Mutatie schaap voorkomt ingreep

Een genetische mutatie die bij Australische schapen een kale plek in het kruis en de achterpoten geeft, kan het einde betekenen van een bloederige praktijk in de Australische schapenhouderij. In schapenland Australië snijden veel schapenboeren bij jonge lammetjes huidflappen weg rond het kruis. De ingreep voorkomt dat vleesvliegen hun eitjes leggen in de kruisstreek van de schapen. Infectie met huidmaden kan fataal zijn voor schapen, en daarom vinden boeren de ingreep noodzakelijk.

Maar nu is er het `bare bottom sheep'. Het echtpaar Niel en Pat Smith van een schapenboerderij op het Eyre schiereiland in het zuiden van Australië ontdekte in 2002 voor het eerste een ram met een onbehaard kruis. In eerste instantie zagen zij dat als een ongewenste eigenschap, maar later realiseerden zij zich dat dit een erg gunstig bijeffect kon hebben.

Er is veel kritiek van dierenbeschermers op de Australische praktijk van het wegsnijden van huidflappen. De besnijdenis heet in het Engels `mulesing', zo genoemd naar de Australische schapenboer Mules die de techniek in 1923 uitvond, en wordt meestal zonder verdoving uitgevoerd. Op de plek van de genezende wond ontstaat een stukje kale huid, onaantrekkelijk voor vliegen.

Nadat de Smiths zich realiseerden dat die kale plekken ook spontaan konden ontstaan, zijn zij verder gaan fokken met hun `kale kont'-schapen. Van hun kudde van ruim 2000 Calcokaara-schapen zijn er nu 200 ooien met natuurlijke kale plekken. De rest van hun vacht is dichtbehaard en levert een normale kwaliteit wol.

Wetenschappers van de Universiteit van Adelaide en de Australian Wool Innovation-organisatie (AWI) zijn nu begonnen met een onderzoek naar het fenomeen. ,,We verwachten dat dit de hele industrie zal veranderen'', aldus AWI-geneticus Peter Swan.