Noch vrede, noch gerechtigheid

Het regeringsleger van Oeganda slaagt er al 18 jaar niet in om de rebellen in het noorden te verslaan. De bevolking vreest beide partijen. Laatste deel van een tweeluik.

Soms krijgt Mary een klusje in het kamp voor ontheemden bij Pacak in Noord-Oeganda. De oude vrouw verdient dan 25 eurocent per dag, genoeg voor wat zout in de pap. Al zeven jaar woont ze inPacak, werkloos en afhankelijk van hulporganisaties. Ze zit er opgesloten, want vlakbij houden zich de strijders op van het Verzetsleger van de Heer (LRA). Die verminken of verkrachten haar. Binnen het kamp is het ook niet altijd veilig. Vorig jaar nog viel het LRA aan en doodde veertig vrouwen. Ook de regeringssoldaten die het kamp bewaken, ,,kunnen niet met hun vingers van de vrouwen afblijven'', fluistert Mary angstig.

,,De bevolking vreest beide partijen in het conflict'', zegt Goretti Okello van Human Rights Focus in de noordelijke stad Gulu. ,,De ontheemden zijn te bang om mensenrechtenschendingen van het regeringsleger te rapporteren.'' Ze vertelt over verkrachtingen en dwangarbeid. ,,Betrapte soldaten krijgen lichte straffen. Er vinden nooit rechtszaken plaats.''

De in Noord-Oeganda begane misdaden behoren tot de ergste van de afgelopen twintig jaar in Afrika. Alleen gerechtigheid kan een einde maken aan deze straffeloosheid, luidt het nieuwe motto op het continent. De Oegandese president belooft het LRA amnestie maar vorig jaar begon op zijn verzoek het Internationale Strafhof (ICC) in Den Haag een onderzoek in het noorden, een onderzoek dat binnenkort tot arrestatiebevelen gaat leiden.

Sinds het uitbreken van de oorlog achttien jaar geleden heeft het regeringsleger gepoogd het LRA met militaire middelen te verslaan. In 1996 bracht ze de bevolking onder in beschermde kampen. Twee jaar later vielen de regeringssoldaten Soedan binnen, van waaruit het LRA opereerde. Deze onderneming had een averechts effect: het LRA keerde massaal terug naar Oeganda en het aantal misdaden nam ernstig toe. Eenheden van het LRA trekken nog steeds naar Soedan maar ze genieten daar niet meer de officiële bescherming van de regering.

De Oegandese regering van president Museveni wilde nooit met `de terroristen' praten. Wel tolereerde ze in 1998 dat religieuze leiders en stamleiders gesprekken begonnen met het LRA. Vorig jaar stond ze het voormalige parlementslid Betty Bigombe voor het eerst toe om contacten te leggen die tot vredesbesprekingen moesten leiden.

Bigombe slaagde er in beide partijen bijeen te brengen, een initiatief dat op 31 december strandde toen het LRA weigerde een bestand te tekenen dat de regering had opgesteld. De volgende dag gingen regeringssoldaten in het offensief en het LRA antwoordde met nieuwe aanslagen, zoals vorige week toen acht vrouwen de lippen werden afsneden.. ,,Met die lippen kun je ons verraden'', waarschuwden LRA-strijders hun slachtoffers.

Diep wantrouwen tussen regering en LRA maakt een vergelijk uiterst moeilijk. Het LRA heeft geen duidelijk politiek programma en controleert geen gebieden waar het zijn troepen kan onderbrengen bij een bestand. De katholieke bisschop van Gulu, John Baptiste Odama, vindt dat de regering te snel resultaat eiste. ,,Ze had te veel haast bij de eerste vredesbesprekingen vorig jaar. We moeten nu weer nieuwe stappen doen om het vertrouwen te herstellen.''

Volgens Bigombe is er al te veel haat gezaaid om nog op traditionele wijze het conflict te kunnen beslechten. Bisschop Odema ziet daarentegen nog wel mogelijkheden: ,,De leden van de noordelijke Acholi-stam hebben altijd op hun eigen wijze conflicten opgelost. Wanneer de schuldigen hun spijt betuigen en op een ei stappen, worden ze gezuiverd van hun misdaden. Iedereen wil amnestie voor de daders, want iedereen wil een einde aan deze gruwelijke oorlog.''

De door Museveni aangeboden amestie en de hunkering van de bevolking naar vrede brengen het ICC is een moeilijk pakket. Wat komt eerst: vrede of gerechtigheid? De mensen in het noorden spreken zich uit tegen de bemoeienissen van het ICC. ,,Als het ICC straks de arrestatiebevelen uitvaardigt, verhevigt de oorlog'', meent bisschop Odama. ,,Je kunt niet met de LRA-leiders onderhandelen, ze amnestie beloven, en ze tegelijkertijd proberen te arresteren. Zo krijgen we noch gerechtigheid, noch vrede.''

Noord-Oeganda leeft in doodsangst en weinige slachtoffers durven openlijk te pleiten voor vervolging van LRA-leiders. Vergiffenis uit vrees voor meer geweld, wil de meerderheid. De eigenaar van een garage in Gulu vertelt hoe overgelopen LRA-commandanten enthousiast werden onthaald. ,,Toen LRA-commandant Kenneth Banya vorig jaar in Gulu arriveerde, stonden de straten vol om hem te verwelkomen. Laat ook LRA-leider Joseph Kony naar Gulu komen en er staat een juichende menigte op hem te wachten. We zijn alleen nog in vrede geïnteresseerd.''

Veel Noord-Oegandezen betwijfelen of de regering ook snel vrede wil. Er bestaat een historische kloof tussen het Nilotische Noord-Oeganda en het overwegend Bantu-zuiden. Bij verkiezingen stemde het noorden op de oppositie. De Oegandese president blijft een militaire oplossing nastreven. Hoge regeringscommandanten geven niet de indruk een vurige strijd te voeren tegen het LRA. De uitzonderingstoestand in het noorden verleent hen veel vrijheden. Regeringssoldaten zijn betrokken bij veediefstal.

De ellende van de bevolking steekt scherp af met de gezelligheid in het grootste hotel van de stad, de Acholi Inn. Regeringsmilitair Charles Otema zit er te drinken met de vorige maand overgelopen LRA-commandant Sam Kolo. Ze schaterlachen bij de verhalen hoe ze hinderlagen voor elkaar legden, ze brengen een heildronk uit op elkanders tegenslagen en zeges. Otema is hoofd van de militaire inlichtingendienst en leidde het offensief in Soedan. Hij kocht dit voormalige staatshotel en bezit nog andere grote gebouwen in de stad. ,,Hoge regeringssoldaten profiteren van de oorlog'', zegt een waarnemer in Gulu.

Bronnen in het leger melden dat van de oorspronkelijke 4.000 LRA-strijders er nog slechts 500 doorvechten. Westerse inlichtingendiensten houden het op 1200. Volgens vele bronnen is het moreel in het LRA door tegenslagen uiterst laag. Van de elf hoge LRA-commandanten liepen er de afgelopen maanden drie over.

Menige diplomaat in de hoofdstad Kampala verklaart het vorig jaar begonnen vredesproces `op sterven na dood' na de nieuwe gevechten. Bisschop Odama houdt moed: ,,We moeten daarom het probleem aanpakken door de duivel zelf te benaderen.''

Het eerste deel verscheen 11 maart.