Minister van vreemde zaakjes

Een uitgeprocedeerde asielzoeker wordt in mei 2003 uitgezet naar Somalië. De verwijdering bleek achteraf onrechtmatig wegens strijdigheid met artikel 3 van het Europese mensenrechtenverdrag.

Daarom gaf de rechter de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) opdracht de in 1970 geboren Abdirahim Mohammed Ali, die in 2001 na zeven jaar dwangarbeid naar Nederland was gevlucht, alsnog terug te halen. Te laat. Er is nooit meer van hem vernomen. Zijn in Nijmegen gevestigde moeder en broer zijn ervan overtuigd dat hij is vermoord, zoals eerder, in 1994, zijn vader.

Het verhaal van Abdirahim is een van de gevallen die in het maandblad M van deze krant in februari werden beschreven om de werkwijze van de IND te laten zien door de ogen van uitgeprocedeerde asielzoekers. Jutta Chorus en studenten van de Utrechtse masteropleiding onderzoeksjournalistiek hebben daartoe gedurende vier maanden zes zaken gevolgd en uitgeplozen.

Minister Verdonk in laatste instantie verantwoordelijk voor het lot van mensen als Abdirahim heeft er niet op gereageerd. In plaats daarvan maakt zij in een brief aan de Tweede Kamer duidelijk meer dan genoeg te hebben van asielzoekers die ,,de publiciteit zoeken'' en zo haar beleid in een kwaad licht stellen.

Heeft Abdirahim de publiciteit gezocht? Nee, hij is vermist en vermoedelijk dood, in elk geval niet voor journalisten aanspreekbaar. Zijn familie dan? Nee, moeder en broer waren uiterst huiverig voor publieke aandacht.

De meeste asielzoekers tonen zich helemaal niet zo publiciteitsbelust als Verdonk vilein suggereert. Eerder zijn zij angstig en wantrouwend. Je weet maar nooit... Asielzoekers schuwen veelal de openbaarheid, omdat zij zich mogelijk aan de rand bevinden van de illegaliteit of vervolging in het land van herkomst vrezen. Wel brengen advocaten, na zorgvuldig overleg met hun cliënten over de risico's en nooit zonder toestemming van de betrokkenen, soms gegevens naar buiten. Dat is hun goed recht. Journalisten die over dubieuze praktijken in het uitzettingsbeleid publiceren, doen gewoon hun plicht zolang zij zorgvuldig te werk gaan en wederhoor bij de IND vragen.

Verdonk ergert zich daar wild aan. Volgens haar wordt in de media een eenzijdig beeld gegeven van de asielpraktijk. Vervolgens draait zij de rollen om. Het beeld dat asielzoekers zielig zijn klopt niet, moet je weten, zíj is zielig. Niet het onrechtmatig terugsturen van een bedreigde Somaliër is oneerlijk, de media zijn oneerlijk. Niet de procedures van de IND zijn onbarmhartig, nee, de minister krijgt onbarmhartige kritiek. Arme Rita. Zij wil electoraal scoren door hard, flink en kordaat optreden, maar ze meet zichzelf een slachtofferrol aan als aan het licht wordt gebracht hoe mensonterend haar beleid soms uitpakt.

Op geen enkele manier kan de minister aantonen dat journalisten zich als ezels voor het karretje van doortrapte asielzoekers laten spannen. Als zij de berichtgeving onevenwichtig of zelfs bedrieglijk vindt, moet zij zich daar uiteraard tegen kunnen verweren. Onwaarheden kan zij tegenspreken. Voor een evenwichtige presentatie van haar beleid en haar beslissingen beschikt zij over een immens apparaat van IND-ambtenaren, voorlichters en juristen. En als er in de pers leugens staan, kan zij rectificatie eisen.

Maar dat is totaal iets anders dan wat de minister in een brief aan de Tweede Kamer heeft aangekondigd. Na een uiteenzetting over de beperkingen die het Vluchtelingenverdrag en de Wet bescherming persoonsgegevens haar opleggen, dreigt zij onder omstandigheden ,,in het openbaar belang'' privacygevoelige persoonsgegevens openbaar te maken van asielzoekers die meewerken aan publicaties in de media.

Of dit juridisch houdbaar is, zal ooit door de rechter moeten worden uitgemaakt. Verdonk zelf maakt in haar brief duidelijk dat het vrijwel onmogelijk is een rechtmatige grondslag te vinden voor het publiceren van persoonsdossiers. Toch bedreigt zij asielzoekers die naar buiten treden hiermee. Zelfs bijzondere persoonsgegevens betreffende godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksueel leven, lidmaatschap van een vakvereniging, strafrechtelijke gegevens enz. zijn niet veilig. Wie hiervan griezelt krijgt van de minister te horen: dan hadden die asielzoekers of hun advocaten zich maar buiten de publiciteit moeten houden.

We hebben dus niet te maken met de wens onjuiste berichtgeving te kunnen weerleggen, maar met represaille, wraak, straf, intimidatie en chantage. Grote woorden, ik besef het, maar hierbij staan levens op het spel. Asielzoekers die op advies van hun advocaat in wanhoop de publieke opinie nog als enige redmiddel zien, moeten blijkbaar bedenken dat zij dan extra gevaar lopen. Zo krijgen zij een zwijgplicht. Journalisten die hun verhalen publiceren, moeten ervan doordrongen raken dat zij het zijn die de betrokkenen aan extra risico's blootstellen. Ook voor journalisten komt er zo een morele zwijgplicht.

De vraag is nu of de publieke omroep per direct moet stoppen met de uitzending van de serie `26.000 gezichten'. Daarin worden 21 portretjes van circa twee minuten door verschillende regisseurs getoond waarin je als kijker kennismaakt met een asielzoeker. Die 21 mensen hebben de publiciteit `gezocht' en moeten vrezen voor de openbaarmaking van hun dossier door de overheid. Het idee achter de serie is van filmmaker en psychotherapeut Joost Bosland die in zijn praktijk dagelijks te maken krijgt met angst en stress van asielzoekers. Die angst en stress zullen nu alleen nog maar toenemen.

De dreigementen die moeten voorkomen dat asielzoekers `een gezicht krijgen', komen neer op een poging de media te muilkorven, ik kan het niet anders zien. Verdonks collega op Justitie, minister Donner, stelde vorig jaar de pers al in staat van beschuldiging: zij ,,veroorzaakt achterdocht, onnodige geschillen en toenemende tegenstellingen in de samenleving'', waardoor sturing door de overheid steeds moeilijker wordt. Een toenemend deel van het werk van de overheid bestaat in het rechtzetten van wat verslaggevers eerder uit hun verband hebben gerukt, klaagde Donner. Het moest maar eens afgelopen zijn met ,,het voortdurend aan de kaak stellen van het onvermogen van overheden'', want daarmee maakt de pers ,,onverantwoord misbruik van haar vrijheid''.

Nu merken we hoe deze vijandigheid tegen de media uitpakt. De wraakzucht regeert. Asielzoekers moeten zwijgen in de pers. Wie volgt? De pers moet zich onthouden van onthullingen over het uitzettingsbeleid. Welk beleidsterrein is het volgende taboe?