals een opname of een ambulante behandeling. Vergelijking van de kosten en baten van een bepaalde aanpak, de zogenoemde kosten-effectiviteits analyses die in de VS zijn uitgevoerd, tonen aan dat een intensieve behandeling van jeugddelinquenten waarbij de jeugdigen een (deel van) een dagprogramma volgen maar niet zijn opgesloten, in vergelijking met opsluiting, in het voordeel uitvalt van de intensieve dagbehandeling. Uitgedrukt in baten minus kosten per deelnemende jongere levert een behandeling als functionele gezinstherapie bijvoorbeeld een batig saldo van 14.000 dollar op. Een andere aanpak, de multisystemische therapie (MST), levert zelfs 31.000 dollar op. Een globale kostenraming leert dat een MST-behandeling in Nederland ongeveer eenderde zou kosten van een opname in een justitiële jeugdinrichting. En daarbij komt dan nog het vooruitzicht van een veel gunstiger effect op terugval in de criminaliteit. Het inzetten van in het buitenland effectief gebleken programma's voor kinderen en jongeren die antisociaal ontsporen, kan niet langer wachten. Deze jongeren, hun ouders en de samenleving hebben daar voordeel van. En als werkers in het veld de beschikking krijgen over een effectieve aanpak, nemen hun arbeidsvreugde en hun `professionele identiteit' toe. En dat draagt bij aan een effectief jeugdbeleid.

Prof.dr. Corine de Ruiter is klinisch psycholoog en dr. Ferko Öry is kinderarts.